Einde inhoudsopgave
Wet inkomstenbelasting 2001
Artikel 5.32 Vrijstelling groene beleggingen
Geldend
Geldend vanaf 19-07-2025. Let op: treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 01-01-2023
- Bronpublicatie:
14-07-2025, Stb. 2025, 195 (uitgifte: 18-07-2025, kamerstukken: 36706)
- Inwerkingtreding
19-07-2025, terugwerkend tot: 01-01-2023
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
14-07-2025, Stb. 2025, 196 (uitgifte: 18-07-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Vermogensrendementsheffing (box 3)
1.
Voor de toepassing van deze afdeling behoren groene beleggingen uitsluitend tot de bezittingen, indien de waarde van de groene beleggingen aan het begin van het kalenderjaar hoger is dan het in artikel 5.13, eerste lid, eerstvermelde bedrag. In dat geval wordt een deel van het werkelijke rendement van die groene beleggingen niet in aanmerking genomen. Dit deel wordt berekend door het werkelijke rendement van de groene beleggingen te vermenigvuldigen met het quotiënt van het in artikel 5.13, eerste lid, eerstvermelde bedrag en de waarde van de groene beleggingen aan het begin van het kalenderjaar. Hierbij wordt het werkelijke rendement van de groene beleggingen bepaald met overeenkomstige toepassing van de artikelen 5.26 tot en met 5.31, 5.33 en 5.34.
2.
Ingeval de belastingplichtige het gehele kalenderjaar dezelfde partner heeft of voor de toepassing van artikel 2.17 geacht wordt te hebben gehad, wordt het eerste lid toegepast op de gezamenlijke groene beleggingen van de belastingplichtige en zijn partner, met dien verstande dat daarbij het in artikel 5.13, eerste lid, als tweede vermelde bedrag wordt toegepast.