Naar een Nederlandse political question-doctrine?
Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/4.1:4.1 Inleiding
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/4.1
4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233686:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het vorige hoofdstuk is gebleken dat het Hooggerechtshof in de zaak Baker v. Carr uit 1962 belangrijke vragen over de political question-doctrine heeft beantwoord. Deze vragen hadden onder meer betrekking op de factoren aan de hand waarvan de rechter moet nagaan of van een political question sprake is. Zoals beschreven, heeft het Hof in Baker v. Carr daartoe zes verschillende factoren onderscheiden. Hoewel deze ‘Baker-factoren’ daarvoor veel ruimte bieden, heeft het Hof de doctrine sindsdien slechts in een handvol zaken expliciet toegepast. Anders dan in de literatuur is betoogd, zou het echter voorbarig zijn om hieruit af te leiden dat het einde van de doctrine nabij is of dat de doctrine in het geheel niet meer bestaat. Eén van de redenen hiervoor is gelegen in de lagere rechtspraak: zoals hierna zal blijken, passen lagere federale rechters de doctrine vaker toe dan het Hof.