Einde inhoudsopgave
Regeling projectsubsidies voor publicaties
Artikel 3 Vereisten aanvrager
Geldend
Geldend vanaf 06-04-2023
- Bronpublicatie:
14-02-2023, Stcrt. 2023, 10219 (uitgifte: 05-04-2023, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
06-04-2023
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
14-02-2023, Stcrt. 2023, 10219 (uitgifte: 05-04-2023, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
1.
De aanvrager is een natuurlijk persoon.
2.
Het (gemiddelde) belastbaar verzamelinkomen van de aanvrager in het tijdvak waarvoor (een gedeelte van) het subsidiebedrag wordt verleend, welk tijdvak maximaal drie jaar zal beslaan, is naar verwachting niet hoger dan een door het bestuur vastgestelde inkomensgrens. De hoogte van deze inkomensgrens wordt bekendgemaakt op de website van het Letterenfonds.
3.
De aanvrager heeft op het moment van het indienen van de aanvraag minimaal één Nederlands- of Friestalig literair werk gepubliceerd op grond van een uitgave-overeenkomst dan wel één toneeltekst geschreven die in productie is genomen door een professionele theaterproductiemaatschappij.
4.
Het werk, genoemd in het vorige lid, is uitgegeven in een oplage van ten minste 500 exemplaren met uitzondering van poëziebundels en Friestalige literaire werken waarvoor een minimum geldt van 300 exemplaren en Friestalige poëzie waarvoor een minimum van 200 exemplaren geldt.
5.
Het werk, genoemd in het derde lid, heeft een omvang van ten minste 20 bladzijden (poëzie), 35.000 woorden (fictie en non-fictie) en 7.000 woorden (kinder- en jeugdliteratuur) en betreft geen uitgave in eigen beheer.
6.
De toneeltekst, genoemd in het derde lid, is ten minste tien maal opgevoerd door een professioneel theatergezelschap en betrof een stuk voor meerdere personages waarvan de totale opvoeringsduur ten minste 90 speelminuten besloeg.
7.
Indien het werk, genoemd in het derde lid, een debuut betreft is het gepubliceerd in de periode tussen de sluitingsdatum van de subsidieronde en de 1e januari van het drie jaar daarvoor gelegen jaar.
8.
Indien een eerdere aanvraag is afgewezen op grond van het criterium literaire kwaliteit, zoals genoemd in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, kan pas een nieuwe aanvraag worden ingediend als een nieuw werk op dat criterium kan worden beoordeeld.