Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2023/2631 betreffende Europese groene obligaties en optionele openbaarmakingen voor obligaties die als ecologisch duurzame obligaties op de markt worden gebracht en voor aan duurzaamheid gekoppelde obligaties
Artikel 55 Algemene onderzoeken
Geldend
Geldend vanaf 20-12-2023
- Bronpublicatie:
22-11-2023, PbEU L 2023, 2023/2631 (uitgifte: 30-11-2023, regelingnummer: 2023/2631)
- Inwerkingtreding
20-12-2023
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
22-11-2023, PbEU L 2023, 2023/2631 (uitgifte: 30-11-2023, regelingnummer: 2023/2631)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Europees financieel recht
Milieurecht / Algemeen
1.
Om haar taken uit hoofde van deze verordening uit te voeren, kan de ESMA de nodige onderzoeken naar de in artikel 54, lid 1, genoemde personen voeren. Daartoe zijn de functionarissen en andere door de ESMA gemachtigde personen bevoegd om:
- a)
alle bescheiden, gegevens, procedures en ander materiaal te onderzoeken die relevant zijn voor de uitvoering van hun taken, ongeacht de aard van de informatiedrager;
- b)
voor echt gewaarmerkte kopieën of uittreksels te maken of te verkrijgen van dergelijke bescheiden, gegevens, procedures en ander materiaal;
- c)
alle in artikel 54, lid 1, bedoelde personen of hun vertegenwoordigers of personeelsleden op te roepen en te verzoeken mondeling of schriftelijk toelichting te geven bij feiten of documenten met betrekking tot het voorwerp en het doel van de inspectie, en de antwoorden op te tekenen;
- d)
alle andere natuurlijke personen of rechtspersonen te horen die daarin toestemmen, om informatie betreffende het onderwerp van een onderzoek te verzamelen;
- e)
overzichten van telefoon- en dataverkeer op te vragen.
2.
De functionarissen van de ESMA en de andere door de ESMA ten behoeve van de in lid 1 van dit artikel bedoelde onderzoeken gemachtigde personen oefenen hun bevoegdheden uit na overlegging van een schriftelijke machtiging waarin het voorwerp en het doel van het onderzoek zijn vermeld. Die machtiging vermeldt ook de dwangsommen die overeenkomstig artikel 61 worden opgelegd indien de vereiste bescheiden, gegevens, procedures of ander materiaal, of de antwoorden op de vragen aan de in artikel 54, lid 1, bedoelde personen niet of onvolledig worden verstrekt, alsook de in artikel 60 vastgestelde geldboeten die worden opgelegd indien de antwoorden op de vragen aan de in artikel 54, lid 1, bedoelde personen onjuist of misleidend blijken te zijn.
3.
De in artikel 54, lid 1, bedoelde personen onderwerpen zich aan op grond van een besluit van de ESMA ingestelde onderzoeken. Het besluit vermeldt het voorwerp en het doel van het onderzoek, de dwangsommen die overeenkomstig artikel 61 zijn opgelegd, de uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1095/2010 beschikbare rechtsmiddelen en het recht om bij het Hof van Justitie tegen het besluit beroep in te stellen.
4.
Binnen een redelijke termijn vóór het onderzoek stelt de ESMA de in artikel 44 bedoelde bevoegde autoriteit van de lidstaat waar het onderzoek moet plaatsvinden in kennis van het onderzoek en van de identiteit van de gemachtigde personen. Die gemachtigde personen worden, op verzoek van de ESMA, door functionarissen van de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat bijgestaan bij de uitvoering van hun taken. Functionarissen van de betrokken bevoegde autoriteit mogen op verzoek eveneens bij de onderzoeken aanwezig zijn.
5.
Indien voor een verzoek om de in lid 1, punt e), bedoelde overzichten van telefoon- of dataverkeer volgens het nationale recht de toestemming van een rechterlijke instantie moet worden verkregen, vraagt de ESMA om toestemming daarvoor. De ESMA kan die toestemming ook bij wijze van voorzorgsmaatregel vragen.
6.
Indien om toestemming als bedoeld in lid 5 wordt gevraagd, toetst de nationale rechterlijke instantie het besluit van de ESMA op zijn authenticiteit en gaat zij na of de voorgenomen dwangmaatregelen niet willekeurig zijn noch buitensporig in verhouding tot het voorwerp van de onderzoeken. Bij haar toetsing van de evenredigheid van dwangmaatregelen kan de nationale rechterlijke instantie de ESMA om nadere toelichting verzoeken, in het bijzonder over de redenen die de ESMA heeft om aan te nemen dat op deze verordening inbreuk is gemaakt, de ernst van de vermoedelijke inbreuk en de aard van de betrokkenheid van de aan de dwangmaatregelen onderworpen persoon. De nationale rechterlijke instantie mag evenwel niet de noodzaak van het onderzoek heroverwegen, noch vragen dat zij in het bezit wordt gesteld van de informatie in het dossier van de ESMA. Het besluit van de ESMA kan slechts door het Hof van Justitie op zijn rechtmatigheid worden getoetst volgens de procedure beschreven in Verordening (EU) nr. 1095/2010.