Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2023/2631 betreffende Europese groene obligaties en optionele openbaarmakingen voor obligaties die als ecologisch duurzame obligaties op de markt worden gebracht en voor aan duurzaamheid gekoppelde obligaties
Artikel 60 Geldboeten
Geldend
Geldend vanaf 20-12-2023
- Bronpublicatie:
22-11-2023, PbEU L 2023, 2023/2631 (uitgifte: 30-11-2023, regelingnummer: 2023/2631)
- Inwerkingtreding
20-12-2023
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
22-11-2023, PbEU L 2023, 2023/2631 (uitgifte: 30-11-2023, regelingnummer: 2023/2631)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Europees financieel recht
Milieurecht / Algemeen
1.
De ESMA stelt een besluit vast waarbij overeenkomstig lid 2 van dit artikel een geldboete wordt opgelegd indien zij overeenkomstig artikel 63, lid 8, tot de bevinding komt dat een externe toetsingsinstantie of een van de in artikel 54, lid 1, bedoelde personen opzettelijk of uit onachtzaamheid één of meer van de volgende inbreuken heeft gemaakt:
- a)
niet-inachtneming van artikel 24, lid 1, of enige bepaling van titel IV, hoofdstukken 2 en 3;
- b)
de indiening van valse verklaringen bij de aanvraag voor een registratie als externe toetsingsinstantie, of het gebruik van andere onregelmatige middelen om die registratie te verkrijgen;
- c)
het niet verschaffen van informatie in antwoord op een besluit waarbij informatie wordt verlangd op grond van artikel 54, of het verschaffen van onjuiste of misleidende informatie in antwoord op een eenvoudig informatieverzoek of op een besluit;
- d)
de belemmering of niet-inachtneming van een onderzoek op grond van artikel 55, lid 1, punt a), b), c) of e);
- e)
de niet-inachtneming van artikel 56 door het niet verschaffen van toelichting bij feiten of documenten met betrekking tot het voorwerp en het doel van een inspectie of door het verschaffen van onjuiste of misleidende toelichting;
- f)
het uitoefenen van de activiteit van externe toetsingsinstantie of de schijn wekken een externe toetsingsinstantie te zijn, zonder als externe toetsingsinstantie te zijn geregistreerd.
Een inbreuk wordt geacht opzettelijk te zijn gemaakt indien de ESMA objectieve elementen aantreft waaruit blijkt dat een persoon doelbewust handelde om de inbreuk te maken.
2.
Onverminderd lid 3 is het minimumbedrag van de in lid 1 bedoelde geldboete 20 000 EUR. Het maximumbedrag is 200 000 EUR.
Bij het vaststellen van de hoogte van een geldboete op grond van lid 1 van dit artikel houdt de ESMA rekening met de in artikel 59, lid 3, uiteengezette criteria.
3.
Indien een persoon een in lid 1 genoemde inbreuk heeft gemaakt en direct of indirect financieel voordeel heeft gehad bij de inbreuk, is het bedrag van de geldboete ten minste gelijk aan dat financiële voordeel.
4.
Indien een handeling of verzuim een combinatie van meerdere inbreuken vormt, legt de ESMA slechts één enkele geldboete op. Die geldboete is de hoogste van de toepasselijke geldboeten voor die handeling of dat verzuim.