Fiscale aspecten rondom fosfaatrechten

Fiscale aspecten rondom fosfaatrechten

Bijgewerkt t/m: 20-03-2026

Luc Adriaansen MSc RB

id-df50a286-6745-470a-be1b-5e3f05da24d1

Senior belastingadviseur agrofiscaal bij aaff

Landbouwbedrijven die bedrijfsmatig melkvee houden produceren mest. Melkveehouders kunnen na aanschaffing van het melkquotum hun melkveestapel echter niet eindeloos uitbreiden. Om de uitbreiding een halt toe te roepen is in 2017 de meststoffenwet uitgebreid met het stelsel van fosfaatrechten. Eén fosfaatrecht geeft recht op de productie van één kilogram fosfaat. Deze rechten zijn met ingang 1 januari 2018 vrij verhandelbaar onder bepaalde voorwaarden.

In dit thema krijgt u antwoord op de volgende vragen:

1.

Hoe werkt het fosfaatrechtenstelsel en wat is het doel hiervan?

2.

Kwalificeren fosfaatrechten als bedrijfsmiddel of voorraad?

3.

Kan over het aankoopbedrag van fosfaatrechten worden afgeschreven?

4.

Is het mogelijk gebruik te maken van de herinvesteringsreserve of toepassing van de ruilarresten bij realisatie boekwinst in geval van verkoop?

5.

Welke omzetbelastingaspecten spelen een rol?

Historie fosfaatrechtenstelsel

Fosfaatrechten geven agrarische ondernemers die melkvee houden het recht om een bepaald volume aan mest (lees: fosfaat) te produceren. De melkveehouder kreeg op 1 januari 2018 hiertoe fosfaatrechten toegekend. Het aantal rechten is gebaseerd op het aantal stuks vee dat ten behoeve van de melkveehouderij werd gehouden per 2 juli 2015. Doel van het fosfaatrechtenstelsel is om te zorgen dat de fosfaatproductie in Nederland onder het fosfaatplafond blijft.

Bedrijfsmiddel versus voorraad

Melkveehouders verkregen de fosfaatrechten per 1 januari 2018 om niet vanuit de overheid toegewezen op basis van het productievee dat op 2 juli 2015 op het bedrijf aanwezig was. Fosfaatrechten behoren tot het verplichte ondernemingsvermogen. De rechten kwalificeren overeenkomstig de algemene opvatting van de Belastingdienst in beginsel als een bedrijfsmiddel als de melkveehouder op 1 januari 2018 de intentie heeft om deze fosfaatrechten duurzaam voor het drijven van de eigen onderneming te gebruiken. Indien een ondernemer niet deze intentie had op de genoemde datum, dan kwalificeren de rechten volgens de Belastingdienst als voorraad. Of de herinvesteringsreserve kan worden toegepast is afhankelijk van de kwalificatie van het fosfaatrecht als bedrijfsmiddel of voorraad.

Afschrijvingstermijn fosfaatrechten

Fosfaatrechten die zijn aangekocht zijn afschrijfbaar om reden dat er sprake is van een einddatum. Minister Schouten van LNV heeft aan de Tweede Kamer laten weten dat de vermoedelijke einddatum voor het stelsel van fosfaatrechten 1 januari 2028 is. Fosfaatrechten kunnen vanaf aanschafdatum in de resterende looptijd tot 1 januari 2028 lineair worden afgeschreven tot een restwaarde van nihil. Voor aankopen na 1 januari 2023 bedraagt de maximale afschrijving maximaal 20% per jaar.

Omzetbelasting

De levering van fosfaatrechten betreft een belaste prestatie voor de omzetbelasting. Het btw-tarief bedraagt 21%.

Documenten bij dit thema

Artikel 3.25 Wet inkomstenbelasting 2001

Artikel 3.30 Wet inkomstenbelasting 2001

Artikel 3.45, eerste lid, onderdeel f Wet inkomstenbelasting 2001

Artikel 3.54 Wet inkomstenbelasting 2001

Besluit winst; landbouwproblematiek, Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 23 november 2018, nr. 2018, 115091, Stcrt. 2018, 68647, V-N 2018/67.4

Besluit leaseregeling, Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 10 december 2019, nr. 2019-166072, Stcrt. 2019, 66228, V-N 2020/10.5

Besluit herinvesteringsreserve (HIR) (verzamelbesluit) 2022, Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 13 juli 2022 nr. 2022-4487, Stcrt. 2022, 19071, V-N 2022/49.4

Brief van Minister van LNV aan de Tweede Kamer, 20 december 2017, Kamerstukken II 2017-2018, nr. 248

Output werkgroep fiscale aspecten fosfaatregelingen melkveehouderij: Vragen en Antwoorden fiscale aspecten Fosfaatregelingen melkveehouderij (laatste versie 1 juli 2020)

HR 11 maart 1981, nr. 20 196, ECLI:NL:PHR:1981:AW9655, BNB 1981/143

HR 31 mei 1989, nr. 25 022, ECLI:NL:HR:1989:BH7308, BNB 1989/235, WFR 1989/757, 2, V-N 1989/3269, 34, FED 1989/466

HR 22 oktober 2010, nr. 09/04077, ECLI:NL:HR:2010:BO1393, BNB 2010/336, V-N 2010/54.12, FED 2010/122

Rechtbank Gelderland 29 juli 2022, nrs. AWB 21/1830 en 21/1831, ECLI:NL:RBGEL:2022:6444, V-N Vandaag 2022/2990, V-N 2023/4.5, TaxVisions editie 20 januari 2023

College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 februari 2023, nr. 21/221, ECLI:NL:CBB:2023:88, NJB 2023/708, TvAR 2023/8138

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 januari 2025, nrs. 22/1955 en 22/1956, ECLI:NL:GHARL:2025:460, V-N Vandaag 2025/255, V-N 2025/18.1.3, V-N 2025/35.4

A.W. de Beer, ‘Fosfaat en fiscus’, LTB 2018/30

A. Verduijn, 'Fosfaatrechten in de juridische en fiscale praktijk', TvAR 2018, afl. 10, p. 500-507 (DJ 2018/2744)

A.W. de Beer, ‘Fosfaat in de fiscale praktijk’, WFR 2019/135