Einde inhoudsopgave
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Hoofdstuk 11 Gezinshereniging en gezinsvorming
Geldend
Geldend vanaf 01-10-2019
- Bronpublicatie:
11-09-2019, Stcrt. 2019, 51583 (uitgifte: 30-09-2019, regelingnummer: WBCTU 2019/01)
- Inwerkingtreding
01-10-2019
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
11-09-2019, Stcrt. 2019, 51583 (uitgifte: 30-09-2019, regelingnummer: WBCTU 2019/01)
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Grensbewaking
Vreemdelingenrecht / Verblijf
1. Algemeen
1.1. Inleiding
Gezinsvorming wordt gedefinieerd als: ‘gezinshereniging van de echtgenoot, geregistreerd partner of niet-geregistreerde partner, voor zover de gezinsband tot stand is gekomen op een tijdstip waarop de hoofdpersoon in de openbare lichamen hoofdverblijf had.’
Gezinsvorming is dus een bijzondere vorm van gezinshereniging. Verder wordt met de aansluiting bij het begrip ‘hoofdverblijf’ voorkomen dat ook in geval van een tijdens een buitenlandse vakantie van een in de openbare lichamen gevestigde persoon gesloten huwelijk of relatie, om de enkele reden dat het huwelijk of de relatie buiten de openbare lichamen tot stand is gekomen, sprake zou zijn van ‘gezinshereniging’.
In dit hoofdstuk wordt onder hoofdpersoon verstaan de persoon bij wie de vreemdeling als gezinslid (bijvoorbeeld als echtgenoot, geregistreerde partner, niet-geregistreerde partner, kind of ouder) in de openbare lichamen wil verblijven.
1.2. Beleid gezinshereniging
In het kader van gezinshereniging kan verblijf in de openbare lichamen worden toegestaan op grond van een huwelijk, geregistreerd partnerschap, of niet-geregistreerd partnerschap dat al bestond toen beide (huwelijks)partners nog buiten de openbare lichamen verbleven. Voor toelating van kinderen die uit deze (huwelijks)relatie zijn geboren wordt verwezen naar paragraaf 5 (en verder) van dit hoofdstuk.
1.3. Beleid gezinsvorming
In het kader van gezinsvorming kan verblijf in de openbare lichamen worden toegestaan op grond van een huwelijk, geregistreerd partnerschap, of niet-geregistreerd partnerschap gesloten op een tijdstip dat een van de echtgenoten al in de openbare lichamen verbleef.
2. Huwelijk en geregistreerd partnerschap
2.1. Verblijfsvoorwaarden
- a.
rechtsgeldig huwelijk of geregistreerd partnerschap (zie artikel 5.10, onder a, BTU-BES);
- b.
verblijfsstatus van de hoofdpersoon (zie artikel 5.11 BTU-BES);
- c.
leeftijd van beide (huwelijks)partners (zie artikel 5.10 BTU-BES en artikel 5.11 BTU-BES);
- d.
geen polygamie (zie artikel 5.12 BTU-BES);
- e.
samenwoning en een gemeenschappelijke huishouding (zie artikel 5.13 BTU-BES);
- f.
geldige mvv (zie artikel 9, eerste lid, onder a, en derde lid, WTU BES, artikel 5.14 BTU-BES, artikel 5.30, tweede lid, BTU-BES);
- g.
geldig document voor grensoverschrijding (zie artikel 5.15 BTU-BES);
- h.
geen gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid (zie artikel 9, eerste lid, onder b, WTU-BES en artikel 5.16 BTU-BES);
- i.
bereidheid een onderzoek naar of behandeling voor TBC te ondergaan en daaraan mee te werken (zie artikel 9, eerste lid, onder b, WTU-BES en artikel 5.17 BTU-BES);
- j.
zelfstandig en duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan (zie artikel 9, eerste lid, onder b en c, WTU-BES en artikel 5.33 BTU-BES);
Ad a. Rechtsgeldig huwelijk of geregistreerd partnerschap
Ingevolge artikel 5.10, onder a, BTU-BES wordt de verblijfsvergunning op grond van een huwelijk verleend als het huwelijk naar Nederlands internationaal privaatrecht rechtsgeldig is. De verblijfsvergunning wordt niet op grond van een geregistreerd partnerschap verleend als dat partnerschap niet in Nederland is geregistreerd.
Het huwelijk is geldig als:
- a.
het huwelijk is gesloten voor een ambtenaar van de burgerlijke stand in de openbare lichamen;
- b.
het huwelijk is gesloten volgens de wet in het land waar de huwelijksvoltrekking heeft plaatsgevonden en door een land van het Koninkrijk is erkend.
Het bestaan van een geldig huwelijk moet met gelegaliseerde documenten worden aangetoond. Als het huwelijk, gesloten buiten een land van het Koninkrijk, wegens strijd met de openbare orde, niet voor erkenning door de openbare lichamen in aanmerking komt, dan heeft dit tot gevolg dat dit huwelijk niet de basis kan vormen voor verlening van een vergunning tot (tijdelijk) verblijf.
Gelegaliseerde/geapostilleerde akten:
- a.
Het bestaan van een naar het internationaal privaatrecht van de openbare lichamen geldig huwelijk wordt aangetoond met officiële gelegaliseerde/geapostilleerde bescheiden.
- b.
Het bestaan van een in het Europese deel van Nederland geregistreerd partnerschap wordt aangetoond met een afschrift van de akte van de burgerlijke stand.
De verblijfsvergunning wordt niet op grond van een huwelijk of een geregistreerd partnerschap verleend als het huwelijk of het geregistreerde partnerschap niet is aangetoond.
