Wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 (36748)

Wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 (36748)

Bijgewerkt t/m: 12-02-2026

Redactie

id-03a9f8f2-cc03-4a6a-b34b-c319acdfa0b8

Op 19 mei 2025 heeft staatssecretaris Van Oostenbruggen de Wet werkelijk rendement box 3 aangeboden aan de Tweede Kamer. Met dit wetsvoorstel betalen belastingplichtigen alleen belasting over wat zij daadwerkelijk hebben verdiend met hun vermogen in box 3. Doel is om het nieuwe stelsel 1 januari 2028 in te voeren.

Met het nieuwe stelsel wordt het werkelijk rendement in box 3 belast, waardoor belastingplichtigen belasting betalen over wat zij daadwerkelijk hebben verdiend met hun vermogen. Hierdoor betaalt een spaarder met een laag rendement minder belasting dan een belegger met een hoog rendement. Voor het berekenen van het werkelijke rendement zijn wel meer gegevens nodig ten opzichte van het huidige stelsel. Het kabinet wil de administratieve last zoveel mogelijk beperken. Voor 2,5 miljoen belastingplichtigen wordt de aangifte zoveel mogelijk vooraf ingevuld met gegevens van Nederlandse financiële instellingen.

Het rendement waarover belasting wordt betaald, bestaat uit het directe rendement en het indirecte rendement. Onder het directe rendement valt rente, huur en dividend met aftrek van kosten. Het indirecte rendement bestaat uit de positieve of negatieve waardeontwikkeling van bijvoorbeeld aandelen of vastgoed. De waardeontwikkeling wordt in principe jaarlijks belast met een vermogensaanwasbelasting. Alleen de waardeontwikkeling van onroerende zaken en aandelen in startups wordt pas belast bij verkoop met een vermogenswinstbelasting. Daarnaast wordt er gewerkt met een nieuwe definitie voor startups, die beter aansluit aan bij de atypische aspecten van dit type bedrijven.

Als sprake is van een verlies, dan mogen de verliezen verrekend worden met box 3-inkomen uit toekomstige jaren. De eigen woning (het hoofdverblijf) blijft in box 1. Dat verandert niet door dit voorstel.

Bij het maken van het wetsvoorstel is ook het advies van de Raad van State meegewogen. In dit advies is ook een aantal alternatieve opties aangedragen. Vervolgens zijn het advies, de aangedragen alternatieven en alle gemaakte keuzes nogmaals beoordeeld. Een stelsel op basis van werkelijk rendement, met een combinatie van vermogensaanwas- en vermogenswinstbelasting blijft de beste optie. Alle alternatieve opties scoren niet beter op uitvoerbaarheid, doenvermogen, complexiteit, juridische houdbaarheid en budgettaire gevolgen ten opzichte van het stelsel dat is ingediend.

Vervolg

De beoogde invoeringsdatum van het nieuwe stelsel is 1 januari 2028. Om dit te halen moet het wetsvoorstel uiterlijk 15 maart 2026 door de Tweede Kamer zijn aangenomen. Dit is nodig om banken en verzekeraars voldoende tijd te geven om hun software aan te passen voor het nieuwe stelsel. De nieuwe definitie voor startups wordt via een nota van wijziging verwerkt in het voorstel.

Stand van zaken

Het voorstel is ingediend bij de Tweede Kamer. Op 10 februari 2026 heeft de Tweede Kamer 13 moties aangenomen, de nrs. 13, 15, 18, 19, 22, 23, 25, 26, 27, 33, 34, 35 en 41. Op 12 februari 2026 is het wetsvoorstel aangenomen door de Tweede Kamer. Ook amendement nr. 11 over een evaluatie na drie jaar is aangenomen.

id-7407d101-940c-4b9b-80be-27afd74f5010

Documenten bij dit thema

De voorgestelde versie per 1 januari 2028 is nog niet beschikbaar.

Art. 1.12 Wet IB 2001

Art. 2.8 Wet IB 2001

Art. 2.13 Wet IB 2001

Art. 2.14 Wet IB 2001

Art. 2.15 Wet IB 2001

Art. 2.16 Wet IB 2001

Art. 2.17 Wet IB 2001

Art. 2.18 Wet IB 2001

Art. 3.16 Wet IB 2001

Art. 3.17 Wet IB 2001

Art. 3.95a Wet IB 2001

Art. 3.100 Wet IB 2001

Art. 3.111 Wet IB 2001

Art. 3.119a Wet IB 2001

Art. 3.127 Wet IB 2001

Art. 4.14 Wet IB 2001

Art. 4.15 Wet IB 2001

Art. 5.1 t/m 5.69 Wet IB 2001

Art. 6.2 Wet IB 2001

Art. 7.7 Wet IB 2001

Art. 7.8 Wet IB 2001

Art. 9.4 Wet IB 2001

Art. 9.4bis Wet IB 2001

Art. 9.4ter Wet IB 2001

Art. 9.4a Wet IB 2001

Art. 9.5a Wet IB 2001

Art. 10.1 Wet IB 2001

Art. 10.6ter Wet IB 2001

Art. 10.8a Wet IB 2001

Art. 10.11 Wet IB 2001

Art. 10a.15 Wet IB 2001

Hoofdstuk 2, art. I onderdeel AL Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001

