Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) nr. 596/2014 betreffende marktmisbruik en intrekking Richtlijn 2003/6/EG, enz. (Verordening marktmisbruik)
Artikel 38 Verslagen
Geldend
Geldend vanaf 04-12-2024
- Bronpublicatie:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2809 (uitgifte: 14-11-2024, regelingnummer: 2024/2809)
- Inwerkingtreding
04-12-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2809 (uitgifte: 14-11-2024, regelingnummer: 2024/2809)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Uiterlijk op 5 december 2028 dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de toepassing van deze verordening, zo nodig vergezeld van een wetgevingsvoorstel tot wijziging ervan. In het verslag wordt onder andere ingegaan op:
- a)
de noodzaak van invoering van gemeenschappelijke regels over de noodzaak van invoering door alle lidstaten van administratieve sancties voor handel met voorwetenschap en marktmanipulatie;
- b)
de vraag of de definitie van handel met voorwetenschap volstaat om daar alle informatie onder te laten vallen waarover bevoegde autoriteiten moeten beschikken om marktmisbruik effectief te kunnen bestrijden;
- c)
de vraag of de bepaling in artikel 17, lid 1, inzake de niet-openbaarmaking van voorwetenschap met betrekking tot tussenstappen in een in de tijd gespreid proces een passend evenwicht biedt tussen het verminderen van de lasten voor uitgevende instellingen en het in staat stellen van beleggers om geïnformeerde beleggingsbeslissingen te nemen, en
- d)
de evenredigheid van de absolute bedragen, zoals bedoeld in artikel 30, lid 2, punt j), iii) en iv), en de geschiktheid ervan voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen.
Voor de toepassing van de eerste alinea, onder a), brengt ESMA de toepassing van administratieve sancties in kaart alsook de toepassing van die strafrechtelijke sancties in de lidstaten, indien de lidstaten er krachtens artikel 30, lid 1, tweede alinea, voor hebben gekozen strafrechtelijke sancties vast te stellen voor de in dat artikel bedoelde inbreuken op deze verordening. Dit omvat ook alle gegevens zoals bedoeld in artikel 33, leden 1 en 2.
Uiterlijk op 5 december 2031 dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de werking van het mechanisme voor marktoverschrijdend ordergegevenstoezicht, de gevolgen ervan voor het vermogen van de nationale bevoegde autoriteiten om doeltreffend toezicht te waarborgen, de wijze waarop dat mechanisme kan worden gehandhaafd, en de voordelen van de mogelijke opneming van beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling in het toepassingsgebied van het mechanisme.
Uiterlijk op 5 december 2028 dient de Commissie na raadpleging van ESMA een verslag in bij het Europees Parlement en de Raad over het niveau van de in artikel 19, lid 1 bis, punten a) en b), bedoelde drempels met betrekking tot transacties door leidinggevenden wanneer de aandelen of schuldinstrumenten van de uitgevende instelling deel uitmaken van een instelling voor collectieve belegging of blootstelling inhouden voor een portfolio van activa, teneinde te beoordelen of het niveau passend is of moet worden aangepast.
De Commissie is overeenkomstig artikel 35 bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen om de in artikel 19, lid 1 bis, onder a) en b), bedoelde drempels aan te passen wanneer het in dat verslag constateert dat die drempels moeten worden aangepast.