Ad b. Verblijfsstatus van de hoofdpersoon
De verblijfsvergunning wordt ingevolge artikel 5.11, onder a en b, BTU-BES verleend, als de hoofdpersoon in de openbare lichamen verblijft als:
- a.
Nederlander; of
- b.
houder van een verblijfsvergunning, die niet-tijdelijk is in de zin van artikel 5.3.
Ad c. Leeftijd van beide echtgenoten of geregistreerd partners
Ingeval van gezinshereniging of gezinsvorming wordt de verblijfsvergunning ingevolge de artikelen 5.10 en 5.11 BTU-BES verleend als de vreemdeling en de hoofdpersoon eenentwintig jaar of ouder zijn.
Ad d. Polygamie
Op grond van artikel 5.10 BTU-BES en artikel 5.12 BTU-BES wordt, zolang de vreemdeling of de hoofdpersoon met meer dan één andere persoon tegelijkertijd door een huwelijk of een (al dan niet geregistreerd) partnerschap is verbonden, de verblijfsvergunning maar aan één echtgenoot, geregistreerd partner of partner tegelijkertijd verleend, en aan de uit die vreemdeling geboren (minderjarige) kinderen.
Ook als de in de openbare lichamen verblijvende hoofdpersoon met een andere man of vrouw duurzaam samenleeft, komen de wettelijke echtgenote en de eventuele gezinsleden niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking. Als de polygame situatie is beëindigd, bijvoorbeeld door overlijden of door een echtscheiding die naar het internationaal privaatrecht van de openbare lichamen is erkend, staat de vroegere polygame situatie niet aan verlening van de verblijfsvergunning in de weg.
Ad e. Samenwoning en gemeenschappelijke huishouding
Op grond van artikel 5.13 BTU-BES wordt de verblijfsvergunning verleend als de vreemdeling en de hoofdpersoon samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren.
De vreemdeling en de persoon bij wie deze wil verblijven, moeten feitelijk samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren. Zij moeten ook naar buiten toe, bijvoorbeeld naar de werkgever en de zorgverzekeraar, hetzelfde adres voeren. Daarnaast moeten de vreemdeling en de persoon bij wie deze wil verblijven op hetzelfde adres in de basisadministratie persoonsgegevens staan ingeschreven.
Voor vreemdelingen die vanuit het buitenland verblijf (mvv) aanvragen, geldt dat zij direct na inreis in de openbare lichamen met hun echtgeno(o)t(e) moeten gaan samenwonen als hier bedoeld.
Ad h. Openbare orde beleid
De verblijfsvergunning wordt op grond van artikel 5.16 BTU-BES verleend als de vreemdeling geen gevaar vormt voor de openbare orde en nationale veiligheid.
Ad j. Middelen
In geval van gezinshereniging of gezinsvorming wordt op grond van artikel 5.18, onder a, BTU-BES juncto artikel 5.33 BTU-BES, de verblijfsvergunning verleend als de hoofdpersoon duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan (zie hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3).
2.2. Vereiste bescheiden
- a.
ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;
- b.
kopie geldig document grensoverschrijding;
- –
indien van toepassing: voorzien van een geldige mvv, die is afgegeven voor het gevraagde verblijfsdoel;
- c.
kopie geldig document grensoverschrijding of geldige Sédula van de verblijfgever;
- d.
gelegaliseerde/geapostilleerde huwelijksakte of akte van geregistreerd partnerschap;
- e.
uittreksel uit de basisadministratie persoonsgegevens waaruit het verblijfsadres en de gezinssamenstelling van de verblijfgever blijken;
- f.
bewijs van zelfstandige, duurzame en voldoende middelen van bestaan;
- g.
bewijs van rechtmatig verblijf van de hoofdpersoon;
- h.
indien van toepassing: bewijs onderzoek TBC;
- i.
ondertekende antecedentenverklaring (geïntegreerd in het aanvraagformulier);
- j.
gelegaliseerde/geapostilleerde verklaring van goed gedrag, afgegeven door een bevoegde autoriteit in het land van herkomst (niet ouder dan drie maanden op het moment van indiening van de aanvraag).
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
2.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
2.3.1. Beperking
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘verblijf bij echtgeno(o)t(e) / geregistreerd partner (naam)’.
2.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ‘arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV'. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
Als artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
2.3.3. Voorschrift
Aan de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden van het sluiten van een voldoende ziektekostenverzekering, met inbegrip van de kosten die zijn verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
2.4. Geldigheidsduur
Op grond van artikel 5.25 BTU-BES wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend voor ten hoogste één jaar en kan de verblijfsvergunning telkens met ten hoogste één jaar worden verlengd.
3. Schijnhuwelijk
Een schijnhuwelijk is een huwelijk dat wordt aangegaan met als doel de nog niet of niet meer tot de openbare lichamen toegelaten buitenlandse partner een verblijfsrecht te verschaffen. Het gaat hierbij om voorgenomen huwelijken die op de openbare lichamen zullen plaatsvinden en huwelijken die in het buitenland zijn gesloten.
Huwelijken met vreemdelingen die tijdens het rechtmatig verblijf van de vreemdeling of Nederlander worden gesloten buiten de openbare lichamen moeten voordat er een verzoek tot gezinsvorming kan worden ingediend eerst ingeschreven worden in het bevolkingsregister. Bij twijfel zal de vreemdelingenpolitie worden verzocht een onderzoek in te stellen.
