Einde inhoudsopgave
Reglement Participatiefonds voor de Expertisecentra voor het schooljaar 2007 – 2008
Artikel 9 Overige ontslaggronden
Geldend
Geldend vanaf 01-02-2007
- Redactionele toelichting
Bron: www.vfpf.nl
- Bronpublicatie:
07-06-2007, Internet 2007, 000 (uitgifte: 01-01-2007, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-02-2007
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
07-06-2007, Internet 2007, 000 (uitgifte: 01-01-2007, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Onderwijsrecht / Primair onderwijs
Overheidsfinanciën / Bijzondere onderwerpen
Onderwijsrecht / Bijzondere onderwerpen
Lees dit artikel voordat u het formulier ‘Opgave persoonsgebonden redenen en anders’ invult
Overige gronden voor toewijzing van het vergoedingsverzoek kunnen zijn:
- a.Ontslag op grond van ongeschiktheid voor de functie, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken; ongeschiktheid voor het onderwijs, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken;
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in:
- I.
de ongeschiktheid voor de functie, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken van betrokkene;
- II.
ongeschiktheid voor het onderwijs, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken;
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat het in redelijkheid niet anders dan tot het ontslag van betrokkene kon komen, ondanks het feit dat het betrokkene de mogelijkheden heeft geboden het functioneren te verbeteren en dat anderszins maatregelen zijn genomen om gedwongen ontslag te voorkomen. Het bevoegd gezag geeft aan hoe de beoordelingsprocedure is doorlopen.
Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub a, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub a, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub a, dient het bevoegd gezag bij een vast dienstverband te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie I, II, III en IV-A;
Bij einde tijdelijk dienstverband dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie I, II en IV-B.
Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub a, stelt:
Categorie I functionerings- en beoordelingsgesprekken
- 1.
overzicht met data van functionerings- en beoordelingsgesprekken, lesbezoeken en begeleidingsgesprekken, die hebben plaatsgevonden in de periode van een jaar voorafgaand aan de ontslagdatum.
Categorie II vormen van begeleiding
- 1.
interne begeleiding door de leiding van de school; of,
- 2.
externe begeleiding door onderwijsbegeleidingsdienst, pedagogisch centrum, particulier instituut.
Categorie III hulp bij behoud van werk, intern
- 1.
intern een andere passende functie aanbieden; of,
- 2.
scholing, gericht op herplaatsing binnen het bevoegd gezag.
Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband)
- 1.
extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en
- 2.
(vervallen)
- 3.
voormelding bij het Participatiefonds. De voormelding vindt uitsluitend plaats middels het formulier ‘Voormelding dreigend ontslag’ dat bij het Participatiefonds wordt aangevraagd; of
- 4.
aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).
Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband)
- 1.
(vervallen)
- 2.
voormelding bij het Participatiefonds. De voormelding vindt uitsluitend plaats middels het formulier ‘Voormelding dreigend ontslag’ dat bij het Participatiefonds wordt aangevraagd.
- b.Ontslag op grond van denominatie;
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in de denominatie.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont waarom betrokkene naar het oordeel van het bevoegd gezag, niet langer kan functioneren overeenkomstig de grondslag en doelstelling van de instelling.
Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub b, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub b, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Inspanningsverplichting
Indien het bevoegd gezag stelt dat betrokkene niet meer aan de grondslag voldoet, dient het bevoegd gezag bij een ontslag op grond van artikel 9 sub b, te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie IV.
Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub b, stelt:
Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband)
- 1.
extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en
- 2.
(vervallen)
- 3.
voormelding bij het Participatiefonds. De voormelding vindt uitsluitend plaats middels het formulier 'Voormelding dreigend ontslag’ dat bij het Participatiefonds wordt aangevraagd; of
- 4.
aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).
Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband)
- 1.
(vervallen)
- 2.
voormelding bij het Participatiefonds. De voormelding vindt uitsluitend plaats middels het formulier 'Voormelding dreigend ontslag’ dat bij het Participatiefonds wordt aangevraagd.
- c.Ontslag op grond van opheffing van de enige instelling die onder het bevoegd gezag ressorteert (uitgezonderd opheffing wegens fusie);
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in de opheffing van de enige instelling die onder het bevoegd gezag ressorteert. Een uitzondering hierop vormt de opheffing vanwege fusie.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat het pogingen tot een fusie heeft ondernomen en waarom de fusie niet gerealiseerd kon worden en of anderszins maatregelen zijn genomen om gedwongen ontslag te voorkomen.
Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub c, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub c, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub c, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie IV;
Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub c, stelt:
Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband)
- 1.
extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en
- 2.
(vervallen)
- 3.
voormelding bij het Participatiefonds. De voormelding vindt uitsluitend plaats middels het formulier 'Voormelding dreigend ontslag’ dat bij het Participatiefonds wordt aangevraagd; of
- 4.
aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).
Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband)
- 1.
(vervallen)
- 2.
voormelding bij het Participatiefonds. De voormelding vindt uitsluitend plaats middels het formulier 'Voormelding dreigend ontslag’ dat bij het Participatiefonds wordt aangevraagd.
- d.Ontslag op grond van onverenigbaarheid van karakters;
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in de onverenigbaarheid van karakters.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat er sprake is van onverenigbaarheid van karakters en onwerkbaarheid van de situatie.
Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub d, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub d, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub d, dient het bevoegd gezag bij een vast dienstverband te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie I, II, III en IV.
Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub d, stelt:
Categorie I functionerings- en beoordelingsgesprekken
- 1.
overzicht met data van functionerings- en beoordelingsgesprekken, lesbezoeken en begeleidingsgesprekken, die hebben plaatsgevonden in de periode van een jaar voorafgaand aan de ontslagdatum;
- 2.
overzicht met data van reïntegratiegesprekken.
Categorie II vormen van begeleiding
- 1.
interne begeleiding door de leiding van de school; of,
- 2.
externe begeleiding door onderwijsbegeleidingsdienst, pedagogisch centrum, particulier instituut.
Categorie III hulp bij behoud van werk, intern
- 1.
intern een andere passende functie aanbieden; of,
- 2.
scholing, gericht op herplaatsing binnen het bevoegd gezag.
Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband)
- 1.
extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en
- 2.
(vervallen)
- 3.
voormelding bij het Participatiefonds. De voormelding vindt uitsluitend plaats middels het formulier 'Voormelding dreigend ontslag’ dat bij het Participatiefonds wordt aangevraagd; of
- 4.
aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).
Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband)
- 1.
(vervallen)
- 2.
voormelding bij het Participatiefonds. De voormelding vindt uitsluitend plaats middels het formulier 'Voormelding dreigend ontslag’ dat bij het Participatiefonds wordt aangevraagd.
- e.Ontslag op grond van arbeidsongeschiktheid;
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in de arbeidsongeschiktheid.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat er sprake is van arbeidsongeschiktheid en dat een onderzoek heeft plaatsgevonden waaruit is gebleken dat er geen mogelijkheden zijn om betrokkene te herplaatsen. Het bevoegd gezag overlegt hiertoe in geval van ontslag uit een vast dienstverband een afschrift van de WIA-beschikking.
In geval van ontslag uit een tijdelijk dienstverband overlegt het bevoegd gezag hiertoe een verklaring van een bevoegde onafhankelijke instelling waaruit blijkt dat betrokkene op de datum van ontslag arbeidsongeschikt is.
Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub e, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit van ontslag wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub e, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub e, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie I, II, III en IV.
Indien betrokkene volledig arbeidsongeschikt is verklaard (ontslag uit een vast dienstverband en 80–100% ziek volgens UWV) verlangt het Participatiefonds geen inspanning als bedoeld in de categorieën II, III en IV.
Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub e, stelt:
Categorie I functionerings- en beoordelingsgesprekken
- 1.
overzicht met data van functionerings- en beoordelingsgesprekken, lesbezoeken en begeleidingsgesprekken, die hebben plaatsgevonden in de periode van een jaar voorafgaand aan de ontslagdatum;
- 2.
overzicht met data van reïntegratiegesprekken.
Categorie II vormen van begeleiding
- 1.
interne begeleiding door de leiding van de school; of,
- 2.
externe begeleiding door onderwijsbegeleidingsdienst, pedagogisch centrum, particulier instituut.