Hoofdstuk 2, art. I onderdeel AM Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001

Hoofdstuk 2, art. I onderdeel AN Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001

Hoofdstuk 2, art. I onderdeel AP Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001

Hoofdstuk 2, art. I onderdeel APa Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001

Art. 24 Invorderingswet 1990

Art. 25 Invorderingswet 1990

Art. 26 Invorderingswet 1990

Art. 28 Invorderingswet 1990

Art. 70g Invorderingswet 1990

Art. 70h Invorderingswet 1990

Invoeringsdatum eventuele structuurwijzigingen Wet werkelijk rendement box 3 onzeker, V-N 2026/7.4

Nieuwe box 3-stelsel bijna door de Tweede Kamer, mr. drs. D.J.J. Altena, WFR 2026/55

Nieuw box 3-stelsel als voldongen feit, WFR 2026/38

Nieuwe definitie start-ups en scale-ups niet langer via wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3, V-N 2026/6.5

Kamervragen beantwoord over berichtgeving belastingontwijking box 3, V-N 2026/5.4

Ook landgoederen in de knel in nieuwe box 3-stelsel, WFR 2026/26

Belastingplan 2026. Brief aan de Eerste Kamer d.d. 1 december 2025 inzake gevolgen aangenomen amendementen pakket Belastingplan 2026, V-N 2025/58.2

Wetsvoorstel Wet Werkelijk Rendement, mr. dr. G.M.C.M. Staats, TFO 2025/201.2

Over rechtvaardige belasting, vakantiewoningen en het zakelijkheidsbeginsel, P.G.H. Albert, WFR 2025/251

Nota naar aanleiding van het verslag wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 naar Tweede Kamer, V-N 2025/39.16.1

Wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 en illiquide activa: een pleidooi voor aanpassing van het criterium voor uitzondering op de vermogensaanwasbelasting, P.H.M. Flipsen, J.W.J. van der Lee & E.H. Pijnacker Hordijk, WFR 2025/236

Al is de leugen nog zo snel …, E. van Uunen, WFR 2025/228

Wet (on)werkelijk rendement en vastgoed, prof. dr. T.M. Berkhout, WFR 2025/215

Fundamentele gebreken in de nieuwe box 3-wetgeving, R.A. van der Jagt, J.H.M. Nieuwenhuizen, WFR 2025/202

Rente of (nog) geen rente?, E.A. van Uunen, WFR 2025/182

Heffing van vermogensbelasting is geen goed idee, E.J.W. Heithuis, WFR 2025/196

Heffing van vermogensbelasting is een goed idee, H.J. Meijer, WFR 2025/197

Vermogensaanwas-, vermogenswinstbelasting of een combinatie van beide? Dr. R.P. van den Dool, TFO 200.3

Wet werkelijk rendement box 3. Memorie van toelichting. V-N 2025/28.2

Wet werkelijk rendement box 3. Voorgestelde wettekst met artikelsgewijze toelichting, V-N 2025/28.3

Vermogensaanwas of vermogenswinst belasten, mr. C.B. Bavinck,WFR 2025/157

Wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3, VFP 2025/87

Voorgestelde Wet werkelijk rendement box 3 blijft volgens kabinet beste optie, V-N 2025/8.5

De struikelgang naar een belasting over werkelijk inkomen uit vermogen, prof. dr. L.G.M. Stevens, WFR 2025/64

Onroerende zaken onder de Wet werkelijk rendement box 3, mr. R. Stam, VFP 2024/19

Inwerkingtreding Wet werkelijk rendement box 3 uitgesteld naar 2028, V-N 2025/2.7

Moore challenges? Inzichten uit de Amerikaanse Moore-zaak voor de Nederlandse box 3-plannen, Mr. J.R. Goudsmit & mr. L.W.M. Jorissen, WFR 2024/320

Wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 naar Raad van State, V-N 2024/31.9

Heffing over het werkelijk rendement in box 3, mr. C.B. Bavinck & prof. dr. R.P.C. Cornelisse, WFR 2024/145

Technische verbeteringen aangebracht in wetsvoorstel werkelijk rendement box 3, V-N 2024/7.3

Box 3: eerst genieten, dan belasten! D.L. Aulia BSc, WFR 2024/174

Internetconsultatie Wet werkelijk rendement box 3 gestart, V-N 2023/43.3

Parlementaire geschiedenis

Documenten: