Einde inhoudsopgave
Richtlijn (EU) 2024/1640 betreffende de mechanismen die de lidstaten moeten invoeren om het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen of terrorismefinanciering te voorkomen, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937, en tot wijziging en intrekking van Richtlijn (EU) 2015/849
Artikel 40 Risicogebaseerd toezicht
Geldend
Geldend vanaf 09-07-2024
- Bronpublicatie:
31-05-2024, PbEU L 2024, 2024/1640 (uitgifte: 19-06-2024, regelingnummer: 2024/1640)
- Inwerkingtreding
09-07-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
31-05-2024, PbEU L 2024, 2024/1640 (uitgifte: 19-06-2024, regelingnummer: 2024/1640)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
De lidstaten zorgen ervoor dat de toezichthouders een risicogebaseerde benadering van het toezicht toepassen. Daartoe zorgen de lidstaten ervoor dat zij:
- a)
een duidelijk inzicht hebben in de risico's van witwassen en terrorismefinanciering in hun lidstaat;
- b)
alle relevante informatie beoordelen over de specifieke binnenlandse en internationale risico's die verbonden zijn aan cliënten, producten en diensten van de meldingsplichtige entiteiten;
- c)
de frequentie en intensiteit van het toezicht ter plaatse, toezicht buiten locatie en thematisch toezicht baseren op het risicoprofiel van de meldingsplichtige entiteiten en op de risico's van witwassen en terrorismefinanciering in die lidstaat.
Voor de toepassing van de eerste alinea, punt c), van dit lid stellen de toezichthouders jaarlijkse toezichtprogramma's op, waarin rekening wordt gehouden met het tijdschema en de middelen die nodig zijn om onmiddellijk op te treden bij objectieve en duidelijke aanwijzingen van inbreuken op de vereisten van de Verordeningen (EU) 2024/1624 en (EU) 2023/1113.
2.
Uiterlijk op 10 juli 2026 stelt de AMLA ontwerpen van technische reguleringsnormen op en legt ze deze ter goedkeuring voor aan de Commissie. Deze ontwerpen van technische reguleringsnormen stellen de benchmarks en een methodologie vast voor het beoordelen en classificeren van het inherente en restrisicoprofiel van meldingsplichtige entiteiten, alsmede van de frequentie waarmee dat risicoprofiel moet worden herzien. Bij deze frequentie wordt rekening gehouden met belangrijke gebeurtenissen of ontwikkelingen in het beheer en de bedrijfsactiviteiten van de meldingsplichtige entiteit, alsmede met de aard en omvang van de bedrijfsactiviteiten.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid overgedragen om deze richtlijn aan te vullen door de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 49 tot en met 52 van Verordening (EU) 2024/1620.
3.
Uiterlijk op 10 juli 2028 vaardigt de AMLA aan de toezichthouders richtsnoeren uit over:
- a)
de kenmerken van een risicogebaseerde benadering van het toezicht;
- b)
de maatregelen die de toezichthouders moeten nemen om voor adequaat en doeltreffend toezicht te zorgen, met inbegrip van opleiding van hun personeel;
- c)
de stappen die moeten worden genomen bij het uitvoeren van toezicht op basis van risicogevoeligheid.
In de in de eerste alinea bedoelde richtsnoeren wordt, in voorkomend geval, rekening gehouden met de resultaten van de op grond van de artikelen 30 en 35 van Verordening (EU) 2024/1620 uitgevoerde beoordelingen.
4.
De lidstaten zorgen ervoor dat de toezichthouders rekening houden met de mate van keuzevrijheid die aan de meldingsplichtige entiteit wordt gelaten en dat zij de risicobeoordelingen die aan deze keuzevrijheid ten grondslag liggen, en de toereikendheid van haar interne beleidslijnen, procedures en controles naar behoren evalueren.
5.
De lidstaten zorgen ervoor dat de toezichthouders een gedetailleerd jaarlijks activiteitenverslag opstellen en dat een samenvatting van dat verslag openbaar wordt gemaakt. Die samenvatting bevat geen vertrouwelijke informatie en omvat:
- a)
de categorieën meldingsplichtige entiteiten die onder toezicht staan en het aantal meldingsplichtige entiteiten per categorie;
- b)
een beschrijving van de aan de toezichthouders verleende bevoegdheden en aan hen toegewezen taken, en, in voorkomend geval, van de in artikel 37, lid 4, bedoelde mechanismen waaraan zij deelnemen, en, voor de leidende toezichthouder, een samenvatting van de uitgevoerde coördinatieactiviteiten;
- c)
een overzicht van de uitgevoerde toezichthoudende activiteiten.