Als het huwelijk binnen de openbare lichamen wordt gesloten, zal het bevolkingsregister bij twijfel ook de vreemdelingenpolitie verzoeken een onderzoek te laten plaatsvinden.
Aan huwelijken gesloten binnen of buiten de openbare lichamen kunnen geen rechten voor het verkrijgen van een verblijfstitel worden ontleend. Andere criteria, zoals voldoende geldelijke middelen, moeten worden overlegd om een vergunning tot tijdelijk verblijf in het kader van gezinsvorming te verkrijgen.
4. Relatie
4.1. Verblijfsvoorwaarden
- a.
duurzame en exclusieve relatie (zie artikel 5.10, onder b, BTU-BES);
- b.
ongehuwd zijn (zie artikel 5.10, onder 2, BTU-BES);
- c.
verblijfsstatus van de hoofdpersoon (zie artikel 5.11, onder a en b, BTU-BES);
- d.
leeftijd van beide partners (zie artikel 5.10 BTU BES en artikel 5.11 BTU-BES);
- e.
geen polygamie (zie artikel 5.12 BTU-BES);
- f.
samenwoning en een gemeenschappelijke huishouding (zie artikel 5.13, onder a, BTU-BES);
- g.
inschrijving in de basisadministratie persoonsgegevens (zie artikel 5.13, onder b, BTU-BES);
- h.
geldige mvv (zie artikel 9, eerste lid, onder a, en derde lid, WTU BES, artikel 5.14 BTU-BES en artikel 5.30, tweede lid, BTU-BES);
- i.
geldig document voor grensoverschrijding (zie artikel 5.15 BTU-BES);
- j.
geen gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid (zie artikel 9, eerste lid, onder b, WTU-BES en artikel 5.16 BTU-BES);
- k.
bereidheid een onderzoek naar of behandeling voor TBC te ondergaan en daaraan mee te werken (zie artikel 9, eerste lid, onder b, WTU BES en artikel 5.17 BTU-BES); en
- l.
zelfstandig en duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan (zie artikel 9, eerste lid, onder b en c, WTU-BES en artikel 5.33 BTU-BES).
Ad a. Duurzame en exclusieve relatie
Op grond van artikel 5.10 BTU-BES wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van een relatie verleend, als de vreemdeling een duurzame en exclusieve relatie onderhoudt met de in de openbare lichamen gevestigde hoofdpersoon. Van een duurzame en exclusieve relatie is sprake als de (homo- of heteroseksuele) relatie in voldoende mate met een huwelijk op één lijn is te stellen.
Het bestaan van een duurzame en een exclusieve relatie kan worden aangetoond door de ondertekening van een relatieverklaring door beide partners. Door de ondertekening van die schriftelijke verklaring verklaren de vreemdeling en de hoofdpersoon feitelijk samen te (gaan) wonen en een duurzame en exclusieve relatie te onderhouden.
Verwantschap:
Op grond van artikel 5.10 BTU-BES wordt de verblijfsvergunning verleend als de vreemdeling en de hoofdpersoon niet tot elkaar in een zodanig nauwe relatie staan dat die naar Nederlands recht een huwelijksbeletsel zou vormen.
Ad b. Ongehuwde burgerlijke staat
Op grond van artikel 5.10, onder 2, BTU-BES wordt de verblijfsvergunning verleend als de vreemdeling of de hoofdpersoon niet met een ander een in Nederland geregistreerd partnerschap is aangegaan of gehuwd is, tenzij het huwelijk of het geregistreerd partnerschap door wettelijke beletselen, waarop geen invloed kan worden uitgeoefend, niet is ontbonden.
Akten
De (ongehuwde) burgerlijke staat wordt aangetoond met officiële gelegaliseerde / geapostilleerde stukken.
Een verklaring van ongehuwd zijn mag niet ouder zijn dan zes maanden na afgifte door de daartoe bevoegde autoriteiten. De termijn van zes maanden wordt gezien als een redelijke termijn waarbinnen men wordt geacht niet (opnieuw) in het huwelijk te zijn getreden. Uiteraard wordt een bewijs van ongehuwd zijn dat minder dan zes maanden oud is in geval van contra-indicaties niet geaccepteerd. Hierbij valt te denken aan de situatie dat een vier maanden oud bewijs van ongehuwd zijn, wordt overgelegd en een echtscheidingsakte waaruit blijkt dat een huwelijksontbinding binnen die vier maanden heeft plaatsgevonden.
Ad c. Verblijfsstatus van de hoofdpersoon
De verblijfsvergunning wordt op grond van artikel 5.11, onder a en b, BTU-BES verleend als de hoofdpersoon in de openbare lichamen verblijft als:
- a.
Nederlander; of
- b.
houder van een verblijfsvergunning, die niet-tijdelijk is in de zin van artikel 5.3 BTU-BES.
Ad d. Leeftijd van beide partners
Ingeval van gezinshereniging of gezinsvorming wordt de verblijfsvergunning op grond van de artikelen 5.10 en 5.11 BTU-BES verleend als de vreemdeling en de hoofdpersoon eenentwintig jaar of ouder zijn.
Ad e. Polygamie
Op grond van artikel 5.10 BTU-BES en artikel 5.12 BTU-BES wordt, zolang de vreemdeling of de hoofdpersoon met meer dan één andere persoon tegelijkertijd door een huwelijk of een (al dan niet geregistreerd) partnerschap is verbonden, de verblijfsvergunning maar aan één echtgenoot, geregistreerd partner of partner tegelijkertijd verleend, en aan de uit die vreemdeling geboren (minderjarige) kinderen.