Categorie III hulp bij behoud van werk, intern
- 1.
intern een andere passende functie aanbieden; of,
- 2.
scholing, gericht op herplaatsing binnen het bevoegd gezag.
Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband)
- 1.
extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en
- 2.
(vervallen)
- 3.
voormelding bij het Participatiefonds. De voormelding vindt uitsluitend plaats middels het formulier 'Voormelding dreigend ontslag’ dat bij het Participatiefonds wordt aangevraagd; of
- 4.
aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).
Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband)
- 1.
(vervallen)
- 2.
voormelding bij het Participatiefonds. De voormelding vindt uitsluitend plaats middels het formulier 'Voormelding dreigend ontslag’ dat bij het Participatiefonds wordt aangevraagd.
- f.Ontslag op grond van ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een uitspraak van de sector kanton van de Rechtbank, dan wel een uitspraak van de Commissie van Beroep, de sector bestuursrecht van de Rechtbank of de Centrale Raad van Beroep waarbij het beroep van de werknemer tegen het ontslag ongegrond is verklaard;
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in de ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een uitspraak van de sector kanton van de Rechtbank, dan wel een uitspraak van de Commissie van Beroep, de sector bestuursrecht van de Rechtbank of de Centrale Raad van Beroep waarbij het beroep van de werknemer tegen het ontslag ongegrond is verklaard.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien:
sector kanton van de Rechtbank
Het bevoegd gezag een afschrift van de uitspraak van sector kanton van de Rechtbank overlegt waarbij de beëindiging of het einde van het dienstverband wordt uitgesproken dan wel wordt bevestigd. Het vergoedingsverzoek wordt afgewezen:
- 1.
indien uit de uitspraak blijkt dat het geschil in overwegende mate aan het bevoegd gezag te wijten is; of,
- 2.
in het geval dat er afspraken zijn gemaakt omtrent de informatievoorziening aan de kantonrechter, en aan het Participatiefonds blijkt dat op grond van de feiten en omstandigheden een vergoedingsverzoek moet worden afgewezen.
Commissie van Beroep, sector bestuursrecht van de Rechtbank, Centrale Raad van Beroep
Het bevoegd gezag een afschrift van de uitspraak van de Commissie van Beroep, de sector bestuursrecht van de Rechtbank of de Centrale Raad van Beroep overlegt waarin het beroep van betrokkene ongegrond wordt verklaard.
Het vergoedingsverzoek wordt afgewezen in het geval dat er afspraken gemaakt zijn omtrent de informatievoorziening aan de Commissie van Beroep, en aan het Participatiefonds blijkt dat op grond van de feiten en omstandigheden een vergoedingsverzoek moet worden afgewezen.
Algemeen
Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub f, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub f, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub f, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie IV.
Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub f, stelt:
Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband)
- 1.
extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en
- 2.
(vervallen)
- 3.
voormelding bij het Participatiefonds. De voormelding vindt uitsluitend plaats middels het formulier 'Voormelding dreigend ontslag’ dat bij het Participatiefonds wordt aangevraagd; of
- 4.
aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).
Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband)
- 1.
(vervallen)
- 2.
voormelding bij het Participatiefonds. De voormelding vindt uitsluitend plaats middels het formulier 'Voormelding dreigend ontslag’ dat bij het Participatiefonds wordt aangevraagd.
- g.Ontslag wegens dringende redenen;
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in de dringende redenen.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat er sprake is van een dringende reden.
Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub g, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub g, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub g, vereist het Participatiefonds geen inspanning.
- h.Ontslag op andere gronden;
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in de andere gronden.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag de onvermijdbaarheid van het ontslag op andere gronden aantoont.
Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub h, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub h, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub h, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie I, II, III en IV.
Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub h, stelt:
Categorie I functionerings- en beoordelingsgesprekken
- 1.
overzicht met data van functionerings- en beoordelingsgesprekken, lesbezoeken en begeleidingsgesprekken, die hebben plaatsgevonden in de periode van een jaar voorafgaand aan de ontslagdatum;
- 2.
overzicht met data van reïntegratiegesprekken.
Categorie II vormen van begeleiding
- 1.
interne begeleiding door de leiding van de school; of,
- 2.
externe begeleiding door onderwijsbegeleidingsdienst, pedagogisch centrum, particulier instituut.
