Einde inhoudsopgave
Algemeen boetetoemetingsbeleid DNB
Artikel 3 Stappenplan
Geldend
Geldend vanaf 12-12-2020
- Bronpublicatie:
19-11-2020, Stcrt. 2020, 63846 (uitgifte: 11-12-2020, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
12-12-2020
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
19-11-2020, Stcrt. 2020, 63846 (uitgifte: 11-12-2020, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
3.1.
In het kader van dit boeteregime hanteert DNB onderstaand stappenplan voor het vaststellen van boetes wegens overtredingen van voorschriften die zijn ingedeeld in categorie 2 en 3.
3.2.
Voor het vaststellen van boetes wegens overtredingen van voorschriften die zijn ingedeeld in categorie 1, gelden alleen de stappen 1, 4, 6 en 8 van het stappenplan.
3.3.
Bij toepassing van dit stappenplan neemt DNB de bij wet vastgestelde boetemaxima in acht.
Stap 1:basisbedrag
- a.
DNB stelt een bestuurlijke boete vast op het toepasselijke basisbedrag.
Stap 2:ernst en/of duur
- a.
In het basisbedrag ligt een gemiddelde ernst en duur van de overtreding besloten. DNB verlaagt of verhoogt het basisbedrag met maximaal 50%, indien de ernst en/of duur van de overtreding een dergelijke verlaging of verhoging rechtvaardigt. DNB past deze verlaging of verhoging toe in stappen van in beginsel 25%.
- b.
Bij de toepassing van deze stap houdt DNB, voor zover van toepassing en van belang, onder meer rekening met de volgende omstandigheden, al dan niet in onderlinge samenhang bezien:
- •
de omvang van de overtreding1.;
- •
de periode dat de overtreding heeft voortgeduurd;
- •
het aantal malen dat de overtreding eerder is begaan en de duur van deze eerdere overtredingen2.;
- •
de mate waarin de overtreding heeft geleid tot benadeling/schade voor derden3.;
- •
de mate van maatschappelijke impact van de overtreding;
- •
de omvang van het met de overtreding behaalde voordeel4.;
- •
de mate waarin de overtreding heeft geleid tot prudentiële en/of integriteitsrisico’s;
- •
de mate waarin de stabiliteit en/of integriteit van de overtreder in het geding is gekomen als gevolg van de overtreding;
- •
de mate waarin de overtreding heeft geleid tot marktverstoring5.;
- •
de omvang van de gevolgen van de overtreding voor het financieel stelsel.
Stap 3:mate van verwijtbaarheid
- a.
In het basisbedrag ligt een gemiddelde mate van verwijtbaarheid van de overtreder besloten. DNB verlaagt of verhoogt het basisbedrag met maximaal 50%, indien de verwijtbaarheid van de overtreder een dergelijke verlaging of verhoging rechtvaardigt. DNB past deze verlaging of verhoging toe in stappen van in beginsel 25%.
- b.
Voor zover van toepassing en van belang, houdt DNB bij de toepassing van deze stap onder meer rekening met de volgende omstandigheden, al dan niet in onderlinge samenhang bezien:
- •
de overtreder is eerder gewaarschuwd of anderszins gewezen op de norm en/of bestuurlijke sancties die jegens anderen zijn opgelegd wegens overtreding van de norm zijn openbaar gemaakt;
- •
eerder door de overtreder begane overtredingen van dezelfde norm en/of overtredingen van normen van gelijke of vergelijkbare strekking6.;
- •
de mate waarin de overtreding voortvloeit uit of inherent is aan een vaste werkwijze of het bedrijfsmodel van de overtreder en/of de mate waarin de bedrijfscultuur heeft bijgedragen aan de overtreding;
- •
de mate waarin de overtreding willens en wetens is begaan dan wel de mate waarin de overtreder bewust het risico heeft genomen de overtreding te begaan;
- •
de mate waarin de overtreder uit geldelijk gewin heeft gehandeld en andere door hem te respecteren belangen (waaronder van bijvoorbeeld cliënten, consumenten, polishouders, beleggers en overige marktdeelnemers) daaraan ondergeschikt heeft gemaakt;
- •
de mate waarin de overtreder inspanningen heeft verricht om de overtreding te voorkomen en/of de aangerichte schade te beperken.
- c.
DNB legt geen bestuurlijke boete op voor zover de overtreding niet aan de overtreder kan worden verweten.
Stap 4:recidive
- a.
Indien sprake is van recidive, verdubbelt DNB het op basis van de stappen 1 tot en met 3 berekende boetebedrag. Daarbij neemt DNB de wettelijke boetemaxima die voor recidive gelden, in acht.
