Herinvesteringsreserve: onbelaste boekwinst voor herinvesteren in nieuwe bedrijfsmiddelen

Herinvesteringsreserve: onbelaste boekwinst voor herinvesteren in nieuwe bedrijfsmiddelen

Bijgewerkt t/m: 11-03-2026

Stefan Muilwijk MSc

id-02dc3d9e-d86a-4ece-9c10-1dd448475903

Belastingadviseur bij Watermill Tax & Legal

Bedrijven mogen een herinvesteringsreserve vormen voor de boekwinst behaald bij vervreemding of onttrekking van een bedrijfsmiddel, mits en zolang er een voornemen bestaat tot herinvesteren in nieuwe of zelf voortgebrachte bedrijfsmiddelen. Zonder benutting valt de reserve vrij uiterlijk drie jaar na het jaar van vervreemding of eerder als er geen herinvesteringsvoornemen meer is.

Doel herinvesteringsreserve

Wanneer een bedrijfsmiddel is onttrokken of verkocht voor een prijs boven de boekwaarde is in beginsel belaste winst behaald. Bestaat er binnen de onderneming een voornemen tot investeren in nieuwe bedrijfsmiddelen, dan kan de belastingheffing over de boekwinst de financiering van die investeringen in gevaar brengen. Bij een gedeeltelijke staking die het gevolg is van overheidsingrijpen mag vanaf 2024 een herinvesteringsreserve ook worden benut in een andere onderneming. De wetgever staat daarom toe dat onder voorwaarden de boekwinst niet wordt belast, maar wordt gedoteerd aan een zogenoemde herinvesteringsreserve (hierna: HIR).

Werking HIR

De HIR wordt afgeboekt van de aanschafprijs van het onttrokken, aangekochte of voortgebrachte bedrijfsmiddel en vermindert dus de boekwaarde en daarmee het afschrijvingspotentieel van deze nieuwe investering. Zo wordt op termijn het voordeel (geen belastingheffing over de boekwinst bij vervreemding) dus weer teruggenomen.

Boekwaarde-eis

De boekwaarde van het nieuwe bedrijfsmiddel mag als gevolg van de afboeking niet lager worden dan de boekwaarde van het vervreemde bedrijfsmiddel (boekwaarde-eis). De boekwaarde van het nieuwe bedrijfsmiddel mag echter wel lager worden dan de restwaarde ervan.

Herinvesteringsvoornemen

Wanneer een HIR niet wordt afgeboekt binnen het boekjaar waarin deze ontstaat, verschijnt hij als passiefpost op de balans. De HIR valt vrij in de winst als er geen herinvesteringsvoornemen meer is, of – bijzondere omstandigheden daargelaten – na verloop van drie jaar na het jaar van ontstaan.

Eenzelfde economische functie

Voor bedrijfsmiddelen waarop niet of in meer dan tien jaar wordt afgeschreven geldt dat het vervangende bedrijfsmiddel dezelfde economische functie moet hebben als het vervreemde of onttrokken bedrijfsmiddel. Deze eis geldt niet voor andere bedrijfsmiddelen.

Documenten bij dit thema

Artikel 3.54 Wet inkomstenbelasting 2001

Artikel 3.34a Wet inkomstenbelasting 2001

Artikel 3.64 Wet inkomstenbelasting 2001

Artikel 12 a Wet Vpb 1969

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 17 december 2025, KG:212:2025:5, Investeringstijdstip bij verplichtingen met een opschortende dan wel ontbindende voorwaarde, V-N 2026/3.6

P. de Boer & R. IJsbrandij, 'Herinvesteringsreserve bij reorganisaties binnen en buiten de fiscale eenheid', WFR 2025/77

Belastinggids 2026/10.11, Inkomstenbelating, Box 1, Winst uit onderneming: fiscale reserves

R. Russo, 'Opbrengst en grensoverschrijding voor de herinvesteringsreserve nu duidelijk?', WFR 2018/134

R. Russo, 'De faciliteit van de herinvesteringsreserve', TFO 2015/137.1

IJ. de Nies, 'Eenzelfde economische functie en overheidsingrijpen binnen de herinvesteringsreserve', WFR 2010/864

R. Russo, Herinvesteringsreserve, Fiscale Monografieën​, nr. 62​, Kluwer, Deventer, 2004

E. Poelmann, 'De boekwaarde-eis in de herinvesteringsreserve', WFR 2001/173

​Cursus Belastingrecht, IB.3.2.25.C Herinvesteringsreserve (art. 3.54)

Vakstudie Vennootschapsbelasting, art. 3.54 Wet IB 2001, aant. 1

Vakstudie Vennootschapsbelasting, art. 3.64 Wet IB 2001

Vakstudie Vennootschapsbelasting, art. 3.25 Wet IB 2001, aant. 1.6

Thema: Fiscale eenheid in de Vpb