Op verzoek en onder voorwaarden kunnen twee of meer vennootschappen een fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting (Vpb) met elkaar aangaan. Dat kan voordelen hebben, zoals het onderling kunnen verrekenen van winsten en verliezen, maar ook nadelen, zoals het slechts één keer gebruik kunnen maken van het opstaptarief in de Vpb.
Inleiding
In de vennootschapsbelasting geldt het uitgangspunt dat elk subjectief belastingplichtig lichaam zelfstandig in de heffing wordt betrokken. Een belangrijke uitzondering op die zelfstandige heffing vormt de regeling voor de fiscale eenheid in de Wet VPB 1969. Deze regeling maakt het in beginsel mogelijk dat een groep van vennootschappen de winst bepaalt alsof er één belastingplichtige is.
Voorwaarden totstandkoming fiscale eenheid
Twee of meer vennootschappen kunnen een fiscale eenheid vormen als aan bepaalde vereisten is voldaan. Indien de moeder ten minste 95% van de gehele juridische en economische eigendom bezit van de aandelen in de dochtermaatschappij, beiden in Nederland zijn gevestigd, voor beiden hetzelfde fiscale regime geldt, partijen in principe een gelijklopend boekjaar hebben, moeder en dochter een voorgeschreven rechtsvorm hebben en partijen een verzoek doen, kan van hen vennootschapsbelasting worden geheven als ware er één belastingplichtige (dat wil zeggen alsof de dochtermaatschappij is opgegaan in de moedermaatschappij). Voor bepaalde regelingen gaat deze vlieger echter niet langer op. Door de uitspraak waarin het Europese Hof van Justitie dwingt tot toepassing van de per-element-benadering in het fiscale eenheidsregime, heeft de fiscale wetgever spoedreparatiemaatregelen getroffen. Dit houdt in dat enkele regelingen in de vennootschapsbelasting moeten worden toegepast alsof er geen fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting is.
Op 1 december 2023 heeft de Hoge Raad beslist dat een fiscale eenheid niet tot stand komt als niet aan de voorwaarden wordt voldaan, tenzij aan de beschikking een in rechte te beschermen vertrouwen kan worden ontleend.
Gevolgen: voor- en nadelen
Aan een fiscale eenheid zijn verschillende gevolgen – zowel voordelen als nadelen – verbonden. Als voordelen kunnen worden genoemd: mogelijkheden tot onderlinge verlies- en winstverrekening, geen winstneming bij groepstransacties en onder voorwaarden reorganisatie zonder belastingheffing. Als nadelen van een fiscale eenheid kan worden gewezen op: het slechts één keer gebruik kunnen maken van het Vpb-tariefopstapje en de vrij aftrekbare rente drempel van € 1 miljoen in de earningsstrippingmaatregel, de hoofdelijke aansprakelijkstelling van alle gevoegde maatschappijen voor de door de fiscale eenheid verschuldigde vennootschapsbelasting en de mogelijke toepassing van ingewikkelde antimisbruikbepalingen.
Diverse fiscale gevolgen bij het aangaan, bestaan en einde van een fiscale eenheid
Bij de totstandkoming, tijdens het bestaan en bij het beëindigen van een fiscale eenheid kunnen diverse bijzondere bepalingen van toepassing zijn. Er moet bijvoorbeeld rekening worden gehouden met het goodwillgat, entreeheffingen, winstsplitsingsregels, en de antimisbruikbepaling art. 15ai Wet Vpb.
Aanpassingen door Europeesrechtelijke jurisprudentie
Het fiscale eenheidsregime is uitgebreid om ook zogenoemde Nederlandse zuster- en moeder-kleindochter fiscale eenheden mogelijk te maken, waarbij de top- of tussenmaatschappij in een andere EU- of EER-lidstaat is gevestigd. Deze uitbreiding geldt ook voor varianten op dergelijke structuren. Daarnaast is het fiscale eenheidsregime aangepast naar aanleiding van Europese rechtspraak over de per-elementbenadering. Hierdoor moet voor bepaalde fiscale regelingen worden gehandeld alsof er geen fiscale eenheid bestaat (zie ook het fiscale thema: De fiscale eenheid in de Vpb bij grensoverschrijdende situaties).
