Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2009/138/EG betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II)
Artikel 233 bis Combinatie van de methoden 1 en 2
Geldend
Geldend vanaf 28-01-2025
- Bronpublicatie:
27-11-2024, PbEU L 2025, 2025/2 (uitgifte: 08-01-2025, regelingnummer: 2025/2)
- Inwerkingtreding
28-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
27-11-2024, PbEU L 2025, 2025/2 (uitgifte: 08-01-2025, regelingnummer: 2025/2)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Verzekeringsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Bijzondere onderwerpen
1.
De groepssolvabiliteit van de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming is het verschil tussen:
- a)
de som van:
- i)
voor ondernemingen waarop methode 1 wordt toegepast, het eigen vermogen dat in aanmerking komt voor de dekking van het op basis van geconsolideerde gegevens berekende solvabiliteitskapitaalvereiste;
- ii)
voor elke verbonden verzekerings- of herverzekeringsonderneming waarop methode 2 wordt toegepast, het proportionele deel van de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming in het eigen vermogen dat in aanmerking komt voor het solvabiliteitskapitaalvereiste van de verbonden verzekerings- of herverzekeringsonderneming;
- iii)
- b)
de som van:
- i)
voor ondernemingen waarop methode 1 wordt toegepast, het geconsolideerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep, berekend overeenkomstig artikel 230, lid 2, op basis van geconsolideerde gegevens;
- ii)
voor elke verbonden verzekerings- of herverzekeringsonderneming waarop methode 2 wordt toegepast, het proportionele deel van haar solvabiliteitskapitaalvereiste;
- iii)
2.
Voor de toepassing van lid 1, punt a), i), en punt b), i), van dit artikel worden deelnemingen in de in artikel 228, lid 1, bedoelde verbonden ondernemingen niet in de geconsolideerde gegevens opgenomen.
3.
Voor de toepassing van lid 1, punt a), i), en punt b), i), van dit artikel worden deelnemingen in de in artikel 220, lid 3, bedoelde verbonden ondernemingen waarop methode 2 wordt toegepast, niet in de geconsolideerde gegevens opgenomen.
Voor de toepassing van lid 1, punt b), i), van dit artikel wordt de waarde van deelnemingen in de in artikel 220, lid 3, bedoelde verbonden ondernemingen waarop methode 2 wordt toegepast, die hoger is dan het proportionele deel van hun eigen solvabiliteitskapitaalvereiste, in de geconsolideerde gegevens opgenomen bij de berekening van de gevoeligheid van activa en verplichtingen voor veranderingen in het niveau of in de volatiliteit van wisselkoersen (‘valutarisico’). De waarde van die deelnemingen wordt echter niet geacht gevoelig te zijn voor veranderingen in het niveau of in de volatiliteit van de marktprijzen van aandelen (‘aandelenrisico’).
4.
Artikel 233, lid 4, is van overeenkomstige toepassing voor de toepassing van lid 1, punt a), ii), en punt b), ii), van dit artikel.
5.
Artikel 231 is van overeenkomstige toepassing indien een verzekerings- of herverzekeringsonderneming en haar verbonden ondernemingen, of de verbonden ondernemingen van een verzekeringsholding gezamenlijk, een aanvraag indienen om het geconsolideerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep alsook het solvabiliteitskapitaalvereiste van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen in de groep op basis van een intern model te mogen berekenen.
6.
Het minimale geconsolideerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep wordt berekend overeenkomstig artikel 230, lid 2.
Het minimale geconsolideerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep wordt gedekt door het in aanmerking komend kernvermogen als bepaald overeenkomstig artikel 98, lid 4, berekend op basis van geconsolideerde gegevens. Voor die berekening worden deelnemingen in de in artikel 228, lid 1, bedoelde verbonden ondernemingen niet in de geconsolideerde gegevens opgenomen.
Om uit te maken of dat in aanmerking komend eigen vermogen aanvaardbaar is voor de dekking van het minimale geconsolideerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep, zijn de beginselen van de artikelen 221 tot en met 229 bis van overeenkomstige toepassing. Het bepaalde in artikel 139, leden 1 en 2, is van overeenkomstige toepassing.
Wanneer het eigen vermogen dat in aanmerking komt voor de dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste, berekend op basis van geconsolideerde gegevens, hoger is dan het op basis van geconsolideerde gegevens berekende solvabiliteitskapitaalvereiste op groepsniveau en niet aan het minimale geconsolideerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep wordt voldaan, is artikel 138, leden 1 tot en met 4, van overeenkomstige toepassing, terwijl artikel 139, leden 1 en 2, niet van toepassing is. Voor de toepassing van deze alinea wordt de vermelding ‘solvabiliteitskapitaalvereiste’ in artikel 138 gelezen als ‘minimaal geconsolideerd solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep’.
7.
Om te bepalen of het in lid 1, punt b), ii), van dit artikel berekende bedrag een passende afspiegeling is van het risicoprofiel van de groep met betrekking tot de in artikel 220, lid 3, bedoelde ondernemingen waarop methode 2 wordt toegepast, besteden de betrokken toezichthoudende autoriteiten bijzondere aandacht aan alle specifieke risico's die op groepsniveau bestaan en die onvoldoende gedekt zouden zijn omdat ze moeilijk te kwantificeren vallen.
Ingeval het risicoprofiel van de groep met betrekking tot de in artikel 220, lid 3, bedoelde ondernemingen waarop methode 2 wordt toegepast, aanzienlijk afwijkt van de aannames die aan het in artikel 233, lid 3, bedoelde geaggregeerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep ten grondslag liggen, kan op het in lid 1, punt b), ii), van dit artikel berekende bedrag een kapitaalopslagfactor worden toegepast.
Artikel 37, leden 1 tot en met 5, is samen met de overeenkomstig artikel 37, leden 6, 7 en 8, vastgestelde gedelegeerde handelingen en technische uitvoeringsnormen van overeenkomstige toepassing.