Categorie III hulp bij behoud van werk, intern
- 1.
intern een andere passende functie aanbieden; of,
- 2.
scholing, gericht op herplaatsing binnen het bevoegd gezag.
Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband)
- 1.
extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en
- 2.
(vervallen)
- 3.
voormelding bij het Participatiefonds. De voormelding vindt uitsluitend plaats middels het formulier 'Voormelding dreigend ontslag’ dat bij het Participatiefonds wordt aangevraagd; of
- 4.
aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).
Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband)
- 1.
(vervallen)
- 2.
voormelding bij het Participatiefonds. De voormelding vindt uitsluitend plaats middels het formulier 'Voormelding dreigend ontslag’ dat bij het Participatiefonds wordt aangevraagd.
- i.Ontslag op eigen verzoek;
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in het eigen verzoek.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien:
Het bevoegd gezag aantoont dat het om een ontslag op eigen verzoek gaat. Hiertoe overlegt het bevoegd gezag en een afschrift van:
- 1.
het ontslagbesluit met daarin de reden voor het ontslag; en,
- 2.
de brief waarin betrokkene om het ontslag verzoekt; of,
- 3.
bescheiden waaruit blijkt dat betrokkene geen nieuwe baan aangeboden wenst te krijgen of dat het bevoegd gezag betrokkene een passende baan heeft aangeboden maar dat deze de baan niet wenst te accepteren; of,
- 4.
een document waaruit blijkt dat betrokkene een passende reguliere betrekking is aangeboden met tenminste een gelijke omvang aan de voorafgaande betrekking.
Het aanbieden van een vervangingsbetrekking wordt in het kader van dit reglement niet gelijkgesteld met het aanbieden van een passende baan.
Van ontslag op eigen verzoek is tevens sprake indien uit de gegevens blijkt dat betrokkene aangeeft voortzetting van het dienstverband niet te wensen wegens het niet langer kunnen functioneren overeenkomstig de grondslag en doelstelling van de instelling.
Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub i, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub i, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub i, vereist het Participatiefonds geen inspanning.
- j.Ontslag van een leraar in opleiding;
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in de afloop van de leer-arbeidsovereenkomst van de leraar in opleiding zoals bedoeld in artikel 3.24 juncto 3.26 en artikel 4.23 juncto 4.25 CAO-PO.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag het ontslag van een leraar in opleiding meldt en een afschrift van de leer-arbeidsovereenkomst overlegt waarin de einddatum genoemd is.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub j, vereist het Participatiefonds geen inspanning.
- k.Ontslag van een zij-instromer;
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in het feit dat de geschiktheidsverklaring als bedoeld in artikel 176b van de WPO voor de betreffende zij-instromer is komen te vervallen, en dat aan de betreffende zij-instromer geen getuigschrift als bedoeld in artikel 7a.3 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek is toegekend.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag het ontslag van de zij-instromer meldt en aantoont dat de geschiktheidsverklaring is vervallen en aansluitend geen getuigschrift is toegekend.
Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub k, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub k, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub k, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie I, II en IV.
Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub k, stelt:
Categorie I functionerings- en beoordelingsgesprekken
- 1.
overzicht met data van functionerings- en beoordelingsgesprekken, lesbezoeken en begeleidingsgesprekken, die hebben plaatsgevonden in de periode van een jaar voorafgaand aan de ontslagdatum;
- 2.
overzicht met data van reïntegratiegesprekken.
Categorie II vormen van begeleiding
- 1.
interne begeleiding door de leiding van de school; of,
- 2.
externe begeleiding door onderwijsbegeleidingsdienst, pedagogisch centrum, particulier instituut.
Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband)
- 1.
extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en
- 2.
(vervallen)
- 3.
voormelding bij het Participatiefonds. De voormelding vindt uitsluitend plaats middels het formulier 'Voormelding dreigend ontslag’ dat bij het Participatiefonds wordt aangevraagd; of
- 4.
aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).
Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband)
- 1.
(vervallen)
- 2.
voormelding bij het Participatiefonds. De voormelding vindt uitsluitend plaats middels het formulier 'Voormelding dreigend ontslag’ dat bij het Participatiefonds wordt aangevraagd.