Toekomst
De spoedreparatie van het fiscale eenheidsregime was bedoeld als tijdelijke maatregel, in afwachting van een toekomstbestendige groepsregeling. Hoewel het vorige kabinet opties zoals verlies- of winstoverdracht overwoog, zijn sindsdien geen concrete stappen gezet en lijkt het huidige fiscale eenheidsregime voorlopig gehandhaafd te blijven.
Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 30 juni 2025, KG:032:2025:3, Winstsplitsing bij fiscale eenheid – samenloop artikel 15b en artikel 15ah Wet Vpb 1969
Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 18 februari 2025, KG:011:2025:4, Voorwaartse verrekening van verliezen fiscale eenheid bij toepassing artikel 20a en artikel 15, zestiende en zeventiende lid, Wet Vpb 1969 (spoedreparatiemaatregel)
Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 20 juni 2023, KG:032:2023:1, Faillissement binnen fiscale eenheid en bezitsvereiste
Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 8 februari 2022, KG:032:2022:4, Fiscale eenheid en meerdere malen tariefopstapje
Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 8 augustus 2022, KG:032:2022:7, Artikel 15ac, tweede lid, eerste volzin, Wet Vpb 1969 – kan een en hetzelfde verlies meerdere malen in de weg staan aan toepassing van de kwijtscheldingswinstvrijstelling?
Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 27 juli 2023, KG:212:2023:6, Toetsing investeringsplafond MIA/Vamil door RVO
Dr. Frank Elsweier
Tilburg University – Universitair docent en onderzoeker belastingrecht (vennootschapsbelasting)
EY Belastingadviseurs – Belastingadviseur, Kennisbeheer en Tax Knowledge Center
Meer over Frank Elsweier
Op verzoek en onder voorwaarden kunnen twee of meer vennootschappen een fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting (Vpb) met elkaar aangaan. Dat kan voordelen hebben, zoals het onderling kunnen verrekenen van winsten en verliezen, maar ook nadelen, zoals het slechts één keer gebruik kunnen maken van het opstaptarief in de Vpb.
Inleiding
In de vennootschapsbelasting geldt het uitgangspunt dat elk subjectief belastingplichtig lichaam zelfstandig in de heffing wordt betrokken. Een belangrijke uitzondering op die zelfstandige heffing vormt de regeling voor de fiscale eenheid in de Wet VPB 1969. Deze regeling maakt het in beginsel mogelijk dat een groep van vennootschappen de winst bepaalt alsof er één belastingplichtige is.
Voorwaarden totstandkoming fiscale eenheid
Twee of meer vennootschappen kunnen een fiscale eenheid vormen als aan bepaalde vereisten is voldaan. Indien de moeder ten minste 95% van de gehele juridische en economische eigendom bezit van de aandelen in de dochtermaatschappij, beiden in Nederland zijn gevestigd, voor beiden hetzelfde fiscale regime geldt, partijen in principe een gelijklopend boekjaar hebben, moeder en dochter een voorgeschreven rechtsvorm hebben en partijen een verzoek doen, kan van hen vennootschapsbelasting worden geheven als ware er één belastingplichtige (dat wil zeggen alsof de dochtermaatschappij is opgegaan in de moedermaatschappij). Voor bepaalde regelingen gaat deze vlieger echter niet langer op. Door de uitspraak waarin het Europese Hof van Justitie dwingt tot toepassing van de per-element-benadering in het fiscale eenheidsregime, heeft de fiscale wetgever spoedreparatiemaatregelen getroffen. Dit houdt in dat enkele regelingen in de vennootschapsbelasting moeten worden toegepast alsof er geen fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting is.
Op 1 december 2023 heeft de Hoge Raad beslist dat een fiscale eenheid niet tot stand komt als niet aan de voorwaarden wordt voldaan, tenzij aan de beschikking een in rechte te beschermen vertrouwen kan worden ontleend.