Ook als de in de openbare lichamen verblijvende hoofdpersoon met een andere man of vrouw duurzaam samenleeft, komen de buitenlandse partner en de eventuele gezinsleden niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking. Als de polygame situatie is beëindigd, bijvoorbeeld door overlijden of door een echtscheiding die naar het internationaal privaatrecht van de openbare lichamen is erkend, staat de vroegere polygame situatie niet aan verlening van de verblijfsvergunning in de weg.
Ad f. Samenwoning en gemeenschappelijke huishouding
De vreemdeling en de persoon bij wie deze wil verblijven, moeten feitelijk samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren. Zij moeten ook naar buiten toe, bijvoorbeeld naar de werkgever en de ziektekostenverzekeraar, hetzelfde adres voeren. Daarnaast moeten de vreemdeling en de persoon bij wie deze wil verblijven op hetzelfde adres in de basisadministratie persoonsgegevens staan ingeschreven.
Voor vreemdelingen die vanuit het buitenland verblijf (mvv) aanvragen, geldt dat zij direct na inreis in de openbare lichamen met hun (huwelijks)partner moeten gaan samenwonen als hier bedoeld.
Ad j. Openbare orde beleid
De verblijfsvergunning wordt op grond van artikel 5.16 BTU-BES verleend als de vreemdeling geen gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid.
Ad l. Middelen
In geval van gezinshereniging of gezinsvorming wordt op grond van artikel 5.18, onder a, BTU-BES juncto artikel 5.33 BTU-BES, de verblijfsvergunning verleend als de hoofdpersoon duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan (zie hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3).
Garantstelling
De in de openbare lichamen gevestigde partner ondertekent een garantstelling, waarmee hij zich garant stelt voor de kosten die voor de staat en voor andere openbare lichamen voortvloeien uit het verblijf van de buitenlandse partner en ook voor de kosten van terugkeer naar een land waar de toelating van die buitenlandse partner is gewaarborgd. De garantverklaring kan niet door een derde worden ondertekend.
4.2. Vereiste bescheiden
- a.
ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;
- b.
kopie geldig document grensoverschrijding;
- –
indien van toepassing: voorzien van een geldige mvv, die is afgegeven voor het gevraagde verblijfsdoel;
- c.
kopie geldig document grensoverschrijding of geldige Sédula van de verblijfgever;
- d.
gelegaliseerde/geapostilleerde ongehuwdverklaring uit het land van herkomst van de vreemdeling;
- e.
gelegaliseerde/geapostilleerde ongehuwdverklaring (uit het land van herkomst) van de verblijfgever;
- f.
uittreksel uit de basisadministratie persoonsgegevens waaruit het verblijfsadres en de gezinssamenstelling van de verblijfgever blijken;
- g.
bijlage relatieverklaring;
- h.
bewijs van zelfstandige, duurzame en voldoende middelen van bestaan;
- i.
bijlage garantverklaring;
- j.
bewijs van rechtmatig verblijf van de hoofdpersoon;
- k.
indien van toepassing: bewijs onderzoek TBC;
- l.
ondertekende antecedentenverklaring (geïntegreerd in het aanvraagformulier);
- m.
gelegaliseerde/geapostilleerde verklaring van goed gedrag, afgegeven door een bevoegde autoriteit in het land van herkomst (niet ouder dan drie maanden op het moment van datum indiening van de aanvraag).
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
4.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
4.3.1. Beperking
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘verblijf bij partner (naam)’.
4.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ‘arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV'. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
Als artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
4.3.3. Voorschrift
Aan de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden van het sluiten van een voldoende ziektekostenverzekering, met inbegrip van de kosten die zijn verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
4.4. Geldigheidsduur
Op grond van artikel 5.25 BTU-BES wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend voor ten hoogste één jaar en kan de verblijfsvergunning telkens met ten hoogste één jaar worden verlengd.
5
5.1. Verblijfsvoorwaarden
- a.
feitelijke gezinsband (zie artikel 5.10, onder c, BTU-BES);
- b.
verblijfsstatus van de hoofdpersoon (zie artikel 5.11, onder a en b, BTU-BES);
- c.
geen polygamie (zie artikel 5.12 BTU-BES);
- d.
samenwoning en een gemeenschappelijke huishouding (zie artikel 5.13, onder a, BTU-BES);
- e.
geldige mvv (zie artikel 9, eerste lid, onder a, en derde lid, WTU BES, artikel 5.14 BTU-BES en artikel 5.30, tweede lid, BTU-BES);
- f.
geldig document voor grensoverschrijding (zie artikel 5.15 BTU-BES);
- g.
geen gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid (zie artikel 9, eerste lid, onder b, WTU-BES en artikel 5.16 BTU-BES);
- h.
bereidheid een onderzoek naar of behandeling voor TBC te ondergaan en daaraan mee te werken (zie artikel 9, eerste lid, onder b, WTU-BES en artikel 5.17 BTU-BES);
- i.
zelfstandig en duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan (zie artikel 9, eerste lid, onder b en c, WTU-BES en artikel 5.33 BTU-BES).
Ad a. Familierechtelijke relatie
Op grond van artikel 5.10, onder c, BTU-BES wordt de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 5.9 BTU-BES, op aanvraag verleend aan het minderjarige biologische of juridische kind van een in de openbare lichamen gevestigde hoofdpersoon. Het kind moet wel onder het rechtmatig gezag van de hoofdpersoon staan. Daarbij geldt als voorwaarde dat het kind naar het oordeel van Onze Minister feitelijk behoort en al in het land van herkomst feitelijk behoorde tot het gezin van de hoofdpersoon.
