Einde inhoudsopgave
Richtlijn (EU) 2019/997 tot vaststelling van een EU-noodreisdocument en tot intrekking van Besluit 96/409/GBVB
Artikel 7 Facultatieve afgifte van EU-NRD's
Geldend
Geldend vanaf 10-07-2019
- Bronpublicatie:
18-06-2019, PbEU 2019, L 163 (uitgifte: 20-06-2019, regelingnummer: 2019/997)
- Inwerkingtreding
10-07-2019
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
18-06-2019, PbEU 2019, L 163 (uitgifte: 20-06-2019, regelingnummer: 2019/997)
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Internationaal publiekrecht / Vrij verkeer
Burgerzaken / Reisdocumenten
1.
Een lidstaat mag een EU-NRD afgeven aan aanvragers van wie het paspoort of reisdocument verloren, gestolen of vernietigd is, of om een andere reden niet binnen een redelijke termijn kan worden verkregen, en die tot de volgende categorieën behoren:
- a)
zijn eigen onderdanen;
- b)
burgers van de Unie die niet vertegenwoordigd zijn op het grondgebied van de lidstaten, met inbegrip van de in artikel 355, lid 2, eerste alinea, VWEU genoemde landen en gebieden overzee;
- c)
burgers van een andere lidstaat die vertegenwoordigd is in het land waar deze burgers het EU-NRD wensen te verkrijgen en waar desbetreffende regelingen tussen de betrokken lidstaten bestaan;
- d)
familieleden die geen burger van de Unie zijn en die burgers van de Unie die niet vertegenwoordigd zijn in een derde land vergezellen, of burgers van de Unie als bedoeld in punt a), b) of c), indien die familieleden legaal in een lidstaat verblijven, onverminderd de toepasselijke visumvereisten;
- e)
andere personen aan wie die lidstaat of een andere lidstaat op grond van het internationaal of nationaal recht bescherming moet bieden en die legaal in een lidstaat verblijven.
2.
Indien een lidstaat een EU-NRD afgeeft overeenkomstig:
- a)
punt b) of c) van lid 1 van dit artikel, wordt bij de in artikel 4 bedoelde raadpleging de lidstaat van nationaliteit van de burgers van de Unie betrokken;
- b)
punt d) van lid 1 van dit artikel, wordt bij de in artikel 4 bedoelde raadpleging de lidstaat van nationaliteit van de vergezelde burger van de Unie betrokken en, in voorkomend geval, de lidstaat van verblijf van het familielid. In afwijking van artikel 4, lid 6, wordt geen EU-NRD afgegeven zonder de voorafgaande raadpleging van de lidstaat van nationaliteit van de vergezelde burger van de Unie en, in voorkomend geval, de lidstaat van verblijf van het familielid;
- c)
punt e) van lid 1 van dit artikel, wordt bij de in artikel 4 bedoelde raadpleging de lidstaat betrokken die op grond van het internationaal of nationaal recht verplicht is de aanvrager bescherming te bieden, oftewel het land van bestemming dat op het EU-NRD vermeld staat.