Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2024/590 betreffende stoffen die de ozonlaag afbreken, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1005/2009
Artikel 15 Vrijstellingsvoorwaarden
Geldend
Geldend vanaf 12-03-2024
- Bronpublicatie:
07-02-2024, PbEU L 2024, 2024/590 (uitgifte: 20-02-2024, regelingnummer: 2024/590)
- Inwerkingtreding
12-03-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
07-02-2024, PbEU L 2024, 2024/590 (uitgifte: 20-02-2024, regelingnummer: 2024/590)
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Lucht
Milieurecht / Milieugevaarlijke stoffen
Milieurecht (V)
1.
De invoer, het in de handel brengen, het al dan niet tegen betaling aan een andere persoon in de Unie verder leveren of aanbieden, het gebruik of de uitvoer van niet-navulbare houders voor ozonafbrekende stoffen, hetzij leeg, hetzij geheel of gedeeltelijk gevuld, is verboden, behalve voor essentiële laboratorium- en analytische toepassingen zoals bedoeld in artikel 8. Dergelijke houders mogen alleen worden opgeslagen of vervoerd om vervolgens te worden verwijderd.
De eerste alinea is van toepassing op niet-navulbare houders, namelijk:
- a)
houders die niet kunnen worden nagevuld zonder daartoe te zijn aangepast, en
- b)
houders die zouden kunnen worden nagevuld, maar die worden ingevoerd of in de handel worden gebracht zonder dat erin is voorzien dat die voor navulling worden teruggezonden.
2.
In lid 1, punt a), bedoelde niet-navulbare houders worden met het oog op verwijdering door vernietiging door de douaneautoriteiten of de markttoezichtautoriteiten verbeurdverklaard, in beslag genomen, uit de handel genomen of teruggeroepen. De wederuitvoer van op grond van lid 1 verboden niet-navulbare houders is verboden.
3.
Ondernemingen die navulbare houders voor ozonafbrekende stoffen in de handel brengen, leggen een conformiteitsverklaring over, met inbegrip van bewijs waaruit blijkt dat er bindende regelingen zijn ingevoerd voor het terugzenden van die houders met het oog op navulling, waarbij met name de relevante actoren worden geïdentificeerd, met vermelding van hun verplichtingen en de desbetreffende logistieke regelingen. Die regelingen worden bindend gemaakt voor de distributeurs van de navulbare houders voor ozonafbrekende stoffen aan eindgebruikers.
De in de eerste alinea bedoelde ondernemingen bewaren de conformiteitsverklaring gedurende een periode van ten minste vijf jaar vanaf het in de handel brengen van de navulbare houders voor ozonafbrekende stoffen en stellen die verklaring op verzoek ter beschikking van de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat of van de Commissie. De leveranciers van navulbare houders voor ozonafbrekende stoffen aan eindgebruikers bewaren gedurende een periode van ten minste vijf jaar vanaf levering aan de eindgebruiker bewijs van naleving van de in de eerste alinea bedoelde bindende regelingen, en stellen dat bewijs op verzoek ter beschikking van de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat of van de Commissie.
De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de vereisten vaststellen voor het opnemen van de elementen die essentieel zijn voor de in de eerste alinea bedoelde bindende regelingen in de conformiteitsverklaring. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 28, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
4.
Het in de handel brengen van ozonafbrekende stoffen is verboden, tenzij producenten of importeurs op het ogenblik van een dergelijk in de handel brengen de bevoegde autoriteit van een lidstaat voorzien van bewijs waaruit blijkt dat trifluormethaan dat als bijproduct wordt geproduceerd tijdens het productieproces van de ozonafbrekende stoffen, inclusief tijdens het productieproces van de grondstoffen voor de productie van die stoffen, volgens de beste beschikbare technieken is vernietigd of voor later gebruik is teruggewonnen.
