Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/3.4
3.4 Economische activiteit
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291168:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
In art. 4 lid 2 Zesde Richtlijn werd het begrip ‘economische activiteiten gehanteerd’ (meervoud). In art. 9 lid 1 Btw-richtlijn is gekozen voor het begrip ‘economische activiteit’ (enkelvoud). Uit het derde punt van de considerans van de Btw-richtlijn volgt dat hiermee geen inhoudelijke wijziging is beoogd (A.J. van Doesum, Contractuele samenwerkingsverbanden in de BTW (diss.), Deventer: Kluwer 2009, p. 150).
In gelijke zin: B.G. van Zadelhoff, Belastingplichtige in de BTW (FED Fiscale Brochures), Deventer: Wolters Kluwer 2016, p. 10.
Het begrip ‘economische activiteit’1 is de hoeksteen van het begrip ‘belastingplichtige’. Omdat het begrip ‘economische activiteit’ in art. 9 lid 1, tweede alinea Btw-richtlijn is gedefinieerd, is het evident dat dit begrip een uniebegrip is. Uit art. 9 lid 1, eerste alinea Btw-richtlijn volgt dat het begrip ‘economische activiteit’ een objectief karakter heeft, omdat het oogmerk of het resultaat van de activiteit niet van belang is voor de beoordeling of sprake is van een economische activiteit.2 In de definitie van dit begrip wordt een onderscheid gemaakt tussen ‘alle werkzaamheden van een fabrikant (lees: producent), handelaar of dienstverrichter’ en ‘de exploitatie van een lichamelijke of onlichamelijke zaak om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen’. In deze paragraaf wordt achtereenvolgens op deze onderscheiden economische activiteiten ingegaan.
3.4.1 Alle activiteiten van een producent, handelaar of dienstverrichter3.4.2 Exploitatie (on)lichamelijke zaak