Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/3.3.2
3.3.2 Objectieve voordelen
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS415670:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Kramer, NTHR 2006, p. 166; Krings, Preadvies NVIR 1978, p. 102; Laenens, TvP 1982, p. 226; Schamp, RW 1988-1989, p. 903; Krings, Rev. de droit int, 1978, p. 78; Polak, CMLR 1993, p. 412; Ras, TvP 1975, p. 889; Gaudemet-Tallon, Jurisdiction Clauses, p. 129; Loussouam, D.i.p., nr. 454; Laenens, Bevoegdheidsovereenkomsten, p. 204; AG Léger voor HvJ EG 9 december 2003, zaak C-116/02, Gasser/MISAT, Jur. 2003, p. 1-14693, NJ 2007, 151, par. 67.
HvJ EG 27 april 2004, zaak C-159/02, Tumer/Grovit, Jur. 2004, p. 1-03565, NJ 2007, 151.
Vgl. HvI EG 9 december 2003, zaak C-116/02, Gasser/MISAT, Jur. 2003, p. 1-14693, NJ 2007, 151 waar MISAT een dergelijke verklaring voor recht had gevorderd.
HvI EG 9 december 2003, zaak C-116/02, Gasser/MISAT, Jur. 2003, p. 1-14693, NJ 2007, 151.
Zie par. 16.8 over de verhouding tussen forumkeuze en aanhangigheid en samenhang van procedures.
Vgl. Polak, Meerpartijenverhoudingen, p. 100 e.v. en Polak, CMLR 1993, p. 412.
Vgl. Hof Amsterdam 24 december 1981, NJ 1983, 547, Serie D I-1.17.3-B4; CC, lère Ch. Civ., 4 december 1990, Clunet 1992, p. 198.
Kramer, NTHR 2006, p. 166; Schamp, RW 1988-1989, p. 903; Krings, Preadvies NVIR 1978, p. 104; Laenens, Bevoegdheidsovereenkomsten, p. 205.
Schamp, RW 1988-1989, p. 903.
Krings, Preadvies NVIR 1978, p. 102, Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 292 (maart 2004), p. A-a-428-432, Schamp, RW 1988-1989, p. 903.
Het eerste voordeel is de verkregen zekerheid omtrent de bevoegdheid van de rechter in geval van geschillen.1 In beginsel leidt een forumkeuze tot een uitsluitende bevoegdheid. Alternatieve fora — bijv. op grond van de art. 5 en 6 EEX-V°Nerdrag kunnen niet meer worden geadieerd, tenzij anders is overeengekomen. Na het arrest in de zaak Turner kan een anti-suit injunction partijen niet (meer) afhouden van de aangewezen rechter, zodat hierdoor de positie van de laatste is versterkt.2 Ook kan één der partijen door als eerste een vordering snel aanhangig te maken de andere partij uiteindelijk niet afhouden van een andere — eveneens bevoegde — rechter. Een forumkeuze biedt daardoor een zekere bescherming tegen de 'Belgische of Italiaanse torpedo'. In geval van grensoverschrijdende geschillen houdt een Belgische of Italiaanse torpedo meestal in dat één van de partijen zeer snel een vordering bij de Belgische of Italiaanse rechter aanhangig maakt. De eiser vordert in deze procedure vaak een negatieve verklaring voor recht betreffende de beweerde vordering van de wederpartij om vervolgens de procedure te doen verzanden. Verder heeft de lange duur van Belgische en Italiaanse procedures tot gevolg dat deze jaren kunnen blijven hangen zonder dat een eindvonnis wordt gewezen. In geval van een gestelde merkinbreuk vordert de eisende partij bijv. een verklaring voor recht dat geen inbreuk wordt gemaakt op het merkrecht. Of indien van een tekortkoming in de nakoming sprake is, vraagt de eiser een verklaring voor recht dat hij de overeenkomst is nagekomen.3 Ten gevolge van het arrest Gasser/MISAT4 dient echter wel te worden aanvaard dat art. 27 EEX-V°/21 Verdrag over aanhangige rechtsvorderingen voorrang heeft op art. 23 EEX-V°/17 Verdrag.5 In de praktijk heeft dat voor een forumkeuze tot gevolg dat het bevoegdheidsincident in de procedure voor het forum derogatum eerst dient te worden uitgeprocedeerd. Bij een Italiaanse of Belgische torpedo is de consequentie dat pas kan worden geprocedeerd voor het forum prorogatum, nadat de (eerder aanhangig gemaakte) procedure voor het forum derogatum is geëindigd. Daardoor gaat er veel tijd overheen voordat de aangewezen rechter over de zaak ten gronde kan oordelen (aannemende dat de Italiaanse of Belgische door de forumkeuze zijn gederogeerd).
Dit voordeel van de verkregen zekerheid omtrent de bevoegde rechter, zal in het bijzonder in meerpartijenverhoudingen van toepassing zijn waar het belang van een geconcentreerde behandeling zich nog meer doet gelden om tegenstrijdige uitspraken te vermijden.6 Weliswaar beogen de art. 27 en 28 EEX-V°/21 en 22 Verdrag hetzelfde, maar deze artikelen zijn slechts te gebruiken, indien de procedures al aanhangig zijn. Art. 23 EEX-V°/17 Verdrag biedt de mogelijkheid om op voorhand te zorgen voor een concentratie van geschillen teneinde tegenstrijdige uitspraken te vermijden. In dezelfde lijn is het begrijpelijk dat een forumkeuze leidt tot die gewenste concentratie ingeval van meer dan één rechtsverhouding tussen dezelfde partijen. Met name in geval van wederzijdse claims op grond van verschillende rechtsverhoudingen dreigt bijv. het risico dat deze niet door één rechter (kunnen) worden berecht. Bij een forumkeuze is dat wel mogelijk ongeacht de onderliggende rechtsverhouding.7
Een tweede voordeel is dat partijen meer zekerheid verkrijgen over het (proces)recht dat toepasselijk is op hun rechtsverhouding.8 Zonder forumkeuze is het moeilijk voorspelbaar voor welk gerecht een eventueel geschil zal worden berecht. Daardoor kan onzekerheid bestaan over de verwijzingsregels en dientengevolge het toepasselijk recht.
