Einde inhoudsopgave
Richtlijn (EU) 2017/1132 aangaande bepaalde aspecten van het vennootschapsrecht
Artikel 16 sexies Waarborgen bij gerede twijfel over oorsprong of authenticiteit
Geldend
Geldend vanaf 30-01-2025
- Redactionele toelichting
Wordt toegepast vanaf 31-07-2028.
- Bronpublicatie:
19-12-2024, PbEU L 2025, 2025/25 (uitgifte: 10-01-2025, regelingnummer: 2025/25)
- Inwerkingtreding
30-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
19-12-2024, PbEU L 2025, 2025/25 (uitgifte: 10-01-2025, regelingnummer: 2025/25)
- Vakgebied(en)
EU-recht / Marktintegratie
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
1.
Indien de autoriteiten in een andere lidstaat waaraan de overeenkomstig artikel 16 quinquies, lid 1, door een register verstrekte en voor eensluidend gewaarmerkte afschriften en uittreksels van documenten en informatie, of het overeenkomstig artikel 16 ter afgegeven EU-bedrijfscertificaat, zijn overgelegd, gerede twijfel hebben over oorsprong of authenticiteit, ook over de identiteit van het zegel of stempel, of redenen hebben om aan te nemen dat een document is vervalst of gemanipuleerd, kunnen zij een verzoek om inlichtingen indienen bij het contactpunt:
- a)
in verband met het register dat de afschriften en uittreksels van documenten en informatie heeft verstrekt of het EU-bedrijfscertificaat heeft afgegeven, of
- b)
in verband met het register van de lidstaat van de autoriteit waaraan de afschriften en uittreksels van documenten en informatie of het EU-bedrijfscertificaat zijn overgelegd; dat register controleert via het systeem van gekoppelde registers de authenticiteit van die afschriften en uittreksels van documenten en informatie en van dat EU-bedrijfscertificaat bij het register dat deze of dat heeft verstrekt of afgegeven.
De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de relevante contactpunten.
2.
De in lid 1 bedoelde verzoeken om informatie bevatten de redenen waarom de autoriteit twijfelt aan de oorsprong of de authenticiteit van afschriften en uittreksels van documenten en informatie of het EU-bedrijfscertificaat, met name in gevallen waarin de autoriteit de authenticiteit van een afschrift of uittreksel van documenten en informatie of het EU-bedrijfscertificaat niet door middel van elektronische verificatiemethoden kan vaststellen. Elk verzoek gaat vergezeld van het elektronisch toegezonden afschrift of uittreksel van het document en de informatie in kwestie of het betrokken EU-bedrijfscertificaat.
Verzoeken die niet aan de in dit lid gestelde eisen voldoen, worden zonder onderzoek afgewezen, en de instantie die het verzoek heeft ingediend, wordt via het contactpunt van de afwijzing in kennis gesteld.
3.
De contactpunten beantwoorden overeenkomstig lid 1 ingediende verzoeken om informatie binnen een termijn van ten hoogste vijf werkdagen.
4.
De verzoekende autoriteit kan alleen besluiten de afschriften en uittreksels van documenten en informatie of het EU-bedrijfscertificaat niet te aanvaarden indien hun oorsprong of authenticiteit niet wordt bevestigd door het register waarbij zij het verzoek om informatie heeft ingediend op grond van lid 2. In dat geval stelt de verzoekende autoriteit degenen die dergelijke documenten en informatie of het EU-bedrijfscertificaat hebben ingediend, zonder onnodige vertraging, en uiterlijk tien werkdagen na ontvangst van het antwoord van het contactpunt, in kennis van dat besluit.