Einde inhoudsopgave
Verordening (EG) nr. 1013/2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (EVOA)
Artikel 14 Vooraf goedgekeurde inrichtingen voor nuttige toepassing
Geldend
Geldend van 15-07-2006 tot 22-05-2026
- Bronpublicatie:
14-06-2006, PbEU 2006, L 190 (uitgifte: 12-07-2006, regelingnummer: 1013/2006)
- Inwerkingtreding
15-07-2006
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
14-06-2006, PbEU 2006, L 190 (uitgifte: 12-07-2006, regelingnummer: 1013/2006)
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Afval
1.
De bevoegde autoriteit van bestemming die rechtsmacht bezit over een specifieke inrichting voor nuttige toepassing kan besluiten deze inrichting vooraf goed te keuren.
Een dergelijk besluit heeft een beperkte geldigheidsduur en kan te allen tijde worden ingetrokken.
2.
In geval van een algemene kennisgeving overeenkomstig artikel 13, kan de geldigheid van de in artikel 9, leden 4 en 5, bedoelde goedkeuring door de bevoegde autoriteit van bestemming in overeenstemming met de overige betrokken autoriteiten worden verlengd tot ten hoogste drie jaar.
3.
De bevoegde autoriteit die overeenkomstig de leden 1 en 2 een inrichting vooraf goedkeurt, stelt de Commissie en zo nodig het secretariaat van de OESO in kennis van:
- a)
naam, registratienummer en adres van de inrichting voor nuttige toepassing;
- b)
een beschrijving van de gebruikte technologieën, met inbegrip van de R-code(s);
- c)
de afvalstoffen volgens de specifieke codes van de bijlagen IV en IV A waarvoor het besluit geldt;
- d)
de totale hoeveelheid afvalstoffen waarvoor voorafgaande goedkeuring is verleend;
- e)
de geldigheidsperiode;
- f)
eventuele wijzigingen in de voorafgaande goedkeuring;
- g)
eventuele wijzigingen in de verstrekte informatie; en
- h)
eventuele intrekking van de voorafgaande goedkeuring.
Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het formulier van bijlage VI.
4.
In afwijking van de artikelen 9, 10 en 12, geldt bij het verlenen van toestemming uit hoofde van artikel 9 voor het opleggen van voorwaarden uit hoofde van artikel 10 of het indienen van bezwaren door de betrokken bevoegde autoriteiten uit hoofde van artikel 12 een termijn van zeven werkdagen na de verzending van de ontvangstbevestiging door de bevoegde autoriteit van bestemming uit hoofde van artikel 8.
5.
Ongeacht lid 4, kan de bevoegde autoriteit van verzending besluiten dat meer tijd nodig is om aanvullende informatie of documentatie van de kennisgever te ontvangen.
In dit geval brengt de bevoegde autoriteit de kennisgever hiervan binnen zeven werkdagen schriftelijk op de hoogte, met afschrift aan de overige betrokken bevoegde autoriteiten.
In het totaal mogen er voor de verkrijging van aanvullende informatie of documentatie niet meer dan 30 dagen verstrijken na de verzending van de ontvangstbevestiging door de bevoegde autoriteit van bestemming uit hoofde van artikel 8.