Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2009/138/EG betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II)
Artikel 256 ter Periodiek toezichtverslag van de groep
Geldend
Geldend vanaf 28-01-2025
- Bronpublicatie:
27-11-2024, PbEU L 2025, 2025/2 (uitgifte: 08-01-2025, regelingnummer: 2025/2)
- Inwerkingtreding
28-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
27-11-2024, PbEU L 2025, 2025/2 (uitgifte: 08-01-2025, regelingnummer: 2025/2)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Verzekeringsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Bijzondere onderwerpen
1.
De lidstaten schrijven voor dat deelnemende verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings en gemengde financiële holdings jaarlijks bij de groepstoezichthouder een periodiek toezichtsverslag op het niveau van de groep indienen. Artikel 35, lid 5 bis, eerste alinea, en tweede alinea, punt a), zijn van overeenkomstige toepassing.
De lidstaten zorgen ervoor dat de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen de in dit artikel bedoelde informatie jaarlijks of minder frequent openbaar maken binnen 24 weken na het einde van het boekjaar van de onderneming.
2.
Een deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding kan, mits de betrokken groepstoezichthouder daarmee instemt, een enkel periodiek toezichtsverslag verstrekken, dat het volgende bevat:
- a)
de informatie op het niveau van de groep welke overeenkomstig lid 1 moet worden gerapporteerd;
- b)
de informatie voor elk van de dochterondernemingen binnen de groep, welke informatie afzonderlijk te identificeren is, overeenkomstig artikel 35, lid 5 bis, wordt gerapporteerd, en niet mag resulteren in minder informatie dan die welke zou worden verstrekt door verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die een periodiek toezichtsverslag overeenkomstig artikel 35, lid 5 bis, indienen.
Alvorens overeenkomstig de eerste alinea zijn instemming te geven raadpleegt de groepstoezichthouder de leden van het college van toezichthouders, waarbij hij naar behoren rekening houdt met hun standpunten en voorbehouden. De niet-instemming van de betrokken nationale toezichthoudende autoriteiten wordt naar behoren gemotiveerd. Indien het enkele periodieke toezichtsverslag overeenkomstig dit lid door het college van toezichthouders wordt goedgekeurd, dient elke individuele verzekerings- en herverzekeringsonderneming het enkele periodieke toezichtsverslag in bij haar toezichthoudende autoriteit. Elke toezichthoudende autoriteit heeft de bevoegdheid toezicht uit te oefenen op het deel van het enkele periodieke toezichtsverslag dat specifiek is voor de betrokken dochteronderneming.
3.
Indien het ingediende enkele periodieke toezichtsverslag voor de nationale toezichthoudende autoriteiten niet bevredigend is, kan de in lid 2 bedoelde instemming worden ingetrokken.
4.
Indien het in lid 2 bedoelde verslag niet de informatie bevat die de toezichthoudende autoriteit die aan een dochteronderneming binnen een groep vergunning heeft verleend, van vergelijkbare ondernemingen verlangt, en indien wezenlijke informatie ontbreekt, heeft de betrokken toezichthoudende autoriteit de bevoegdheid om van de betrokken dochteronderneming te verlangen dat zij de nodige aanvullende informatie rapporteert.
5.
Indien de toezichthoudende autoriteit die aan een dochteronderneming binnen de groep vergunning heeft verleend, vaststelt dat artikel 35, lid 5 bis, niet wordt nageleefd of om een wijziging of verduidelijking van het enkele periodieke toezichtsverslag verzoekt, stelt zij het college van toezichthouders daarvan ook in kennis en dient de groepstoezichthouder bij de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding hetzelfde verzoek in.
6.
De Commissie vult deze richtlijn aan door overeenkomstig artikel 301 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere bepaling van de in dit artikel bedoelde informatie die moet worden gerapporteerd.