Een derde voordeel is de mogelijkheid om geschillen te laten berechten door een `neutrale rechter'. Een neutrale rechter is in dit verband een rechter die met de staten van de woonplaats of nationaliteit van partijen of de overeenkomst geen aanknopingspunten heeft. Zo wordt in overeenkomsten soms een Zwitsers gerecht aangewezen, hoewel de overeenkomst niets van doen heeft met dit land en partijen geen band met Zwitserland hebben. Meestal is zo'n aanwijzing het gevolg van een compromis. Geen der partijen heeft een processueel voordeel. Het voordeel is mijns inziens met name gelegen in de omstandigheid dat in onderhandelingen dankzij forumkeuze zo'n compromis mogelijk is. Processueel behoeft een dergelijke keuze geen voordeel op te leveren, omdat de keuze van neutrale gerechten het procederen vaak niet zal vereenvoudigen. Een uitzondering zal wellicht bestaan in de gevallen dat partijen een neutrale rechter kiezen wegens de (verwachte) deskundigheid. De vraag of zo'n keuze voor partijen uiteindelijk een voordeel is, kan niet in abstracte worden beantwoord. Dit zal afhangen van de keuze van de rechter en het geschil dat moet worden berecht.
Daaraan nauw verwant is het vierde voordeel, te weten dat partijen een rechter kunnen kiezen die in een bepaalde materie goed is ingevoerd. In zaken over zeerecht kunnen partijen bijv. de Rb. Rotterdam of Antwerpen aanwijzen. Daarmee creëren partijen voor zichzelf de mogelijkheid om te procederen voor een meer gespecialiseerde rechter. Bij gebreke aan specialisatie van de burgerlijke gerechten in Nederland is dit voordeel overigens beperkt. Een uitzondering is echter de octrooikamer van de Haagse Rb. In sommige andere landen komen daarentegen gespecialiseerde gerechten vaker voor, zodat partijen van die expertise gebruik kunnen maken.
Een vijfde voordeel dat een meer ondergeschikte rol speelt, is de voorzienbare uitvoerbaarheid van de gerechtelijke uitspraak. Partijen kunnen met grote mate van zekerheid voorspellen of het vonnis van het gekozen gerecht uitvoerbaar zal zijn.9 Dit voordeel is beperkt, omdat een eisende partij bijna steeds zal kiezen voor een procedure in een staat waar het vonnis met succes kan worden ten uitvoer gelegd tegen de wederpartij. Meestal zal de eiser dus een rechter adiëren in de staat van de woonplaats van de verweerder, een forum arresti of een gerecht van een staat die een executieverdrag heeft met een andere staat waar zich verhaalsobjecten van de verweerder bevinden. Het voordeel wordt daarentegen een nadeel, indien na de keuze van de bevoegde rechter blijkt dat het vonnis niet uitvoerbaar is. Dit kan zich bijv. voordoen door veranderingen in het tijdsbestek tussen de forumkeuze en het einde van het geschil. Een executieverdrag tussen de staat van het bevoegde gerecht en de staat van tenuitvoerlegging (bijv. van de woonplaats van de verweerder) kan tussentijds zijn opgezegd. Een ander voorbeeld is de forumkeuze waarbij de sterkste partij een forumkeuze opneemt die leidt tot een beslissing die niet uitvoerbaar is tegen haar (maar wel tegen de zwakke partij). De zwakke partij die na een procedure een gunstige beslissing verkrijgt, moet dan een tweede (exequatur)procedure voeren om de beslissing te gelde te maken.
Bij dit voordeel is het duidelijk dat het bij forumkeuze gaat om de positie waarin een partij uiteindelijk verkeert maar op voorhand meestal onbekend zal zijn: daar waar de eiser streeft naar een snelle, goedkope procedure, is de verweerder gebaat bij vertraging en zoveel mogelijk verweren.
Het laatste — en zesde — objectieve voordeel is het tegengaan van forumshopping.10 Forumshopping houdt in dat de eisende partij de keuze heeft tussen verschillende bevoegde gerechten en pas voorafgaand aan het inleiden van een procedure een afweging maakt bij welk gerecht hij de vordering aanhangig zal maken. Het doel van deze afweging is de zaak door de rechter te laten berechten die vermoedelijk in de meest gunstige zin over de zaak zal oordelen. De (toekomstige) verweerder speelt bij de afweging geen rol, tenzij de verweerder tevens (potentieel) eiser (in reconventie) is. De afweging kan bijv. zijn gebaseerd op een ander toepasselijk recht of de toepasselijkheid van het Weens Koopverdrag 1980. Dit voordeel geldt slechts voor een exclusieve forumkeuze. Indien de forumkeuze niet exclusief is, derogeert de forumkeuze niet aan de gewone (objectieve) regels van internationale bevoegdheid. Daardoor kan de eiser voorafgaand aan de procedure nog steeds de afweging maken over het gerecht waar hij de zaak zal starten. Bij een niet exclusieve forumkeuze kunnen partijen zelfs meer opties hebben voor het voeren van een procedure, omdat naast de gewone regels, zoals de art. 5 en 6 EEX-V°Nerdrag, hij ook de gekozen gerechten in zijn afweging kan betrekken. De mogelijkheid tot forumshopping kan door een grotere keuzemogelijkheid daardoor groter zijn.