Vrijstellingen schenk- en erfbelasting

Vrijstellingen schenk- en erfbelasting

Bijgewerkt t/m: 19-02-2026

Mr. Nicole Goud

f51ccec4-83d4-4e13-8e4a-2096ce74f085

Fiscalist, jurist, RegisterExecuteur, erfcoach, auteur en eigenaar en bestuurder van Pirolo B.V. en van Akto B.V, tevens RegisterExecuteur, financieel en juridisch advies ouderen en voorbereiden en afwikkelen nalatenschappen. Zie www.akto.nu en www.pirolo.nl

Om de hoogte van de verschuldigde schenk- of erfbelasting te kunnen bepalen, mag eerst rekening worden gehouden met een vrijstelling op de schenking of op de erfenis/nalatenschap.

Inleiding erf- en schenkbelasting

De Successiewet belast verkrijgingen krachtens erfrecht (erfbelasting) en schenking (schenkbelasting). Erf- of schenkbelasting wordt verschuldigd als iemand iets verkrijgt van een erflater of schenker die in Nederland woont of volgens de Successiewet geacht wordt te wonen. Deze belastingen worden geheven van de verkrijger of van de begiftigde. De woonplaats van de verkrijger/begiftigde is daarbij niet van belang.

Tariefgroepen

De schenk- en erfbelasting kennen dezelfde indeling in tariefgroepen. De Successiewet onderscheidt twee (of drie) tariefgroepen. Verkrijgers in tariefgroep 1 (partner en kinderen) betalen het laagste percentage aan schenk- en erfbelasting (10% of 20%). Verkrijgers in tariefgroep 1a ( (achter)kleinkinderen) betalen een percentage van 18 of 36%. Verkrijgers in tariefgroep 2 (andere verkrijgers) betalen het hoogste percentage (30% of 40%).

De vrijstellingen

Om de hoogte van de verschuldigde erfbelasting (over een erfenis/nalatenschap) of de hoogte van de schenkbelasting over een schenking te kunnen bepalen, mag eerst rekening worden gehouden met de zogenoemde vrijstellingen. Anders dan de tarieven zijn de vrijstellingen voor de schenk- en erfbelasting niet aan elkaar gelijk.

Volledig (voorwaardelijk) vrijgesteld

Er zijn verkrijgers die volledig zijn vrijgesteld (zoals de ANBI en de SBBI) en verkrijgers die bij de heffing te maken krijgen met een hoger of lager vrijgesteld bedrag. Zo hebben partners een hogere vrijstelling voor de erfbelasting dan bijvoorbeeld de kinderen. Ingeval van schenking aan een kind is er onder andere de eenmalige hoge vrijstelling (sinds 2024 niet meer voor een eigen woning) of voor een bijzondere studie (onder voorwaarden).

Willekeurige derden hebben de laagste vrijstelling: zowel voor de schenk- als voor de erfbelasting. Hierop bestond in de jaren 2013 en 2014 en in de jaren van 2017 tot en met 2022 (met overgangsregeling) een tijdelijke uitzondering: de zogenoemde 'jubelton' (de eenmalige grote vrijstelling eigen woning van € 106.671 in 2022) binnen de schenkbelasting. Deze grote vrijstelling is sinds 1 januari 2024 weervolledig afgeschaft.

Een zeer belangrijke voorwaardelijke vrijstelling in de Successiewet vormt tot slot de bedrijfsopvolgingsfaciliteit.

Documenten bij dit thema

Artikel 1a Successiewet 1956

Artikel 1a lid 5 Successiewet 1956 jo.artikel 5a, lid 2, lid 4 en lid 5, derde volzin, AWR

Artikel 32 Successiewet 1956

Artikel 33 Successiewet 1956

Artikel 33a Successiewet 1956 (vervallen per 1 januari 2024)

Artikel 35b t/m 35f Successiewet 1956

Artikel 82a Successiewet 1956

Antwoorden van het Ministerie van Financiën op vragen uit de praktijk over de bedrijfsopvolgingsfaciliteit (BOF) van artikel 35b SW. Ministerie van Financiën 23 juli 2018, nr. 2018-0000119906, V-N 2018/59.11, TaxVisions, editie 16 november 2018

Belastingdienst, Checklist verzoeken bedrijfsopvolgingsregeling (art. 35b SW), 26 april 2018

Hoofdstuk 1A van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 van 14 juni 1994, laatstelijk gewijzigd op 30 december 2015, Stcrt. 2023, 34571

Artikel 5a Algemene wet inzake rijksbelastingen

Artikel 5b Algemene wet inzake rijksbelastingen

Artikel 5c Algemene wet inzake rijksbelastingen

Artikel 5d Algemene wet inzake rijksbelastingen

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 29 juni 2023, KG:063:2023:22, Tarief en vrijstelling ‘ex-schoonkind’

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 3 oktober 2023 KG:063:2023:36, BOR, bezitseis op uitbreidingen, arresten HR 29 mei 2020

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 24 april 2024, KG:063:2024:1, Tarief en vrijstelling, verkrijging door een kind van de partner van diens ouder

EHRM 27 mei 2014, ECLI:NL:XX:2014:263, BNB 2014/237, V-N 2014/38.21, H&I 2014/273

HR 2 december 2022, nr. 21/03796, ECLI:NL:HR:2022:1793, V-N 2022/54.15

Hof Arnhem-Leeuwarden 22 juni 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:6063, V-N 2021/37.1.2, V-N 2021/49.23.12

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 13 juli 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:4937, V-N Vandaag 2023/1670, TaxLive 20 juli 2023

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24 januari 2024, nr. BRE 22/4371, ECLI:NL:RBZWB:2024:341, V-N Vandaag 2024/258

T. de Bondt, J.M. Hengeveld & E.G. Hoepelman, Wetteksten Financiële Dienstverlening, editie 2026, Wolters Kluwer (jaarlijkse edities)

F. Sonneveldt, Wegwijs in de Successiewet, editie 2025 (30e druk), Sdu

Cursus Belastingrecht S&E.1, Schenk- en erfbelasting, Prof. mr. I.J.F.A. van Vijfeijken & mr. dr. N.C.G. Gubbels

Vakstudie Successiewet, Partnerschap in de Successiewet 1956

Vakstudie Successiewet, art. 1a SW 1956, aant. 1

Vakstudie Successiewet, art. 32 SW 1956, aant. 1.1

Vakstudie Successiewet, art. 33 SW 1956, aant. 1.1

Vakstudie Successiewet, art. 35b SW 1956, aant. 1

Vakstudie Successiewet, art. 82a SW 1956, aant. 1