Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2024/1348 tot vaststelling van een gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming in de Unie en tot intrekking van Richtlijn 2013/32/EU
Artikel 64 Aanwijzing op nationaal niveau van derde landen als veilig derde land of als veilig land van herkomst
Geldend
Geldend vanaf 27-02-2026
- Bronpublicatie:
24-02-2026, PbEU L 2026, 2026/464 (uitgifte: 26-02-2026, regelingnummer: 2026/464)
- Inwerkingtreding
27-02-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
24-02-2026, PbEU L 2026, 2026/464 (uitgifte: 26-02-2026, regelingnummer: 2026/464)
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Algemeen
1.
De lidstaten kunnen met het oog op de behandeling van verzoeken om internationale bescherming wetgeving handhaven of invoeren die voorziet in de nationale aanwijzing als veilig derde land of als veilig land van herkomst van andere landen dan die welke op het niveau van de Unie als zodanig zijn aangewezen.
2.
Indien de aanwijzing op het niveau van de Unie van een derde land als veilig derde land of als veilig land van herkomst door middel van een op grond van artikel 63, lid 1, punt a) of b), vastgestelde gedelegeerde handeling volledig of gedeeltelijk is geschorst, wijzen de lidstaten dat land niet op nationaal niveau aan als veilig derde land of als veilig land van herkomst.
3.
Indien de aanwijzing op het niveau van de Unie van een derde land als veilig derde land of als veilig land van herkomst overeenkomstig de gewone wetgevingsprocedure is verwijderd of gewijzigd, kan een lidstaat de Commissie meedelen dat hij van mening is dat het land, als gevolg van veranderingen in de situatie in dat land, opnieuw voldoet aan de voorwaarden van artikel 59, lid 1, of artikel 61.
De mededeling gaat vergezeld van een onderbouwde beoordeling van de mate waarin dat derde land voldoet aan de voorwaarden van artikel 59, lid 1, of artikel 61, met daarbij een toelichting op de specifieke veranderingen in de situatie van het derde land waardoor dat land opnieuw aan die voorwaarden voldoet. In voorkomend geval specificeert de lidstaat in zijn mededeling op welke specifieke delen van het grondgebied van dat derde land of op welke duidelijk identificeerbare categorieën personen in dat derde land zijn beoordeling van toepassing is.
Na de mededeling verzoekt de Commissie het Asielagentschap haar inlichtingen en analyses te verschaffen over de situatie in het derde land.
Indien de aanwijzing op het niveau van de Unie van het door de lidstaat meegedeelde derde land als veilig derde land of als veilig land van herkomst is verwijderd op grond van artikel 63, lid 3, punt b), mag de lidstaat die de mededeling doet dat derde land alleen op nationaal niveau aanwijzen als veilig derde land of als veilig land van herkomst wanneer de Commissie daar geen bezwaar tegen maakt.
Het recht van bezwaar van de Commissie geldt slechts gedurende een periode van twee jaar na de datum waarop de aanwijzing op het niveau van de Unie van dat derde land als veilig derde land of als veilig land van herkomst is verwijderd. Bezwaren van de Commissie moeten worden ingediend binnen een periode van drie maanden na de datum van kennisgeving door de lidstaat en na een degelijke evaluatie van de situatie in dat derde land, met inachtneming van de voorwaarden van artikel 59, lid 1, en artikel 61.
Indien de Commissie van oordeel is dat opnieuw aan de voorwaarden van artikel 59, lid 1, of artikel 61 is voldaan met betrekking tot alle of specifieke delen van het grondgebied van het derde land of alle of duidelijk identificeerbare categorieën personen in het derde land waarop de op grond van de eerste alinea van dit lid ontvangen mededeling betrekking heeft, kan zij een voorstel tot wijziging van deze verordening indienen, overeenkomstig de gewone wetgevingsprocedure, teneinde dat derde land op het niveau van de Unie aan te wijzen als veilig derde land of als veilig land van herkomst met betrekking tot alle of specifieke delen van het grondgebied van dat derde land waarin of met betrekking tot alle of duidelijk identificeerbare categorieën personen ten aanzien waarvan aan die voorwaarden is voldaan.
4.
Uiterlijk op 12 juni 2026 en onmiddellijk nadat een derde land op nationaal niveau is aangewezen als veilig derde land of als veilig land van herkomst of nadat vermeldingen van landen zijn gewijzigd, stellen de lidstaten de Commissie en het Asielagentschap daarvan in kennis. De lidstaten delen de Commissie en het Asielagentschap eenmaal per jaar mee op welke andere veilige derde landen dit begrip met betrekking tot specifieke verzoekers als bedoeld in artikel 59, lid 4, punt b), is toegepast.