Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/268
268 De Corporate Governance Code 2016 (Code Van Manen)
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS370215:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Geschrapt worden bpb II.2.1, II.2.2, II2.4, II.2.5, II.2.6, II.2.7, II.2.10, II.2.11 en II.2.13 Code 2008. In het bijzonder het schrappen van II.2.13 zorgt voor minder gedetailleerde openbaarmakingverplichtingen op basis van de Code 2016. Wel komen delen van bovenstaande best practice bepalingen terug in de Code 2016.
De Commissie ziet onder meer in recent ingevoerde of nog in te voeren regelgeving een extra argument om een fikse stap terug te doen in de mate van detail.
Bpb 3.4.1 Code 2016. In de toelichting bij deze bepaling is verder nog opgenomen dat ook materiële vergoedingen die in uitzonderlijke gevallen worden toegekend onderdeel uit dienen te maken van het remuneratierapport. Het rapport dient op grond van de Code 2016 geplaatst te worden op de website van de vennootschap.
Bpb 3.4.2 Code 2016. Eenzelfde regeling was opgenomen in bpb II.2.14 Code 2008. Wel was daar nog gespecificeerd dat deze elementen in ieder geval betreffen de hoogte van het vaste salaris, de opbouw en hoogte van het variabel deel van de bezoldiging, de eventuele overeengekomen afvloeiingsregeling en/of vertrekvergoeding, de eventuele voorwaarden van een change-of-controlclausule in het contract met de bestuurder en andere aan de bestuurder in het vooruitzicht gestelde vergoedingen, pensioenafspraken en de toe te passen prestatiecriteria.
De Commissie Peters deed in 1998 een eerste aanzet tot het nader openbaar maken van informatie over de bezoldiging van bestuurders bij beursgenoteerde vennootschappen. In de jaren erna is telkens gekozen voor het opnemen van verdergaande openbaarmakingverplichtingen in de wet én in de Corporate Governance Code om stakeholders inzicht te verschaffen in de veelal complexe bezoldigingsstructuren. De Monitoring Commissie Corporate Governance onder leiding van Van Manen (hierna: de Commissie Van Manen) breekt radicaal met deze trend. In de herziene Corporate Governance Code 2016 heeft de Commissie Van Manen drastisch geschrapt in de principes en best practice bepalingen die betrekking hebben op de bezoldiging van bestuurders. De belangrijkste reden voor het snoeien in de bezoldigingsbepalingen is de wens het bezoldigingsbeleid eenvoudiger en transparanter te maken. Zo wordt onder meer de gedetailleerde bepaling over hetgeen opgenomen dient te worden in het remuneratierapport geschrapt.1 Als principe is opgenomen dat de raad van commissarissen in het remuneratierapport op inzichtelijke wijze verantwoording aflegt over de uitvoering van het bezoldigingsbeleid.
Voor de gedetailleerde bepaling uit de Code Frijns over de inhoud van het remuneratierapport is een eenvoudiger best practice bepaling in de plaats gekomen. Daarin is in meer algemene bewoordingen bepaald dat in het remuneratierapport op inzichtelijke wijze in ieder geval verslag wordt gedaan2:
van de wijze waarop het beloningsbeleid in het afgelopen boekjaar in praktijk is gebracht;
van de wijze waarop het beloningsbeleid bijdraagt aan lange termijn waardecreatie;
dat scenarioanalyses in overweging zijn genomen;
van de beloningsverhoudingen binnen de vennootschap en de met haar verbonden onderneming en indien van toepassing de wijzigingen in deze verhoudingen ten opzichte van het voorgaande boekjaar;
indien een bestuurder een variabele beloning ontvangt, de wijze waarop deze beloning bijdraagt aan lange termijn waardecreatie, de vooraf vastgestelde en meetbare prestatiecriteria waarvan de variabele beloning afhankelijk is gesteld en de relatie tussen de beloning en de prestatie; en
indien een (voormalig) bestuurder een ontslagvergoeding ontvangt, de reden voor deze vergoeding.3
In de Code 2016 is verder de best practice bepaling overgenomen die betrekking heeft op het openbaar maken van de belangrijkste elementen van het contract van een bestuurder met de vennootschap, na het sluiten daarvan. Deze informatie dient uiterlijk te worden gepubliceerd bij de oproeping voor de algemene vergadering waar de benoeming van de bestuurder wordt voorgesteld.4