Afscheiding van bestanddelen
Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/2.4.4:2.4.4 Het Wegnahmerecht uit een contractuele rechtsverhouding
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/2.4.4
2.4.4 Het Wegnahmerecht uit een contractuele rechtsverhouding
Documentgegevens:
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644831:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie §552 BGB en §591a BGB.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De gerechtigden van de wegneemrechten uit de eerste groep hebben met elkaar gemeen dat zij gedurende een tijd bevoegd waren om een zaak van een ander onder zich te hebben. Hoewel deze wegneemrechten nagenoeg dezelfde inhoud hebben, zijn ze in te delen in drie categorieën. De eerste categorie bestaat uit wegneemrechten die op basis van een overeenkomst zijn ontstaan. Hierin vallen de afscheidingsrechten van de huurder, de pachter en de bruiklener. De huurder en de pachter kunnen hun wegneemrechten niet instellen als de verhuurder respectievelijk verpachter de waarde van de toegevoegde zaken vergoedt, zelfs niet als de toegevoegde zaken na de verbinding niet zijn nagetrokken door de verhuurde/verpachte zaak. Alleen als de huurder/pachter aantoont dat hij een speciaal belang heeft bij het terugkrijgen van de toegevoegde zaak kunnen zij de afscheidingsrechten alsnog instellen.1 De tweede groep bestaat uit iura tollendi die ontstaan zijn op grond van de beperkte rechten, namelijk het vruchtgebruik en het pandrecht. In deze groep valt ook het ius tollendi van de bezitter, die weliswaar geen beperkt recht op de zaak heeft, maar wel een (zakenrechtelijke) aanspraak op haar heeft. Tot slot bestaat de derde categorie uit afscheidingsrechten die zijn ontstaan uit een eigendomsrecht dat gebonden is aan tijd, namelijk het eigendomsrecht van de Wiederverkaufer en dat van de Vorerbe.
2.4.4.1 Einrichtung2.4.4.2 De wegneemgerechtigde