Stap 5:omvang
- a.
Bij de toepassing van deze stap neemt DNB de omvang van de overtreder in acht. Daarbij hanteert DNB de omvangtabellen I en II die in bijlage 1 zijn opgenomen. Omvangtabel I ziet op boetes wegens overtredingen van voorschriften die zijn ingedeeld in categorie 2; omvangtabel II ziet op boetes wegens overtredingen van voorschriften die zijn ingedeeld in categorie 3. Het boetepercentage dat op grond van omvangtabel I dan wel II wordt vastgesteld, wordt toegepast op het op basis van de stappen 1 tot en met 4 berekende boetebedrag.
- b.
Als de voor de toepassing van de omvangtabel benodigde financiële gegevens niet beschikbaar zijn – doordat DNB niet over die gegevens beschikt en de overtreder die gegevens ook niet heeft verstrekt – maakt DNB een reële inschatting van de omvang van de overtreder. Is een reële inschatting evenmin mogelijk, dan wordt het boetepercentage op grond van de toepasselijke omvangtabel vastgesteld op 100%.
- c.
In uitzonderingsgevallen kan DNB, indien een onderneming deel uitmaakt van een groep met een geconsolideerde jaarrekening, bij de berekening van de omvang de totaalbedragen uit de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijke moedermaatschappij tot uitgangspunt nemen bij de berekening van het boetepercentage op grond van de toepasselijke omvangtabel.
- d.
Als het boetepercentage dat op basis van de toepasselijke omvangtabel is berekend in een specifiek geval niet passend is, kan DNB een afwijkend boetepercentage hanteren.
Stap 6:passendheidstoets
- a.
DNB kan het op basis van de stappen 1 tot en met 5 berekende boetebedrag verlagen op grond van onderstaande bijzondere omstandigheden, al dan niet in onderlinge samenhang bezien.
Opstelling overtreder
- b.1.
DNB houdt rekening met de opstelling van de overtreder. Voor zover van toepassing en van belang, spelen voor DNB in dit verband onder meer onderstaande vragen een rol, al dan niet in onderlinge samenhang bezien.
- •
Heeft de overtreder – voordat hij bekend was met het onderzoek van DNB – de overtreding uit eigen beweging aan DNB gemeld, zonder dat hij daartoe op grond van de wet al gehouden was?
- •
Heeft de overtreder – voordat hij bekend was met het onderzoek van DNB – concrete en specifieke maatregelen getroffen ter beëindiging van de overtreding?
- •
Heeft de overtreder de overtreding zo spoedig mogelijk uit eigen beweging beëindigd?
- •
Heeft de overtreder zelf volledig en adequaat onderzoek verricht naar de overtreding en de uitkomsten daarvan vrijwillig met DNB gedeeld?
- •
Heeft de overtreder uit eigen beweging adequate maatregelen getroffen ter voorkoming van herhaling van de overtreding?
- •
Heeft de overtreder de gevolgen van de overtreding uit eigen beweging zo veel en zo snel mogelijk ongedaan gemaakt? Heeft de overtreder bijvoorbeeld betrokkenen uit eigen beweging ingelicht over de overtreding en zo nodig schadeloos gesteld?
- b.2.
De verlaging wegens de opstelling van de overtreder bedraagt in beginsel maximaal 20%. Bij de toepassing van deze verlaging hanteert DNB in beginsel de in bijlage 2 opgenomen tabel.
Andere bijzondere omstandigheden
- c.
Daarnaast kunnen er bijzondere omstandigheden aan de orde zijn die op basis van het voorgaande niet bij het bepalen van de boetehoogte van een overtreding zijn betrokken, maar in het kader van de evenredigheid van de boetehoogte wel relevant (kunnen) zijn.7. Deze omstandigheden worden per geval bezien.
Cumulatie boetes
- d.1.
Indien sprake is van te onderscheiden, maar wel met elkaar samenhangende overtredingen waarvoor twee of meer afzonderlijke boetes worden opgelegd, beoordeelt DNB of het totaal aan boetes dat voor de samenhangende overtredingen kan worden opgelegd, passend is.
- d.2.
DNB berekent aan de hand van het voorgaande het boetebedrag per afzonderlijke overtreding. De berekende boetebedragen worden vervolgens in totaliteit bezien. Indien geoordeeld wordt dat het totaalbedrag aan berekende boetes, gelet op het geheel aan samenhangende gedragingen, niet-passend is, laat DNB de boetehoogte van de hoogst berekende boete in stand en matigt zij de andere boete(s) zodanig dat het totaal aan boetes gelet op de samenhangende overtredingen, passend is.
- d.3.
