Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2024/1157 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1257/2013 en (EU) 2020/1056 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1013/2006
Artikel 34 Overbrengingen van voor verwijdering bestemde afvalstoffen
Geldend
Geldend vanaf 20-05-2024
- Bronpublicatie:
11-04-2024, PbEU L 2024, 2024/1157 (uitgifte: 30-04-2024, regelingnummer: 2024/1157)
- Inwerkingtreding
20-05-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
11-04-2024, PbEU L 2024, 2024/1157 (uitgifte: 30-04-2024, regelingnummer: 2024/1157)
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Afval
Wanneer een overbrenging gebeurt binnen de Unie en de doorvoer gebeurt via een of meer derde landen, en de afvalstoffen bestemd zijn voor verwijdering, zijn de artikelen 4 tot en met 17 en de artikelen 19 tot en met 30 van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van de volgende aanpassingen en aanvullende vereisten:
- a)
artikel 38, lid 2, punten a), c), d) en g), en artikel 38, lid 3, punt a), zijn van overeenkomstige toepassing;
- b)
indien het derde land partij is bij het Verdrag van Bazel en indien het betrokken land heeft besloten geen voorafgaande schriftelijke toestemming te verlangen en het de andere partijen bij het Verdrag van Bazel daarvan in kennis heeft gesteld overeenkomstig artikel 6, lid 4, van dat verdrag, beschikt een bevoegde autoriteit van doorvoer buiten de Unie vanaf de datum van de verzending van haar bevestiging van ontvangst van een volledige kennisgeving over een termijn van 60 dagen om stilzwijgende of — al dan niet aan voorwaarden verbonden — schriftelijke toestemming te verlenen, of
- c)
indien het derde land niet partij is bij het Verdrag van Bazel, vraagt de bevoegde autoriteit van verzending aan de bevoegde autoriteit van doorvoer in dat derde land of zij haar schriftelijke toestemming voor de overbrenging wil toezenden binnen de tussen de bevoegde autoriteiten overeengekomen termijn.