Gevolgen: voor- en nadelen
Aan een fiscale eenheid zijn verschillende gevolgen – zowel voordelen als nadelen – verbonden. Als voordelen kunnen worden genoemd: mogelijkheden tot onderlinge verlies- en winstverrekening, geen winstneming bij groepstransacties en onder voorwaarden reorganisatie zonder belastingheffing. Als nadelen van een fiscale eenheid kan worden gewezen op: het slechts één keer gebruik kunnen maken van het Vpb-tariefopstapje en de vrij aftrekbare rente drempel van € 1 miljoen in de earningsstrippingmaatregel, de hoofdelijke aansprakelijkstelling van alle gevoegde maatschappijen voor de door de fiscale eenheid verschuldigde vennootschapsbelasting en de mogelijke toepassing van ingewikkelde antimisbruikbepalingen.
Diverse fiscale gevolgen bij het aangaan, bestaan en einde van een fiscale eenheid
Bij de totstandkoming, tijdens het bestaan en bij het beëindigen van een fiscale eenheid kunnen diverse bijzondere bepalingen van toepassing zijn. Er moet bijvoorbeeld rekening worden gehouden met het goodwillgat, entreeheffingen, winstsplitsingsregels, en de antimisbruikbepaling art. 15ai Wet Vpb.
Aanpassingen door Europeesrechtelijke jurisprudentie
Het fiscale eenheidsregime is uitgebreid om ook zogenoemde Nederlandse zuster- en moeder-kleindochter fiscale eenheden mogelijk te maken, waarbij de top- of tussenmaatschappij in een andere EU- of EER-lidstaat is gevestigd. Deze uitbreiding geldt ook voor varianten op dergelijke structuren. Daarnaast is het fiscale eenheidsregime aangepast naar aanleiding van Europese rechtspraak over de per-elementbenadering. Hierdoor moet voor bepaalde fiscale regelingen worden gehandeld alsof er geen fiscale eenheid bestaat (zie ook het fiscale thema: De fiscale eenheid in de Vpb bij grensoverschrijdende situaties).
Toekomst
De spoedreparatie van het fiscale eenheidsregime was bedoeld als tijdelijke maatregel, in afwachting van een toekomstbestendige groepsregeling. Hoewel het vorige kabinet opties zoals verlies- of winstoverdracht overwoog, zijn sindsdien geen concrete stappen gezet en lijkt het huidige fiscale eenheidsregime voorlopig gehandhaafd te blijven.
Documenten bij dit thema
Wetgeving
Artikel 15 e.v. Wet VPB 1969
Besluit fiscale eenheid 2003, Stb. 2002, 646
Besluit van 2 april 2024, 2024-186206, Stcrt. 2024, 11814, V-N 2024/26.10
Brief Staatssecretaris van Financiën van 15 september 2020, nr. 2020-0000168588, stand van zaken nieuwe groepsregeling, V-N 2020/51.6
Ministerie van Financiën, consultatie van 17 juni 2019, Start internetconsultatie nieuwe groepsregeling in VPB, V-N 2019/35.12
Wet aanpassing fiscale eenheid (34323), V-N 2015/58.2, V-N 2015/58.1 tot en met V-N 2015/58.4, V-N 2016/20.2, V-N 2016/20.3, V-N 2016/20.4, V-N 2016/33.2, V-N 2016/33.3, V-N 2016/47.11, V-N 2016/47.12, V-N 2016/50.10, V-N 2016/66.13 en V-N 2016/66.14, TaxVisions editie 16 december 2016
Wet spoedreparatie fiscale eenheid (34959), V-N 2018/36.1-36.4 en verdere parlementaire stukken (34959)
Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 30 juni 2025, KG:032:2025:3, Winstsplitsing bij fiscale eenheid – samenloop artikel 15b en artikel 15ah Wet Vpb 1969
Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 18 februari 2025, KG:011:2025:4, Voorwaartse verrekening van verliezen fiscale eenheid bij toepassing artikel 20a en artikel 15, zestiende en zeventiende lid, Wet Vpb 1969 (spoedreparatiemaatregel)
Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 20 juni 2023, KG:032:2023:1, Faillissement binnen fiscale eenheid en bezitsvereiste
Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 8 februari 2022, KG:032:2022:4, Fiscale eenheid en meerdere malen tariefopstapje
Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 8 augustus 2022, KG:032:2022:7, Artikel 15ac, tweede lid, eerste volzin, Wet Vpb 1969 – kan een en hetzelfde verlies meerdere malen in de weg staan aan toepassing van de kwijtscheldingswinstvrijstelling?
Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 27 juli 2023, KG:212:2023:6, Toetsing investeringsplafond MIA/Vamil door RVO
Standaardarrest
HR 1 december 2023, nr. 21/05174, ECLI:NL:HR:2023:1675, BNB 2024/11, V-N 2023/56.21, TaxVisions editie 8 december 2023
HR 27 april 1988, nr. 24 226, ECLI:NL:HR:1988:ZC3810, BNB 1988/220, V-N 1988/1360, 16, FED 1988/294
Belangrijkste uitspraken
HR 19 oktober 2018, nr. 15/00194, ECLI:NL:HR:2018:1968, BNB 2019/17, V-N 2018/56.8, FED 2018/173, TaxVisions editie 26 oktober 2018
HvJ EU, Eerste kamer, 22 februari 2018, zaaknr. C-398/16 en C-399/16, ECLI:EU:C:2018:110, BNB 2018/92, V-N 2018/11.14, TaxVisions editie 2 maart 2018
HR 17 april 2015, nr. 14/00486, ECLI:NL:HR:2015:962, BNB 2015/131, V-N 2015/20.15, FED 2015/61, Belastingadvies 2015/10.6
HR 29 april 2011, nr. 10/00654, ECLI:NL:PHR:2011:BP3879, BNB 2011/185, V-N 2011/20.11, FED 2011/50
HR 18 juni 2010, nr. 08/03662, ECLI:NL:HR:2010:BK3803, BNB 2010/266, V-N 2010/28.21
HvJ EU 27 november 2008, zaaknr. C-418/07, ECLI:EU:C:2008:659 (Société Papillon), V-N 2008/59.20, FED 2009/6
Literatuur
F.J. Elsweier, ,VPB Gids, VPBG 2026/10.1, Hoofdstuk 10, Fiscale eenheid
F.J. Elsweier en S.A. Stevens, Hoofdzaken vennootschapsbelasting (fed fiscale studieserie), 21e herziene druk, Wolters Kluwer 2026, hoofdstuk 9
Q.W.J.C.H. Kok, 'Fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting: enkele aandachtspunten', Familiebedrijven 2025/04/02
P. de Boer & R. IJsbrandij, 'Herinvesteringsreserve bij reorganisaties binnen en buiten de fiscale eenheid', WFR 2025/77
R.P. van den Dool, 'De bezitseisen bij de fiscale eenheid vennootschapsbelasting', TFO 2024/194.3
A.W. Hofman, 'Ontwikkelingen inzake de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting', WFR 2022/201
G. Snoeks, 'Belastingontwijking met fiscale eenheid VPB', V-N 2022/15.0
Q.W.J.C.H. Kok, 'Enkele aandachtspunten bij het ontwerpen van een verliesoverdrachtsregeling in de vennootschapsbelasting?', WFR 2020/158
A.C.P. Bobeldijk, 'Recente ontwikkelingen ten aanzien van de fiscale eenheid vennootschapsbelasting' NTFRB 2020/9
T. van Hulst & K. Lam, 'Verslag startbijeenkomst nieuwe concernregeling in de vennootschapsbelasting', WFR 2019/78
L.S. Rijff & M.H.C. Ruijschop, 'Spoedreparatie en fiscale eenheid: van wegdenken tot spoorzoeken', G.C. van der Burgt, MBB 2018/07/08, p. 272-302
M.H.J. Buur & G.I. van Eijk, Wet aanpassing fiscale eenheid, NTFRA 2017/6
Naslag
Cursus Belastingrecht, Vpb.2.9.0, Fiscale eenheid (art. 15-15aj)
Cursus Belastingrecht, OB.2.1.6.I, De fiscale eenheid
Vakstudie Vennootschapsbelasting, De fiscale eenheid in de Vpb
Vakstudie Vennootschapsbelasting, art. 15 Wet VPB 1969, aant. 1.1
Verwante onderwerpen
Thema: De fiscale eenheid in de Vpb bij grensoverschrijdende situaties