Einde inhoudsopgave
Wet aanpassing fonds voor gemene rekening en vrijgestelde beleggingsinstelling
Artikel IXB
Geldend
Geldend van 01-01-2026 tot 01-01-2028. Let op: treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 01-01-2025
- Bronpublicatie:
17-12-2025, Stb. 2025, 445 (uitgifte: 23-12-2025, kamerstukken: 36813)
- Inwerkingtreding
01-01-2026, terugwerkend tot: 01-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
17-12-2025, Stb. 2025, 445 (uitgifte: 23-12-2025, kamerstukken: 36813)
- Vakgebied(en)
Invordering / Uitstel van betaling, kwijtschelding en verjaring
Vennootschapsbelasting / Belastingplichtige
Vennootschapsbelasting / Beleggingsinstelling
1.
Indien een lichaam daarvoor kiest wordt dat lichaam met ingang van 1 januari 2025 niet aangemerkt als fonds voor gemene rekening of lichaam opgericht of aangegaan naar het recht van een andere staat dat een met een fonds voor gemene rekening vergelijkbare rechtsvorm heeft, mits:
- a.
dat lichaam zonder toepassing van dit artikel met ingang van 1 januari 2025 belastingplichtig zou zijn op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, onderscheidenlijk artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van die wet;
- b.
- c.
ingeval dat lichaam niet aan de in artikel IXa, onderdeel d, opgenomen voorwaarde voldoet, de participanten aan wie de bezittingen en schulden alsmede de opbrengsten en kosten van dat lichaam als gevolg van de keuze, bedoeld in de aanhef, op grond van artikel 2.14bis, eerste of tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 gedurende het jaar 2025 worden toegerekend uiterlijk op 28 februari 2026 instemmen met die keuze van dat lichaam.
2.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien een lichaam is opgericht of aangegaan op of na 1 januari 2025, met dien verstande dat voor 1 januari 2025 wordt gelezen het moment waarop dat lichaam is opgericht of aangegaan en dat de voorwaarde die is opgenomen in het eerste lid, onderdeel b niet van toepassing is.