- l.Ontslag van de vervanger van een betrokkene, welke betrokkene gebruik heeft gemaakt van de regeling Spaarverlof als bedoeld in artikel G24 CAO-PO;
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in de beëindiging van het verlof van de betrokkene die gebruik heeft gemaakt van de regeling Spaarverlof als bedoeld in artikel G24 CAO-PO.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag het einde van deze vorm van vervanging meldt en een afschrift van het verlofbesluit overlegt waaruit blijkt dat de einddatum van het spaarverlof overeenkomt met de einddatum van de vervanging.
Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub l, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub l, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub l, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie III sub 1.
Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub l, stelt:
Categorie III hulp bij behoud van werk, intern
- 1.
intern een andere passende functie aanbieden.
- m.
Vervallen
- n.Ontslag uit een in- en doorstroombaan als gevolg van beëindiging van de subsidie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Besluit in- en doorstroombanen (Stb. 1999, 59);
Ontslaggrond
Nadat eerst het Besluit in- en doorstroombanen per 1 januari 2003 is gewijzigd is het per 1 januari 2004 geheel vervallen. Sindsdien krijgen Gemeenten in het kader van de Wet Werk en Bijstand (WWB) een budget en daarmee de ruimte om een eigen afweging te maken over het aantal te subsidiëren banen. Een ontslag uit een in- en doorstroombaan (ID-baan) dat wordt veroorzaakt door beëindiging van de subsidie door de gemeente kan op grond van artikel 9 sub n worden gemeld.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat er sprake is van ontslag als hierboven bedoeld onder 1 of 2. Het betreft uitsluitend een werknemer die in het kader van het Besluit ID-banen is aangesteld.
Het bevoegd gezag overlegt hiertoe een schriftelijke verklaring waarin het volgende dient te zijn opgenomen:
- 1.
Het bevoegd gezag heeft met de Gemeente overleg gevoerd om te komen tot een meerjarig arrangement over scholing en doorstroom, in combinatie met afspraken over behoud van gesubsidieerde banen.
- 2.
Bij het overleg over het meerjarig arrangement zijn mogelijkheden van continuering van het dienstverband van betrokkene door middel van subsidiering door de Gemeente onderzocht.
- 3.
Indien er subsidiemogelijkheden van de Gemeente aanwezig zijn, geeft het bevoegd gezag gemotiveerd aan waarom het van deze mogelijkheden geen gebruik heeft gemaakt.
De verklaring wordt vergezeld van terzake overtuigende documenten.
Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub n, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub n, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub n, vereist het Participatiefonds dat aan betrokkene, indien beschikbaar, een andere passende functie wordt aangeboden, zonodig onder een aanbod van scholing, tenzij door het bevoegd gezag wordt onderbouwd dat het anders onmogelijk wordt binnen het bevoegd gezag het gevraagde onderwijs te verzorgen of de verlangde taken uit te voeren (een vorm van kwalitatieve toetsing).
- o.Ontslag in verband met niet meewerken aan reïntegratie als bedoeld in artikel 20a BZA;
Ontslaggrond
Met ingang van 4 april 2003 is het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs, BZA (Stb. 2003, 186) gewijzigd. Op grond van die wijziging wordt het ondermeer mogelijk een zieke werknemer te ontslaan indien hij zonder deugdelijke grond niet meewerkt aan zijn reïntegratie. Daartoe is een artikel 20a in het BZA opgenomen. Een ontslag in verband met het zonder deugdelijke grond niet meewerken aan reïntegratie kan op grond van artikel 9 sub o worden gemeld.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat betrokkene zonder deugdelijke grond niet heeft meegewerkt aan zijn reïntegratie. Het bevoegd gezag overlegt hiertoe mede een afschrift van het advies van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als bedoeld in artikel 20a, tweede lid, BZA.
Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub o, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub o, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub o, vereist het Participatiefonds geen verdere inspanning.
- p.Ontslag van een OALT-personeelslid in verband met de beëindiging van de bekostiging van het onderwijs in allochtone levende talen per 1 augustus 2004;
Ontslaggrond
In de Wpo en de Wec wordt de bekostiging van het onderwijs in allochtone levende talen per 1 augustus 2004 beëindigd. Een ontslag van een OALT-personeelslid dat wordt veroorzaakt door de invoering van deze wet, kan op grond van artikel 9 sub p worden gemeld.
