Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2009/138/EG betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II)
Artikel 258 Handhavingsmaatregelen
Geldend
Geldend vanaf 28-01-2025
- Bronpublicatie:
27-11-2024, PbEU L 2025, 2025/2 (uitgifte: 08-01-2025, regelingnummer: 2025/2)
- Inwerkingtreding
28-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
27-11-2024, PbEU L 2025, 2025/2 (uitgifte: 08-01-2025, regelingnummer: 2025/2)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Verzekeringsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Bijzondere onderwerpen
1.
Indien de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen in een groep de voorschriften van de artikelen 218 tot en met 246 niet naleven, of indien de voorschriften in acht worden genomen maar de solvabiliteit toch dreigt te worden ondermijnd, of indien de intragroeptransacties of de risicoconcentraties de financiële positie van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen bedreigen, wordt[lees: worden] door de volgende autoriteiten de nodige maatregelen worden getroffen[lees: getroffen] om de situatie zo spoedig mogelijk recht te zetten:
- a)
de groepstoezichthouder wat de verzekeringsholding en gemengde financiële holding betreft;
- b)
de toezichthoudende autoriteiten wat de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen betreft.
Indien de groepstoezichthouder in het in de eerste alinea, onder a), bedoelde geval geen van de toezichthoudende autoriteiten is van de lidstaat waar de verzekeringsholding of gemengde financiële holding haar hoofdkantoor heeft, stelt de groepstoezichthouder deze toezichthoudende autoriteiten in kennis van zijn bevindingen opdat deze de nodige maatregelen kunnen nemen.
Indien de groepstoezichthouder in het in de eerste alinea, onder b), bedoelde geval geen van de toezichthoudende autoriteiten is van de lidstaat waar de verzekerings- of herverzekeringsonderneming haar hoofdkantoor heeft, stelt de groepstoezichthouder deze toezichthoudende autoriteiten in kennis van zijn bevindingen opdat deze de nodige maatregelen kunnen nemen.
Onverminderd lid 2, bepalen de lidstaten welke maatregelen hun toezichthoudende autoriteiten met betrekking tot verzekeringsholdings en gemengde financiële holdings kunnen nemen.
De betrokken toezichthoudende autoriteiten, ook de groepstoezichthouder, coördineren zo nodig hun maatregelen.
2.
Om ten aanzien van verzekeringsholdings en gemengde financiële holdings maatregelen te nemen, krijgen de toezichthoudende autoriteiten alle toezichtsbevoegdheden die nodig zijn om ervoor te zorgen dat groepen waarop overeenkomstig artikel 213, lid 2, punten a), b) en c), groepstoezicht wordt uitgeoefend, aan alle vereisten van deze titel voldoen. Die bevoegdheden omvatten de in artikel 34 bedoelde algemene toezichtsbevoegdheden.
Onverminderd hun strafrechtelijke bepalingen voorzien de lidstaten in sancties of andere maatregelen ten aanzien van verzekeringsholdings en gemengde financiële holdings die de wettelijke, reglementaire of bestuursrechtelijke bepalingen overtreden die ter omzetting van deze titel zijn uitgevaardigd, of ten aanzien van de personen die feitelijk leidinggeven aan die ondernemingen. De toezichthoudende autoriteiten werken nauw samen om erop toe te zien dat die sancties of maatregelen doeltreffend zijn, met name wanneer het hoofdbestuur of de hoofdvestiging van een verzekeringsholding of gemengde financiële holding niet in dezelfde lidstaat is gevestigd als haar hoofdkantoor.
2 bis.
Indien de groepstoezichthouder heeft vastgesteld dat niet of niet meer wordt voldaan aan de in artikel 213 ter, lid 1, vastgelegde voorwaarden, wordt de verzekeringsholding of gemengde financiële holding onderworpen aan passende toezichtmaatregelen teneinde de continuïteit en de integriteit van groepstoezicht te waarborgen of te herstellen, naargelang het geval, en de naleving van de voorschriften van deze titel te waarborgen. In het geval van een gemengde financiële holding wordt in de toezichtmaatregelen met name rekening gehouden met de effecten zowel op het financieel conglomeraat als geheel als op zijn verbonden gereglementeerde ondernemingen.
2 ter.
Voor de toepassing van de leden 1 en 2 bis van dit artikel zorgen de lidstaten ervoor dat de toezichtmaatregelen die op verzekeringsholdings en gemengde financiële holdings kunnen worden toegepast, ten minste het volgende omvatten:
- a)
het opschorten van de stemrechten die verbonden zijn aan de aandelen in de verzekerings- of herverzekeringsdochteronderneming waarvan de verzekeringsholding of gemengde financiële holding de houder is;
- b)
het uitvaardigen van bevelen, sancties of boeten tegen de verzekeringsholding, de gemengde financiële holding of de leden van het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan van die ondernemingen;
- c)
het geven van instructies of aanwijzingen aan de verzekeringsholding of gemengde financiële holding om aan haar aandeelhouders de deelnemingen in haar verzekerings- en herverzekeringsdochterondernemingen over te dragen;
- d)
het tijdelijk aanwijzen van een andere verzekeringsholding, gemengde financiële holding of verzekerings- of herverzekeringsonderneming binnen de groep als verantwoordelijk voor het waarborgen van de naleving van de vereisten van deze titel;
- e)
het beperken of verbieden van uitkeringen of rentebetalingen aan aandeelhouders;
- f)
het verplichten van verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings om deelnemingen in verzekerings- of herverzekeringsondernemingen of andere in artikel 228, lid 1, bedoelde verbonden ondernemingen af te stoten of te verminderen;
- g)
het verlangen van verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings dat zij met een plan komen om onverwijld de regels opnieuw na te leven.
De groepstoezichthouder raadpleegt de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten en de Eiopa alvorens een van de in de eerste alinea bedoelde maatregelen te nemen, wanneer die maatregelen gevolgen hebben voor ondernemingen met hoofdkantoren in meer dan één lidstaat.
3.
De Commissie kan overeenkomstig artikel 301 bis gedelegeerde handelingen vaststellen met het oog op de coördinatie van de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde handhavingsmaatregelen.