Ten behoeve van het verstrekken van dat bewijs stellen producenten en importeurs een conformiteitsverklaring op, vergezeld van ondersteunende documentatie aan de hand waarvan:
- a)
de oorsprong van de in de handel te brengen ozonafbrekende stoffen kan worden vastgesteld;
- b)
de productiefaciliteit van oorsprong van de in de handel te brengen ozonafbrekende stoffen kan worden geïdentificeerd, met inbegrip van de identificatie van die faciliteiten van oorsprong van eventuele precursoren waar chloordifluormethaan (R-22) ontstaat als onderdeel van het productieproces om in de handel te brengen ozonafbrekende stoffen te produceren;
- c)
bewijs wordt geleverd van de beschikbaarheid en werking van een in de faciliteit van oorsprong aanwezige emissiereductietechnologie die gelijkwaardig is aan de door het UFCCC goedgekeurde referentiemethode AM0001 voor de verbranding van afvalstromen van trifluormethaan, of van de methode voor afvang en vernietiging die waarborgt dat emissies van trifluormethaan overeenkomstig de vereisten uit hoofde van het protocol worden vernietigd;
- d)
aanvullende informatie wordt verstrekt om het volgen van de ozonafbrekende stoffen voorafgaand aan de invoer te vergemakkelijken.
Producenten en importeurs bewaren de conformiteitsverklaring en bewijsstukken gedurende een periode van ten minste vijf jaar na het in de handel brengen en stellen die op verzoek ter beschikking van de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat of van de Commissie.
De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen nadere regelingen vaststellen met betrekking tot de conformiteitsverklaring en de bewijsstukken zoals bedoeld in de tweede alinea. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 28, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
5.
In bijlage I opgenomen ozonafbrekende stoffen die worden geproduceerd of in de handel gebracht als grondstof, technische hulpstof, voor essentiële laboratorium- en analytische toepassingen of met het oog op vernietiging of regeneratie zoals bedoeld in respectievelijk de artikelen 6, 7, 8 en 12, mogen uitsluitend voor die doeleinden worden gebruikt.
Op houders die de ozonafbrekende stoffen bevatten die bestemd zijn voor de in de artikelen 6, 7, 8 en 12 van deze verordening genoemde toepassingen wordt een etiket aangebracht met de duidelijke vermelding dat de stof alleen voor het desbetreffende doel mag worden gebruikt. Wanneer voor dergelijke stoffen de etiketteringsvoorschriften uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1272/2008 gelden, wordt dat vermeld op de etiketten waarnaar in die verordening wordt verwezen.
De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de vorm en de op de etiketten zoals bedoeld in de tweede alinea aan te brengen vermeldingen vaststellen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 28, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
6.
Ondernemingen die in bijlage I opgenomen ozonafbrekende stoffen bestemd voor gebruik als grondstof of technische hulpstof of bestemd voor vernietiging of regeneratie produceren, ook als bij- of nevenproduct, of die in de handel brengen, leveren aan een andere persoon in de Unie of ontvangen van een andere persoon in de Unie, alsook ondernemingen die die stoffen vernietigen of regenereren of als grondstof of technische hulpstof gebruiken, houden registers bij waarin ten minste de volgende informatie wordt vermeld per ozonafbrekende stof, indien van toepassing:
- a)
de naam van de ozonafbrekende stof of van het mengsel dat een dergelijke stof bevat;
- b)
de in het betreffende kalenderjaar geproduceerde, ingevoerde, uitgevoerde, geregenereerde of vernietigde hoeveelheid ervan;
- c)
de in het betreffende kalenderjaar geleverde en ontvangen hoeveelheid ervan per individuele leverancier of ontvanger;
- d)
de namen en contactgegevens van de leveranciers of ontvangers;
- e)
de tijdens het betreffende kalenderjaar gebruikte hoeveelheid ervan, met precisering van het feitelijke gebruik, en
- f)
de op 1 januari en 31 december van het betreffende kalenderjaar opgeslagen hoeveelheid.
De ondernemingen houden de in de eerste alinea bedoelde registers bij gedurende ten minste vijf jaar na de productie, het in de handel brengen, de levering of de ontvangst, en stellen die op verzoek ter beschikking van de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat of van de Commissie. Die bevoegde autoriteiten en de Commissie waarborgen de vertrouwelijkheid van de in die registers opgenomen informatie.