Einde inhoudsopgave
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen
Artikel 6i
Geldend
Geldend vanaf 11-04-2026. Let op: treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 01-01-2026
- Bronpublicatie:
17-12-2025, Stb. 2025, 449 (uitgifte: 23-12-2025, kamerstukken: 36818)
- Inwerkingtreding
11-04-2026, terugwerkend tot: 01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
01-04-2026, Stb. 2026, 79 (uitgifte: 10-04-2026, kamerstukken: 36782)
- Afhankelijke geldigheid
Treedt tegelijk in werking met de Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling cryptoactiva (01-04-2026, Stb. 79).
- Vakgebied(en)
EU-recht / Bijzondere onderwerpen
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Inlichtingenuitwisseling en wederzijdse bijstand
1.
Onze Minister verstrekt op grond van Richtlijn 2011/16/EU automatisch uit de bij de inspecteur ingediende bijheffing-informatieaangifte:
- a.
het algemene deel: aan de bevoegde autoriteit van de uitvoerende lidstaat waar de uiteindelijkemoederentiteit of groepsentiteiten van de multinationale groep is of zijn gevestigd;
- b.
het algemene deel, met uitzondering van onderdeel 1.4: aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat die alleen een kwalificerende binnenlandse bijheffing toepast:
- 1°
waar groepsentiteiten van de multinationale groep zijn gevestigd;
- 2°
waar een joint venture of een lid van een joint venture-groep waarin de multinationale groep een belang heeft, is gevestigd indien de kwalificerende binnenlandse bijheffing wordt geheven met betrekking tot joint ventures in de lidstaat; of
- 3°
indien de kwalificerende binnenlandse bijheffing wordt toegepast in die lidstaat met betrekking tot een staatloze groepsentiteit of een staatloze joint venture waarin de multinationale groep een belang heeft;
- c.
alle delen over rechtsgebieden: aan de bevoegde autoriteit van de uitvoerende lidstaat waar de uiteindelijkemoederentiteit is gevestigd;
- d.
een of meer delen over rechtsgebieden: aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten die heffingsbevoegdheid hebben op grond van Richtlijn (EU) 2022/2523, met inbegrip van de kwalificerende binnenlandse bijheffing met betrekking tot de lidstaten waarop die delen over rechtsgebieden betrekking hebben;
- e.
uitsluitend het deel van de bijheffing-informatieaangifte dat informatie bevat over de toerekening van de bijheffing op grond van de kwalificerende onderbelastewinstmaatregel voor dat rechtsgebied, waarbij die informatie in overeenstemming is met een uittreksel van onderdeel 3.4.3 van het standaardmodel: aan de bevoegde autoriteiten van rechtsgebieden die een kwalificerende onderbelastewinstmaatregel met een tarief van nihil toepassen.
2.
Onze Minister verstrekt de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk drie maanden na het verstrijken van de termijn voor het te rapporteren verslagjaar, dan wel, indien die termijn is verstreken zonder dat de bijheffing-informatieaangifte met betrekking tot dat verslagjaar bij de inspecteur is ingediend, uiterlijk drie maanden na de datum waarop de bijheffing-informatieaangifte bij de inspecteur is ingediend.
3.
In afwijking van het tweede lid verstrekt Onze Minister:
- a.
met betrekking tot het eerste te rapporteren verslagjaar, dat op of na 31 december 2023 aanvangt, de op grond van het eerste lid te verstrekken gegevens en inlichtingen binnen zes maanden na het verstrijken van de termijn waarbinnen de bijheffing-informatieaangifte die betrekking heeft op het eerste te rapporteren verslagjaar moet zijn ingediend;
- b.
indien hij een kennisgeving als bedoeld in artikel 9 bis, eerste lid, eerste zin, van Richtlijn 2011/16/EU heeft ontvangen en hij van oordeel is dat de bijheffing-informatieaangifte moet worden gecorrigeerd, met toepassing van het eerste lid onverwijld de gegevens en inlichtingen uit de gecorrigeerde bijheffing-informatieaangifte.