Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2024/573 betreffende gefluoreerde broeikasgassen, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 517/2014
Artikel 26 Rapportage door de ondernemingen
Geldend
Geldend vanaf 12-03-2024
- Bronpublicatie:
07-02-2024, PbEU L 2024, 2024/573 (uitgifte: 20-02-2024, regelingnummer: 2024/573)
- Inwerkingtreding
12-03-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
07-02-2024, PbEU L 2024, 2024/573 (uitgifte: 20-02-2024, regelingnummer: 2024/573)
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Lucht
Milieurecht (V)
1.
Uiterlijk op 31 maart 2025 en vervolgens elk jaar rapporteert iedere producent, importeur en exporteur die tijdens het voorgaande kalenderjaar fluorkoolwaterstoffen of hoeveelheden van meer dan een metrische ton of 100 ton CO2-equivalent van andere gefluoreerde broeikasgassen heeft geproduceerd, ingevoerd of uitgevoerd, aan de Commissie de in bijlage IX beschreven gegevens over elk van die stoffen voor het betrokken kalenderjaar. Dit lid is ook van toepassing op alle ondernemingen die een quotum ontvangen op grond van artikel 21, lid 1.
Uiterlijk op 31 maart 2024 en vervolgens elk jaar brengt elke producent of importeur aan wie quota op grond van artikel 17, lid 4, zijn toegewezen of aan wie quota op grond van artikel 21, lid 1, zijn overgedragen, maar die in het voorgaande kalenderjaar geen fluorkoolwaterstoffen in de handel heeft gebracht, verslag uit aan de Commissie door indiening van een ‘nulrapport’.
2.
Uiterlijk op 31 maart 2025 en vervolgens elk jaar rapporteert elke onderneming die tijdens het voorgaande kalenderjaar fluorkoolwaterstoffen of hoeveelheden van andere gefluoreerde broeikasgassen van meer dan een metrische ton of 100 ton CO2-equivalent heeft vernietigd, aan de Commissie de in bijlage IX beschreven gegevens over elk van die stoffen voor het betrokken kalenderjaar.
3.
Uiterlijk op 31 maart 2025 en vervolgens elk jaar rapporteert elke onderneming die tijdens het voorgaande kalenderjaar 1 000 ton CO2-equivalent of meer van de in bijlage I vermelde gefluoreerde broeikasgassen als grondstof heeft gebruikt, aan de Commissie de in bijlage IX beschreven gegevens over elk van die stoffen voor het betrokken kalenderjaar.
4.
Uiterlijk op 31 maart 2025 en vervolgens elk jaar rapporteert elke onderneming die tijdens het voorgaande kalenderjaar 10 ton CO2-equivalent of meer fluorkoolwaterstoffen of 100 ton CO2-equivalent of meer gefluoreerde broeikasgassen in producten of apparatuur in de handel heeft gebracht, aan de Commissie de in bijlage IX beschreven gegevens over elk van die stoffen voor het betrokken kalenderjaar.
5.
Uiterlijk op 31 maart 2025 en vervolgens elk jaar rapporteert elke onderneming die hoeveelheden fluorkoolwaterstoffen zoals bedoeld in artikel 16, lid 2, heeft ontvangen, aan de Commissie de in bijlage IX beschreven gegevens over elk van die stoffen voor het betrokken kalenderjaar.
Uiterlijk op 31 maart 2025 en vervolgens elk jaar rapporteert elke producent of importeur die fluorkoolwaterstoffen in de handel heeft gebracht voor de productie van doseerinhalatoren voor de toediening van farmaceutische ingrediënten, aan de Commissie de in bijlage IX beschreven gegevens. De fabrikanten van dergelijke doseerinhalatoren rapporteren aan de Commissie de in bijlage IX beschreven gegevens betreffende de ontvangen fluorkoolwaterstoffen.
6.
Uiterlijk op 31 maart 2025 en vervolgens elk jaar rapporteert elke onderneming die hoeveelheden van meer dan een metrische ton of 100 ton CO2-equivalent van andere gefluoreerde broeikasgassen heeft geregenereerd, aan de Commissie de in bijlage IX beschreven gegevens over elk van die stoffen voor het betrokken kalenderjaar.
7.
Uiterlijk op 30 april 2025 en vervolgens elk jaar dient elke importeur van apparatuur die de in artikel 19 bedoelde voorgevulde apparatuur met ten minste 1 000 ton CO2-equivalent aan fluorkoolwaterstoffen in de handel heeft gebracht, en waarbij die fluorkoolwaterstoffen niet vóór het vullen van de apparatuur in de handel zijn gebracht, bij de Commissie een op grond van artikel 19, lid 3, opgesteld verificatieverslag in.
8.
Elke onderneming die uit hoofde van lid 1 rapporteert over het in de handel brengen tijdens het voorgaande kalenderjaar van 1 000 ton of meer CO2-equivalent aan fluorkoolwaterstoffen, ziet er bovendien op toe dat uiterlijk op 30 april 2025 en vervolgens elk jaar de waarheidsgetrouwheid van zijn rapportage door een onafhankelijke auditor met een redelijke mate van zekerheid wordt bevestigd. De auditor is geregistreerd in het F-gasportaal en is geaccrediteerd:
- a)
op grond van Richtlijn 2003/87/EG, of
- b)
overeenkomstig de wetgeving van de betrokken lidstaat om financiële staten te verifiëren.
De in artikel 16, lid 2, punt c), bedoelde transacties worden geverifieerd ongeacht de hoeveelheden in kwestie.
De Commissie kan een onderneming verzoeken om de waarheidsgetrouwheid van haar rapportage, met een redelijke mate van zekerheid, te laten bevestigen door een onafhankelijke auditor, ongeacht de hoeveelheden in kwestie, indien dat nodig is om te bevestigen dat die onderneming voldoet aan de voorschriften van deze verordening.
De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de nadere gegevens van de verificatie van rapporten en van de accreditatie van auditors specificeren. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 34, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
9.
De in dit artikel bedoelde rapportage en verificatie gebeuren via het F-gasportaal.
De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de vorm voor het indienen van de in dit artikel bedoelde verslagen vaststellen. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 34, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.