Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/IV.B.4
IV.B.4. Derdenbescherming; art 27 lid 2 Kadasterwet
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS403789:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
TM, Parl. Gesch. Boek 3, p. 115.
Zie Parl. Gesch. Boek 3, p. 136.
Zie ook S. PERRICK, De boedelnotaris en de bewindvoerder, WPNR (2006) 6672 die in noot 9 van zijn bijdrage terecht opmerkt: 'De hier aangestipte kwesties en de gevolgen van niet-inschrijving in een register waar dat mogelijk is, vormen een mooi onderwerp voor een artikel in dit tijdschrift. Ik volsta, wat de gevolgen betreft te wijzen op art. 3:24 BW' Hij merkt ook op dat de artt. 2: 85 en 2:194 BWer niet aan in de weg staan dat de executeur de executele en zijn benoeming doen inschrijven in een aandeelhoudersregister indien de exe-cutele betrekking heeft op aandelen op naam. Ook inschrijving in het Handelsregister behoort tot de mogelijkheden indien de executele betrekking heeft op een onderneming of een aandeel in een vennootschap, waarbijPerrick opmerkt 'zo zijer niet toe verplicht zijn'. Mijns inziens dienen deze kwesties aan het 'zorgvuldigheidsbeginsel' getoetst te worden, waarbij wellicht voor de amateur-executeur een andere norm geldt dan voor een notaris of andere professionals. Zie over de 'inschrijvingsproblematiek' SUSANNE PLANK, Testa-mentsvollstreckung undHandelsregister, Die Eintragungsfahigkeit des Testamentsvoll-streckervermerks, (diss. Regensburg), Aachen: Shaker Verlag 1998.
Na bestudering van de parallelbepaling in het Duitse recht § 2211 BGB komt de vraag op in hoeverre de beschikkingsonbevoegdheid van art. 145 BW in de openbare registers kan worden gesignaleerd. Art. 27 lid 2 van de Kadas-terwet geeft allereerst het 'administratieve' antwoord:
'Ter inschrijving van een executele, een bij uiterste wilsbeschikking ingesteldbe-windof de benoeming van een vereffenaar van de nalatenschap wordt een verklaring van erfrecht als bedoeld in artikel 188 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek aangeboden, waaruit van de executele, het bewind, onderscheidenlijk de benoeming blijkt, dan wel een authentiek afschrift van die verklaring. De eerste zin laat onverlet de mogelijkheid van inschrijving van de benoeming van een vereffenaar door inschrijving van de desbetreffende rechterlijke uitspraak.' (Curs. BS)
Het civielrechtelijke antwoord vinden wij in art 3:17 BW en wel onder de hoofdregel van letter a: ingeschreven kunnen worden rechtshandelingen die een verandering in de rechtstoestand van registergoederen brengen of in enig ander opzicht voor die rechtstoestand van belang kunnen zijn. In de Toelichting Meijers1 wordt als voorbeeld genoemd de instelling van een bewind. Gelet op het bewindskarakter van executele, kan hiervoor mijns inziens ook gelezen worden: executele. De gevolgen van niet inschrijven worden duidelijk na lezing van art. 3:24 BW waar geregeld is dat derden in beginsel beschermdworden tegen niet ingeschreven'inschrijfbare feiten'. In lid 3 wordt hierop echter een belangrijke erfrechtelijke uitzondering gemaakt, zij het in de tijd:
'Het eerste lidis evenmin van toepassing ten aanzien van erfopvolgingen en uiterste wilsbeschikkingen die op het tijdstip van de inschrijving van de rechtshandeling nog niet ingeschreven waren, doch daarna, mits binnen drie maanden na de dood van de erflater, alsnog in de registers zijn ingeschreven.' (Curs. BS)
Bij mij komt meteen de gedachte op aan een 'verborgen' codicil met een executeursbenoeming, een beschikking die onder het oude erfrecht nog al eens voorkwam en waarvan we op grondvan het beginsel 'alles wat geldig was, blijft geldig' weten dat deze ook onder het nieuwe erfrecht geldig blijft.2 De minister geeft het verlossende antwoord, zij het in algemeen erfrechtelijke zin:3
'Wie binnen drie maanden na de dood van erflater een recht op een tot de nalatenschap behorend goed verkrijgt, moet er dus steeds rekening mee houden, dat nadien nog een erfopvolging of uiterste wilsbeschikking kan worden ingeschreven, die aan zijn verkrijging in de weg staat. Pas wanneer drie maanden na de dood van de erflater geen zodanige inschrijving plaats heeft gevonden, is hij voor verrassingen op dit gebied veilig.' (Curs. BS)
Een voor de praktijk belangrijke regel. Drie maanden na het overlijden staat het sein erfrechtelijk op groen. Een executeur kan er derhalve belang bij hebben om zijn benoeming in de openbare registers in te schrijven en liefst zo snel mogelijk.4