Onvermijdbaarheid ontslag
De onvermijdbaarheid van het ontslag wordt aangetoond middels het overleggen van een schriftelijke verklaring waaruit blijkt dat het bevoegd gezag voorafgaand aan het ontslag van betrokkene heeft voldaan aan de voorwaarden van de Regeling bijdrage kosten personele gevolgen wegens beëindiging bekostiging onderwijs allochtone levende talen.
De verklaring dient te behelzen dat het bevoegd gezag,
- 1.
- 2a.
heeft vastgesteld dat er voor betrokkene vanaf 1 augustus 2004 perspectief bestaat op een passende functie binnen of buiten het onderwijs en
- 2b.
de in de Regeling bijdrage personele gevolgen wegens beëindiging bekostiging oalt genoemde mogelijkheden voor passende arbeid voor betrokkene heeft onderzocht, en
- 2c.
voor betrokkene voor wie perspectief bestaat op een passende functie in overleg met hem een ontwikkelingsplan heeft opgesteld, indien mogelijk met gebruikmaking van de beschikbare subsidie van maximaal € 5000,‒. of
- 3.
heeft vastgesteld dat betrokkene niet geschikt is voor het geven van schoolonderwijs zoals genoemd onder 1 en dat voor betrokkene geen perspectief op een passende functie bestaat zoals genoemd onder 2.
Inspanningsverplichting
Ad 1 Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub p van oalt-personeelsleden die geschikt zijn voor het geven van schoolonderwijs conform artikel 3 van de WPO of WEC, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie III (hulp bij behoud van werk, intern) en categorie IV (hulp bij behoud van werk, extern)
Ad 2 het Pf vereist geen verdere inspanning dan vermeld in 2 a t/m 2 c.
Ad 3 het bevoegd gezag moet een voormelding bij het Participatiefonds doen.
De voormelding vindt uitsluitend plaats middels het formulier ‘Voormelding dreigend ontslag’ dat bij het Participatiefonds wordt aangevraagd.
De verklaring dat deze inspanningen niet hebben geleid tot het voorkomen van het ontslag wordt vergezeld van terzake overtuigende documenten.
Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub p, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub p aan betrokkene kenbaar is gemaakt.
- q.Ontslag van een onderwijsassistent in opleiding;
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in de afloop van de leer-arbeidsovereenkomst van de onderwijsassistent in opleiding zoals bedoeld in artikel C8a CAO-PO.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag het ontslag van een onderwijsassistent in opleiding meldt en een afschrift van de leer-arbeidsovereenkomst overlegt waarin de einddatum genoemd is.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub q, vereist het Participatiefonds geen inspanning.
- r.Ontslag wegens terugkeer levensloopganger;
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in de beëindiging van het verlof van de betrokkene die gebruik heeft gemaakt van de levensloop regeling.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag het einde van deze vorm van vervanging meldt en een afschrift van het verlofbesluit overlegt waaruit blijkt dat de einddatum van het levensloopverlof overeenkomt met de einddatum van de vervanging.
Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub r, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub r, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub l, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie III sub 1.
Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub l, stelt:
Categorie III hulp bij behoud van werk, intern
- 1.
intern een andere passende functie aanbieden.
- s.Ontslag van bovenformatief aangestelde leraren als bedoeld in de motie Dittrich
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in de beëindiging van de subsidie als bedoeld in het Convenant ‘Behoud pasafgestudeerde leraren’ en de onmogelijkheid dat betrokkene in een vaste aanstelling instroomt in de reguliere formatie van de in de betreffende regio samenwerkende schoolbesturen.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag zich in alle redelijkheid niet aan de subsidievoorwaarde van de vaste aanstelling in de regio kan houden. Het bevoegd gezag toont met ter zake overtuigende documenten aan dat het niet aan hem toerekenbaar is dat betrokkene niet kan instromen in een vaste aanstelling in de reguliere formatie van de in de betreffende regio samenwerkende schoolbesturen.
Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub s, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub s, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub s, vereist het Participatiefonds — behoudens het bovenstaande — geen verdere inspanning.
Officiele toelichting