De onzakelijke lening

De onzakelijke lening

Bijgewerkt t/m: 27-02-2026

Dr. Frank Elsweier

cfb60e55-2c9c-42d0-98ea-5846f8019464

Tilburg University – Universitair docent en onderzoeker belastingrecht (vennootschapsbelasting)

EY Belastingadviseurs – Belastingadviseur, Kennisbeheer en Tax Knowledge Center

Van een onzakelijke lening is sprake wanneer een geldlening is verstrekt onder zodanige omstandigheden en voorwaarden dat een onafhankelijke derde deze geldlening onder die condities niet of alleen tegen een winstdelende rente zou hebben verstrekt. Het verlies op een onzakelijke lening is niet aftrekbaar.

Wordt in het bedrijfsleven een lening onder zakelijke voorwaarden verstrekt, dan valt deze lening in beginsel in de ondernemingssfeer. Dit betekent dat de lotgevallen van de hoofdsom (zoals afwaarderingen) en de vergoedingen over deze hoofdsom (rente) onderdeel uitmaken van de winst. Op grond van goedkoopmansgebruik (het voorzichtigheidsbeginsel) kan de crediteur het verlies op de lening in beginsel aftrekken van de winst in het jaar van waardevermindering.

Onzakelijke lening

Het verlies op een lening is echter niet aftrekbaar als sprake is van een onzakelijke lening. Kort geformuleerd is een onzakelijke lening een geldlening verstrekt onder zodanige omstandigheden en voorwaarden dat een onafhankelijke derde deze geldlening onder die condities niet of alleen tegen een winstdelende rente zou hebben verstrekt.

Jurisprudentie

De onzakelijke leningenleer is ontwikkeld door de Hoge Raad en is van toepassing in zowel de inkomstenbelastingsfeer (terbeschikkingstelling) als in de vennootschapsbelastingsfeer. Daarnaast trekt de Hoge Raad de lijn die hij in de onzakelijke lening jurisprudentie heeft ingezet voor de behandeling van onzakelijke debiteurenrisico’s in beginsel door naar andere vormen van onzakelijke debiteurenrisico, zoals de onzakelijke garant- en borgstelling.

Een Hoge Raad arrest van 9 mei 2008 kan als basisarrest worden gezien van de onzakelijke lening problematiek. Op 25 november 2011 heeft de Hoge Raad vervolgens een drietal standaard arresten gewezen, met daarin nadere uitleg over in de literatuur en praktijk gerezen vragen over de onzakelijke lening. Zo werd uit deze arresten bijvoorbeeld duidelijk dat de onzakelijke lening fiscaal gezien nog steeds als vreemd vermogen moet worden behandeld en dat op het moment van aangaan van de lening de (on)zakelijkheid moet worden getoetst.

De latere arresten van de Hoge Raad over de onzakelijke lening betreffen veelal een nadere invulling van nog openstaande punten. Zo werd bijvoorbeeld duidelijk dat een zakelijke lening op een later moment (dan aangaan van de lening) ook onzakelijk kan worden en dat bijzondere omstandigheden er voor kunnen zorgen dat er (uiteindelijk) toch geen sprake is van een onzakelijke lening. Het leerstuk van de onzakelijke lening is nog steeds volop in beweging en een einde aan de stroom van jurisprudentie over dit onderwerp lijkt nog niet in zicht. De Hoge Raad heeft bijvoorbeeld recentelijk (5 april 2024) uitspraak gedaan in een zaak waarin de vraag centraal stond hoe een onzakelijke lening moet worden behandeld voor toepassing van de schenkbelasting.

Documenten bij dit thema

Verzamelbesluit resultaat overige werkzaamheden (besluit van 15 januari 2026 nr. 2026-436, Stcrt. 2026-1724)

Verrekenprijsbesluit 2022 (besluit van 14 juni 2022, nr. 2022-0000139020, Stcrt. 2022-16685)

Verzamelbesluit fiscale eenheid (2 april 2024, nr. DGB2010/4620M2024-186206, Stcrt. 2024,11814)

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 10 juli 2024, KG:063:2024:9, Gift, bevoordeling bij verstrekken onzakelijke lening aan een bv, V-N 2024/37.8, TaxVisions editie 30 augustus 2024, TaxVisions 2024/32.2

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 8 mei 2025, KG:023:2025:5, Onzakelijke lening om motieven bovenlangs en opgeofferd bedrag, V-N 2025/25.5, TaxVisions editie 30 mei 2025, TaxVisions 2025/21.1

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 28 juni 2025, KG:023:2024:7, Nagekomen rente op een onzakelijke lening

F.J. Elsweier en S.A. Stevens, Hoofdzaken vennootschapsbelasting, 21e herziene druk, Wolters Kluwer 2026, paragraaf 5.2.1.3

A.M.A. de Beer, 'Schenkbelasting bij een onzakelijke lening', Vakblad Estate Planning, ESTPLANNING 2025/95

N.M. Ligthart, 'Onduidelijkheid over de gevolgen van een onzakelijke lening ‘opzij’ in de schenkbelasting!', VP-bulletin 2025/19

M.M.J. Schuurman-van Nifterik, 'Onzakelijke lening: Hoe waardeer je een bevoordeling van aandeelhouder?', Vakblad Estate Planning 2024/90

E.R.J. van Exel & S.G. de Kok, 'Dubbele niet-heffing door verrekenprijsmismatches: nog steeds mogelijk?', WFR 2024/314

P.G.H. Albert, 'Over de schenker die verrijkt (en wellicht ook de begiftigde die verarmt)', WFR 2024/222

R.E. Zwier, 'Het onzakelijke lening- en schenking-arrest', WFR 2024/221

C.B. Bavinck & R.P.C. Cornelisse, 'HR 13 januari 2023, bodemlozeputleningen en onzakelijke geldleningen', WFR 2023/126

F.J. Elsweier & R.R. Boltjes, 'Beleid over de onzakelijke lening', WPNR 2022/7395 (zie ook: DJ 2022/2428)

G.C. van der Burgt, 'De onzakelijke lening: een nieuw oordeel van de Hoge Raad en een ouder debat in de literatuur', WFR 2022/168

W. Egelie, 'Alweer de onzakelijke lening (door de ogen van een jurist)', NLF 2021/51

R.R. Boltjes & F.J. Elsweier, 'Onzakelijke lening', Fiscale monografieën nr. 163, Kluwer, 2021

R.L.P. van der Velden & T.J.A. Hendriks, 'De onzakelijke garantstelling', WFR 2020/18

J.H.M. Arts, 'Onzakelijke leningen', FED Fiscale Brochure, Kluwer 2018

X.G.R. Auerbach, 'Weg met de borgstellingsanalogie', WFR 2018/140

A.C.P. Bobeldijk, R.L.P. van der Velden & L.A. Schakenraad, 'De onzakelijke lening anno 2018 – deel I', MBB 2018, nr. 4, p. 122-139

A.C.P. Bobeldijk, R.L.P. van der Velden & L.A. Schakenraad, 'De onzakelijke lening anno 2018 – deel II', MBB 2018, nr. 5, p. 215-230

P.G.H. Albert, 'De onzakelijk lening', Fiscaal Actueel, nr. 23, Kluwer 2017

Bijzondere omstandigheden in de onzakelijke-leningssfeer, D.P. Elling, P. Tulp, WFR 2017/95

Cursus Belastingrecht, T.A.R. van Brederode, Onzakelijke geldlening

Cursus Belastingrecht, Vpb.2.0.5.E.e4, Onzakelijke lening