Het gestelde rechtmatig gezag van de om verblijf vragende echtgenoot, geregistreerd partner of partner van de hoofdpersoon moet in beginsel met gelegaliseerde bescheiden worden aangetoond.
Als het gestelde rechtmatig gezag niet met gelegaliseerde bescheiden wordt aangetoond, wordt de aanvraag afgewezen.
Pleegkind
De aanvraag om een verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 5.9 BTU-BES, wordt niet vanwege het ontbreken van een familierechtelijke relatie afgewezen als het minderjarige kind een pleegkind is van de hoofdpersoon. Daarbij geldt als voorwaarde dat het kind naar het oordeel van Onze Minister feitelijk behoort en al in het land van herkomst feitelijk behoorde tot het gezin van de hoofdpersoon.
Akten:
Door middel van officiële gelegaliseerde/geapostilleerde documenten wordt aangetoond dat de ouder(s) of wettelijk vertegenwoordiger, of (als zij zijn overleden of een onbekende verblijfplaats hebben) de autoriteiten in het land van herkomst instemmen met het verblijf van het kind in het gezin van de pleegouders. Alleen als het recht van het land van herkomst dit vereist, is naast instemming van de ouder(s) of de wettelijke vertegenwoordiger ook instemming van de autoriteiten van het land van herkomst vereist.
De ouders moeten ook het wettelijk gezag over de minderjarige (tijdelijk) aan de pleegouders overdragen. Per land moet onderzocht worden of dit kan via een notariële verklaring of dat de ouders hiervoor een rechtelijke uitspraak nodig hebben.
De ouders verliezen niet het ouderlijk gezag over het kind.
Toestemming voor vertrek naar het buitenland van de andere mede met het gezag belaste ouder
Kinderen die alleen bij moeder of alleen bij vader verblijf aanvragen, terwijl de (biologische) vader of moeder in het land van herkomst achterblijft, moeten, naast de gebruikelijke voorwaarden, aan de volgende voorwaarde voldoen:
- a.
een verklaring dat de vader c.q. moeder toestemming verleent dat het kind bij vader c.q. moeder in de openbare lichamen mag verblijven; of
- b.
een gerechtelijke uitspraak dat het ouderlijk gezag / voogdij aan de in de openbare lichamen verblijvende moeder of vader is toegewezen.
Akten:
De familierechtelijke relatie tot degene bij wie verblijf wordt beoogd, wordt door middel van officiële gelegaliseerde/geapostilleerde documenten aangetoond.
Feitelijk behoren tot het gezin
Op grond van artikel 5.10, onder c, BTU-BES wordt de verblijfsvergunning verleend, als het kind feitelijk behoort en al in het buitenland feitelijk behoorde tot het gezin van de in de openbare lichamen wonende ouder(s) bij wie verblijf wordt beoogd. De gezinsband moet al in het buitenland hebben bestaan en het kind moet gaan samenwonen met de ouder(s).
De aanvraag wordt afgewezen, als het kind niet feitelijk behoort en al in het buitenland behoorde tot het gezin van de in de openbare lichamen wonende ouder(s) bij wie verblijf wordt beoogd.
Voor de invulling van het begrip feitelijke gezinsband in zaken waarin minderjarige biologische of juridische kinderen bij een in de openbare lichamen verblijvende ouder verblijf vragen, wordt aangesloten bij het begrip familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM.
Het gezinsleven tussen ouders en kinderen in de zin van artikel 8 EVRM eindigt slechts in zeer uitzonderlijke situaties. Ook als men niet samenwoont of maar heel kort heeft samengewoond, of er in een periode weinig of geheel geen contact is geweest, zijn er andere zwaarwegende feiten nodig om het gezinsleven als beëindigd te kunnen beschouwen. Alleen de ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing van het kind beëindigt bijvoorbeeld niet het gezinsleven.
Als sprake is van gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM wordt aangenomen dat een biologisch of juridisch kind feitelijk behoort en al in het buitenland behoorde tot het gezin van de ouder(s).
Als sprake is van één of meer van de volgende genoemde omstandigheden wordt, in uitzondering op het bovenstaande, aangenomen dat een kind niet langer feitelijk behoort tot het gezin van de ouder(s):
- i.
het kind gaat zelfstandig wonen en in eigen onderhoud voorzien;
- ii.
het kind vormt een zelfstandig gezin door het aangaan van een huwelijk of een relatie;
- iii.
het kind is belast met de zorg voor buitenhuwelijkse kinderen.
Als het kind zelf de zorg heeft voor afhankelijke gezinsleden, onder wie (buitenechtelijke) kinderen, is dit alleen een reden om aan te nemen dat het niet langer feitelijk behoort tot het gezin van de ouder(s), als daarnaast sprake is van één van de eerste twee hiervóór genoemde omstandigheden.
Met de genoemde uitzonderingsgevallen is duidelijk gemaakt dat er omstandigheden kunnen zijn, waarin geoordeeld kan worden dat het kind niet (meer) feitelijk behoort tot het gezin van de ouder(s). In de eerste twee genoemde omstandigheden kan worden aangenomen dat het kind een zekere mate van zelfstandigheid heeft bereikt. In deze gevallen komt aan de handhaving van een restrictief vreemdelingenbeleid meer gewicht toe dan aan het individuele belang van het kind om alsnog bij zijn ouder(s) in de openbare lichamen te verblijven. De zorg voor afhankelijke gezinsleden, onder wie (buitenechtelijke) kinderen, kan uitsluitend tot het oordeel leiden dat het kind niet feitelijk behoort tot het gezin van de ouder(s), als het kind daarnaast zelfstandig woont en in eigen onderhoud voorziet, óf door het aangaan van een huwelijk of een relatie een zelfstandig gezin heeft gevormd.