Indien een enig of grootaandeelhouder als feitelijke leidinggever wordt beboet naast de onderneming zelf, kan de feitelijke leidinggever door het totaal aan boetes mogelijk onevenredig in zijn vermogen worden geraakt. In dat geval zal de hoogte van de aan de feitelijke leidinggever of aan de onderneming opgelegde boete in beginsel met een derde worden verlaagd. In bijzondere omstandigheden kan DNB een andere verdeling toepassen.
Stap 7:voordeel als ondergrens
Indien DNB het voordeel dat met de overtreding is verkregen heeft kunnen vaststellen of een reële inschatting daarvan heeft kunnen maken, en het na stap 6 berekende boetebedrag lager is dan dit verkregen voordeel, verhoogt DNB het boetebedrag tot ten minste het bedrag van het verkregen voordeel.
Stap 8:draagkracht
- a.
DNB houdt zo nodig rekening met de financiële omstandigheden waarin de overtreder verkeert. Het is aan de overtreder om inzicht te geven in zijn draagkracht, aan de hand van een door DNB bij het boetevoornemen gevoegd draagkrachtformulier. Indien aannemelijk is dat het op grond van de stappen 1 tot en met 7 berekende boetebedrag de draagkracht van de overtreder overstijgt, gaat DNB in beginsel tot matiging over. Bij de beoordeling of aanleiding bestaat tot matiging, kan DNB rekening houden met de omstandigheden waaronder de verminderde of onvoldoende draagkracht is ontstaan alsmede met op korte termijn te verwachten positieve financiële resultaten van de overtreder.
- b.
Uitgangspunt voor de omvang van de matiging is dat DNB de boete niet verder matigt dan tot een bedrag dat de overtreder redelijkerwijs geacht moet worden te kunnen voldoen, zo nodig met het aangaan van een betalingsregeling van maximaal twee jaar. Verder matigt DNB de boete in beginsel niet (verder) tot een lager bedrag dan het bedrag van het voordeel dat de overtreder met de overtreding heeft verkregen. Ook wordt de boete niet vastgesteld op een bedrag lager dan EUR 10.000,- voor rechtspersonen en EUR 5.000,- voor natuurlijke personen. Indien een boete ter hoogte van dit bedrag gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval nog steeds onevenredig hoog is, kan DNB overgaan tot een verdergaande matiging van de boete.
Voetnoten
In dit verband kan bijvoorbeeld worden gekeken naar de omvang van aangetrokken/uitgezette gelden, het aantal (cliënt)dossiers dat met de overtreding is gemoeid, de omvang van de transactiestromen, het aantal bij de overtreding betrokken personen, het financieel belang dat gemoeid is met de overtreding en het al dan niet structurele karakter van de overtreding.
Deze omstandigheid moet worden onderscheiden van recidive (stap 4). Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan de situatie waarin de overtreder meerdere (kleine) vergelijkbare overtredingen heeft begaan waarvoor één boete wordt opgelegd.
Bij ‘derden’ kan bijvoorbeeld worden gedacht aan: cliënten, polishouders, beleggers, consumenten en pensioendeelnemers.
‘Voordeel’ betreft zowel winst die als gevolg van de overtreding is behaald als verlies dat is beperkt. Ook besparingen als gevolg van de overtreding leveren voordeel op als hier bedoeld. Voor het overige kan worden aangesloten bij de uitleg van het begrip in artikel 36e Wetboek van Strafrecht. Wanneer DNB het voordeelgerelateerde boeteregime (paragraaf 2.3) toepast, wordt het door de overtreder verkregen voordeel overigens niet betrokken bij de beoordeling van de ernst en duur van de overtreding. In plaats daarvan wordt het verkregen voordeel bij stap 7 betrokken (zie artikel 5).
Bij ‘marktverstoring’ kan bijvoorbeeld worden gedacht aan: concurrentievervalsing, verstoring van het ‘level playing field’, verstoring van de handel op effectenbeurzen of een geschaad vertrouwen in de markt.
Gedacht kan worden aan de omstandigheid dat de overtreder eerder dezelfde of vergelijkbare normen heeft overtreden, zonder dat daarvoor een bestuurlijke boete is opgelegd. Als sprake is van recidive, zal de daaruit voortvloeiende verhoogde verwijtbaarheid niet bij onderhavige stap worden betrokken, maar bij stap 4.
Zo bepaalt artikel 51 van het Bupw dat DNB bij het vaststellen van een bestuurlijke boete aan pensioenuitvoerders rekening houdt met schade voor derden. DNB kan deze bestuurlijke boete, na inachtneming van de bepalingen bedoeld in de artikelen 48, 49 en 50 van het Bupw, verlagen met maximaal 75%.