Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2024/1157 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1257/2013 en (EU) 2020/1056 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1013/2006
Artikel 23 Terugname ingeval een overbrenging die onder de algemene informatieverplichtingen valt, niet als gepland kan worden voltooid
Geldend
Geldend vanaf 20-05-2024
- Bronpublicatie:
11-04-2024, PbEU L 2024, 2024/1157 (uitgifte: 30-04-2024, regelingnummer: 2024/1157)
- Inwerkingtreding
20-05-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
11-04-2024, PbEU L 2024, 2024/1157 (uitgifte: 30-04-2024, regelingnummer: 2024/1157)
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Afval
1.
Indien een in artikel 4, lid 4 of lid 5, bedoelde overbrenging van afvalstoffen, of de nuttige toepassing daarvan, niet kan worden voltooid als gepland in overeenstemming met het bijlage VII-document of het in artikel 18, lid 10, bedoelde contract, en indien het niet om een illegale overbrenging gaat, stelt de persoon die opdracht heeft gegeven voor de overbrenging overeenkomstig artikel 18 de bevoegde autoriteit van verzending daarvan onmiddellijk in kennis. In dergelijke gevallen brengt de opdrachtgever voor de overbrenging of de ontvanger, overeenkomstig de verplichtingen van het in artikel 18, lid 10, bedoelde contract, de afvalstoffen terug naar het land van verzending of zorgt hij voor de nuttige toepassing ervan op andere wijze in het land van bestemming of elders, en ziet hij er zo nodig op toe dat voorzieningen worden getroffen om de afvalstoffen veilig op te slaan, in afwachting van de terugzending ervan, of de niet-voorlopige nuttige toepassing of de niet-voorlopige verwijdering ervan op een andere wijze.
De terugname of nuttige toepassing van de afvalstoffen op een andere wijze vindt plaats binnen 90 dagen, of een andere tussen de betrokken bevoegde autoriteiten overeengekomen periode, na de datum waarop de opdrachtgever voor de overbrenging de bevoegde autoriteit van verzending overeenkomstig de eerste alinea in kennis heeft gesteld.
2.
Indien een andere voorziening wordt getroffen, zoals bedoeld in lid 1, zorgt de opdrachtgever voor de overbrenging of de ontvanger, naargelang het geval, ervoor dat de betrokken afvalstoffen op milieuhygiënisch verantwoorde wijze en in overeenstemming met artikel 59 worden beheerd.
3.
In geval van terugname of indien een andere voorziening wordt getroffen buiten het oorspronkelijke land van bestemming, zoals bedoeld in lid 1, wordt de relevante informatie in het bijlage VII-document ingevuld en ingediend door de oorspronkelijke opdrachtgever voor de overbrenging overeenkomstig artikel 18. Indien de overbrenging met het oog op terugname of een andere voorziening onder artikel 4, lid 1, lid 2 of lid 3, valt, is artikel 22 van overeenkomstige toepassing.
4.
Indien de bevoegde autoriteit van verzending er wetenschap van krijgt dat een overbrenging van afvalstoffen, zoals bedoeld in artikel 4, lid 4 of lid 5, of de nuttige toepassing daarvan, niet als gepland is voltooid, en dat niet is voldaan aan de in lid 1 vermelde verplichting om de afvalstoffen terug te nemen of in een andere nuttige toepassing te voorzien, neemt de bevoegde autoriteit van verzending alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de opdrachtgever voor de overbrenging de afvalstoffen terugneemt of op een andere wijze in een nuttige toepassing voorziet en er zo nodig op toeziet dat voorzieningen worden getroffen om de afvalstoffen veilig op te slaan, in afwachting van de terugzending ervan, of de niet-voorlopige nuttige toepassing of de niet-voorlopige verwijdering ervan op een andere wijze. Indien het voor de persoon die de opdracht voor de overbrenging heeft gegeven praktisch niet haalbaar is om aan de terugnameplicht te voldoen, wordt daaraan voldaan door een persoon die wordt beschouwd als opdrachtgever voor de overbrenging overeenkomstig lid 5 of lid 6, indien relevant.
5.
Indien de opdrachtgever voor de overbrenging zoals bedoeld in artikel 3, eerste alinea, punt 7), iv), niet voldoet aan de bepalingen inzake de terugnameplicht van dit artikel of van artikel 24, wordt voor de toepassing van die bepalingen als opdrachtgever voor de overbrenging beschouwd, de oorspronkelijke afvalstoffenproducent, de nieuwe afvalstoffenproducent of de inzamelaar als omschreven in artikel 3, eerste alinea, punt 7), i), ii) of iii), die de handelaar of makelaar gemachtigd heeft namens hem te handelen.
6.
Indien de opdrachtgever voor de overbrenging zoals bedoeld in artikel 3, eerste alinea, punt 7), i), ii) of iii), niet voldoet aan de bepalingen inzake de terugnameplicht van dit artikel of van artikel 24, wordt voor de toepassing van die bepalingen als opdrachtgever voor de overbrenging beschouwd, de afvalstoffenhouder als omschreven in artikel 3, eerste alinea, punt 7), v).
7.
Indien het voor de opdrachtgever voor de overbrenging of voor een persoon die overeenkomstig lid 5 of lid 6 als verantwoordelijke wordt beschouwd, praktisch niet haalbaar is om aan de terugnameplicht als bepaald in lid 4 te voldoen, wordt voor de verplichtingen uit hoofde van dit artikel als verantwoordelijke beschouwd, de bevoegde autoriteit van verzending of een natuurlijke persoon of rechtspersoon namens haar.