Ad b. Verblijfsstatus van de hoofdpersoon
Op grond van artikel 5.11 BTU-BES wordt de verblijfsvergunning verleend, als de hoofdpersoon in de openbare lichamen verblijft als:
- a.
Nederlander;
- b.
houder van een verblijfsvergunning, die niet-tijdelijk is in de zin van artikel 5.3 BTU-BES.
Ad c. Polygamie
Als de referent met meer dan één andere persoon tegelijkertijd door een huwelijk of (geregistreerd) partnerschap is verbonden, wordt op grond van artikel 5.12 BTU-BES geen verblijfsvergunning verleend aan het minderjarige biologische of juridische kind van de referent als:
- a.
de referent in de openbare lichamen al samenleeft met één van de (huwelijks)partners én deze (huwelijks)partner niet de biologische of juridische ouder is van het minderjarige kind.
- b.
de referent in de openbare lichamen al samenleeft met een kind dat is geboren uit een andere (huwelijks)relatie dan die tussen de biologische of juridische ouders van het minderjarige kind.
Ad d. Samenwoning
Op grond van artikel 5.13 BTU-BES wordt de verblijfsvergunning verleend als het minderjarige kind en de hoofdpersoon (gaan) samenwonen.
Ad g. Openbare orde beleid
De verblijfsvergunning wordt op grond van artikel 5.16 BTU-BES verleend als de vreemdeling geen gevaar vormt voor de openbare orde en nationale veiligheid.
Ad i. Middelen
De verblijfsvergunning wordt op grond van artikel 5.18, onder a, BTU-BES verleend als de hoofdpersoon duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan (zie hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3).
Meetellen gezinsinkomen bij nareizende (voor-)kinderen
Als de hoofdpersoon (de biologische of juridische ouder bij wie de vreemdeling verblijf beoogt) een naar Nederlands internationaal privaatrecht geldig huwelijk of een in Nederland geregistreerd partnerschap is aangegaan, dan wel een relatie onderhoudt in de zin van artikel 5.10, aanhef en onder b, BTU-BES met een persoon die houder is van een verblijfsvergunning, dan wel Nederlander is, kan het duurzame, zelfstandig verworven bruto-inkomen van die persoon – mits deze samenwoont met de hoofdpersoon – worden meegeteld bij de berekening van de bestaansmiddelen.
Daarbij geldt als aanvullende voorwaarde dat, tenzij de bovenbedoelde partner, geregistreerde partner of huwelijkspartner biologisch of juridisch ouder van de vreemdeling is, deze een garantstelling moet hebben ondertekend.
5.2. Vereiste bescheiden
- a.
ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;
- b.
kopie geldig document grensoverschrijding
- –
indien van toepassing voorzien van een geldige mvv, die is afgegeven voor het gevraagde verblijfsdoel;
- c.
kopie geldig document grensoverschrijding of geldige Sédula van de verblijfgever;
- d.
gelegaliseerde/geapostilleerde geboorteakte of, als uit de geboorteakte de familierechtelijke relatie tussen vreemdeling en verblijfgever niet blijkt, andere documenten met betrekking tot die familierechtelijke relatie;
- e.
In het geval van een pleegkind:
- 1.
gegevens Voogdijraad waaruit blijkt dat ingestemd wordt met het verblijf van het pleegkind;
- 2.
instemmingsverklaring van de ouders of wettelijke vertegenwoordigers dan wel van de autoriteiten van het land van herkomst dat zij instemmen met het verblijf van het kind in het gezin van de pleegouders;
- 3.
gelegaliseerde/geapostilleerde bescheiden waaruit blijkt dat de pleegouders het gezag over het pleegkind hebben;
- f.
uittreksel uit de basisadministratie persoonsgegevens waaruit het verblijfsadres en de gezinssamenstelling van de verblijfgever blijken;
- g.
gelegaliseerde bescheiden die het rechtmatig gezag aantonen;
- h.
vanaf 16 jaar: bijlage verklaring burgerlijke staat;
- i.
indien gedeeld gezag: toestemmingsverklaring en kopie identiteitsbewijs van de achterblijvende ouder;
- j.
bewijs van zelfstandige, duurzame en voldoende middelen van bestaan;
- k.
bewijs van rechtmatig verblijf van de verblijfgever;
- l.
indien van toepassing: bewijs onderzoek TBC;
- m.
vanaf 16 jaar: ondertekende antecedentenverklaring (geïntegreerd in het aanvraagformulier);
- n.
gelegaliseerde/geapostilleerde verklaring van goed gedrag, afgegeven door een bevoegde autoriteit in het land van herkomst (niet ouder dan drie maanden op het moment van indiening van de aanvraag).
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
5.3. Kinderen geboren uit rechtmatig verblijvende ouders
Voor kinderen die in de openbare lichamen zijn geboren uit niet-Nederlandse ouders van wie ten minste één houder is van een verblijfsvergunning voor (on)bepaalde tijd, is er een bijzondere regeling.
5.3.1. In de openbare lichamen geboren kinderen
De verblijfsvergunning wordt verleend aan het in de openbare lichamen geboren kind, als:
- a.
dat kind het hoofdverblijf niet buiten de openbare lichamen heeft verplaatst;
- b.
dat kind feitelijk is blijven behoren tot het in de openbare lichamen gevestigde gezin van de ouder;
- c.
die ouder houder is van een verblijfsvergunning voor (on)bepaalde tijd. Niet vereist is dat de ouder sinds de geboorte van het kind aaneengesloten houder van een verblijfsvergunning is geweest;
- d.
die ouder sinds de geboorte van de vreemdeling het hoofdverblijf niet buiten de openbare lichamen heeft verplaatst;
- e.
het kind beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, of heeft aangetoond dat hij vanwege de regering van het land waarvan hij onderdaan is, niet of niet meer in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding kan worden gesteld, waarbij kan worden volstaan met bijschrijving in het paspoort van de ouder; en
- f.
het kind geen gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid.
De aanvraag wordt niet afgewezen wegens het ontbreken van een geldig mvv of het ontbreken van voldoende middelen van bestaan. De aanvraag wordt ook niet afgewezen wegens het niet bereid zijn een onderzoek naar of behandeling voor TBC te ondergaan en daaraan mee te werken.
5.3.2. Vereiste bescheiden
- a.
ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;
- b.
kopie geldig document grensoverschrijding of bijschrijving in het paspoort van de ouder;
- c.
kopie geldig document grensoverschrijding of geldige Sédula van de verblijfgever;
- d.
gelegaliseerde/geapostilleerde geboorteakte of, als uit de geboorteakte de familierechtelijke relatie tussen vreemdeling en verblijfgever niet blijkt, andere documenten met betrekking tot die familierechtelijke relatie;
- e.
uittreksel uit de basisadministratie persoonsgegevens waaruit het verblijfsadres en de gezinssamenstelling van de verblijfgever blijken;
- f.
bewijs van rechtmatig verblijf van de hoofdpersoon;
- g.
gelegaliseerde/geapostilleerde verklaring van goed gedrag, afgegeven door een bevoegde autoriteit in het land van herkomst (niet ouder dan drie maanden op het moment van indiening van de aanvraag).
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
5.4. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
5.4.1. Beperking
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘gezinshereniging bij (naam ouder(s))’.
5.4.2. Arbeidsmarktaantekening
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ‘arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV'. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
Bovengenoemde arbeidsmarktaantekening staat niet in de weg dat bij andere wetten beperkingen ten aanzien van het verrichten van arbeid door minderjarigen gesteld worden.
5.4.3. Voorschrift
Aan de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden van het sluiten van een voldoende ziektekostenverzekering, met inbegrip van de kosten die zijn verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
5.5. Geldigheidsduur
In afwijking van artikel 5.25 BTU-BES kan op grond van artikel 5.26 BTU-BES de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met gezinshereniging als minderjarige worden verleend voor de duur van ten hoogste:
- a.
vijf jaren, indien de ouder bij wie de vreemdeling wil verblijven voor onbepaalde tijd of als Nederlander is toegelaten;
- b.
de duur van de toelating van de ouder bij wie de vreemdeling wil verblijven, indien die duur meer dan een jaar maar minder dan vijf jaren bedraagt.
6. Verruimde gezinshereniging
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in het kader van verruimde gezinshereniging kan, op grond van artikel 5.9, lid 2, BTU-BES, op aanvraag worden verleend aan vreemdelingen van 60 jaar of ouder die in de openbare lichamen willen verblijven bij hun kind(eren). Het gaat hier dus om ouders op leeftijd, die bij een volwassen kind willen komen wonen.
De familierechtelijke relatie moet worden aangetoond met officiële gelegaliseerde / geapostilleerde documenten.
Verder wordt de eis gesteld dat achterlating van de persoon die om toelating verzoekt bij zijn/haar kind in de openbare lichamen een onevenredige hardheid oplevert.
6.1. Bijzondere vereisten voor toelating
De bijzondere vereisten voor toelating zijn als volgt:
- a.
betrokkene is alleenstaande in het land van herkomst; dit moet met gelegaliseerde/geapostilleerde documenten worden aangetoond;
- b.
(vrijwel) alle kinderen van betrokkene wonen in de openbare lichamen. Als er één of meer kinderen in het land van herkomst wonen die voor de opvang van betrokkene kunnen zorgen, is toelating op grond van dit beleid niet mogelijk;
- c.
alle in de openbare lichamen verblijvende kinderen zijn in het bezit van een verblijfsvergunning die niet-tijdelijk is in de zin van artikel 5.3, lid 3, BTU-BES;
- d.
een van de kinderen beschikt of de kinderen beschikken duurzaam over voldoende middelen van bestaan om mede te kunnen voorzien in de kosten van levensonderhoud van betrokkene. Dit betekent dat kinderen gezamenlijk mogen aantonen aan het middelenvereiste te voldoen.
Ad c. Verblijfsstatus hoofdpersoon
De verblijfsvergunning wordt verleend, als de in de openbare lichamen verblijvende kinderen in de openbare lichamen verblijven als:
- •
Nederlander;
- •
houder van een verblijfsvergunning, die niet-tijdelijk is in de zin van artikel 5.3, lid 3, BTU-BES.
Ad d. Middelen
De verblijfsvergunning wordt niet verleend als één van de kinderen niet duurzaam beschikt of de kinderen niet duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan (zie hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3).
6.2. Vereiste bescheiden
- a.
ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;
- b.
geldig document grensoverschrijding;
- –
indien van toepassing voorzien van een geldige mvv, die is afgegeven voor het gevraagde verblijfsdoel;
- c.
kopie geldig document grensoverschrijding of geldige Sédula van de verblijfgever;
- d.
gelegaliseerde/geapostilleerde akte waaruit blijkt dat de vreemdeling alleenstaand is in het land van herkomst; in dat verband kan gedacht worden aan een overlijdensakte van de echtgeno(o)t(e) of de echtscheidingsakte;
- e.
gelegaliseerde/geapostilleerde akte waaruit het aantal kinderen van de vreemdeling blijkt; in dat geval kan worden gedacht aan een uittreksel uit het geboorteregister;
- f.
bescheiden waaruit de familierechtelijke relatie tot de in de openbare lichamen gevestigde kinderen blijkt (bloedverwantschap);
- g.
bewijs van zelfstandige, duurzame en voldoende middelen van bestaan;
- h.
bijlage garantverklaring;
- i.
bewijs van rechtmatig verblijf van de hoofdpersoon;
- j.
indien van toepassing: bewijs onderzoek TBC;
- k.
ondertekende antecedentenverklaring (geïntegreerd in het aanvraagformulier);
- l.
gelegaliseerde/geapostilleerde verklaring van goed gedrag, afgegeven door een bevoegde autoriteit in het land van herkomst (niet ouder dan drie maanden op het moment van indiening van de aanvraag).
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
6.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
6.3.1. Beperking
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘verruimde gezinshereniging bij (naam gezinslid)’.
6.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ‘arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV'. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
6.3.3. Voorschrift
Aan de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden van het sluiten van een voldoende ziektekostenverzekering, met inbegrip van de kosten die zijn verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
6.4. Geldigheidsduur
Op grond van artikel 5.25 BTU-BES wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend voor ten hoogste één jaar en kan de verblijfsvergunning telkens met ten hoogste één jaar worden verlengd.
7. Artikel 8 EVRM
7.1. Familie- of gezinsleven
In de volgende gevallen is in ieder geval sprake van familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM:
- a.
de echtgenoten in een reëel huwelijk (lawful and genuine marriage);
- b.
de partners in een reële en in voldoende mate met een huwelijk op een lijn te stellen (homo- of heteroseksuele) relatie;
- c.
de ouders en hun uit een reëel huwelijk of niet-huwelijkse relatie geboren minderjarige en meerderjarige kinderen.
In de volgende gevallen kan ook sprake zijn van familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM:
- a.
de erkenner en het kind, mits aan de relatie tussen het kind en de erkenner daadwerkelijk invulling wordt gegeven;
- b.
de biologische vader en het kind, mits er sprake is van bijkomende omstandigheden, zoals een relatie tussen die vader en de moeder die voldoende op een lijn is te stellen met een huwelijk (ongeacht of de geboorte van het kind plaatsvond voor of nadat de relatie of de samenleving was verbroken) of feitelijke contacten (als samenleving, verzorging en/of opvang) met het kind;
- c.
adoptiefouders en het kind, mits daaraan voldoende invulling wordt gegeven;
- d.
pleegouders of opvangouders en het kind, mits daaraan voldoende invulling wordt gegeven;
- e.
overige naaste bloedverwanten, zoals de grootouders en het kleinkind, broer of zus, de oom/tante en de neef/nicht, mits er sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheid en emotionele binding (more than normal emotional ties).
Het familie- of gezinsleven tussen (geregistreerde en huwelijks)partners eindigt met de feitelijke verbreking van de (huwelijkse) relatie.
7.2. Inmenging
Inmenging op het familie- en gezinsleven, dan wel het privé-leven wordt aangenomen, als de vreemdeling:
- •
met toepassing van artikel 16d, lid 1, WTU-BES ongewenst wordt verklaard,
- •
ooit in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning.
7.3. Belangenafweging
Om te kunnen bepalen of weigering van (voortzetting van) het verblijf van de vreemdeling in strijd is met artikel 8 EVRM, moeten alle relevante feiten en omstandigheden van het geval worden bekeken en tot uitdrukking worden gebracht in een belangenafweging. Welke belangen bij de belangenafweging moeten worden betrokken, hangt af van de concrete individuele casus. Van belang is dat het altijd gaat om de feitelijke situatie in het individuele geval, die per casus zal verschillen. Aangezien het gaat om de beoordeling en afweging van diverse belangen van verschillende aard, komt in beide gevallen aan de overheid een zekere beoordelingsvrijheid (a certain margin of appreciation) toe.
De uitgangspositie van de belangenafweging wordt mede bepaald door de omstandigheid of sprake is van inmenging. Bij de weigering van voortgezet verblijf is de uitgangspositie van de vreemdeling sterker dan bij eerste toelating van vreemdelingen tot de openbare lichamen. De omstandigheid dat nooit sprake is geweest van rechtmatig verblijf zal ten nadele van de vreemdeling worden betrokken bij deze belangenafweging.
Ook als er geen sprake is van inmenging moet er een belangenafweging tussen de belangen van de Staat en die van de vreemdeling plaatsvinden.
7.4. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
7.4.1. Beperking
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘uitoefenen van het gezinsleven conform artikel 8 EVRM bij (naam)’.
Als het verblijfsrecht van de persoon bij wie de vreemdeling wil verblijven, tijdelijk van aard is, is het verblijfsrecht van de vreemdeling ook tijdelijk van aard.
Als het verblijf wordt verleend op grond van de pogingen van de vreemdeling om aan het gezinsleven met zijn kind invulling te gaan geven, is het verblijfsrecht altijd tijdelijk van aard.
7.4.2. Arbeidsmarktaantekening
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ‘arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV'. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
Als artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
7.5. Geldigheidsduur
Op grond van artikel 5.25 BTU-BES wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend voor ten hoogste één jaar en kan de verblijfsvergunning telkens met ten hoogste één jaar worden verlengd.