Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/265
265 De onderwerpen van art. 2:383c-e BW
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS365367:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Recent is lid 6 toegevoegd aan art. 2:383c BW waarin de verplichting is opgenomen dat de vennootschap opgave doet van het bedrag van de aanpassing dan wel terugvordering van de bezoldiging als bedoeld in artikel 135 lid 6 tot en met 8 BW.
In het wetsvoorstel wordt expliciet aangesloten bij de door de Raad voor de Jaarverslaggeving gebruikte begrippen en aanbevolen specificaties. Zie Kamerstukken II, 27 900, 2000/01, nr. 3 (MvT), p. 10 e.v.
MvT, p. 11.
In art 2:383c lid 2 BW is verder expliciet opgenomen dat de vennootschap opgave doet van het bedrag van de bezoldiging voor iedere gewezen bestuurder, uitgesplitst naar beloningen betaalbaar op termijn en uitkeringen bij beëindiging van het dienstverband, voor zover deze bedragen in het boekjaar ten laste van de vennootschap zijn gekomen.
Van Wijngaarden 2001, par. 3.3.
Op grond van art. 2:383c BW is de vennootschap verplicht opgave te doen van het bedrag van de bezoldiging (voor zover in het boekjaar ten laste van de vennootschap gekomen) voor iedere bestuurder afzonderlijk.1 De posten moeten worden uitgesplitst naar:
periodiek betaalde beloningen;
beloningen betaalbaar op termijn;
uitkeringen bij beëindiging van het dienstverband; en
winstdelingen en bonusbetalingen.
Is een bezoldiging betaald in de vorm van een bonus die geheel of gedeeltelijk afhankelijk is van het bereiken van de door of vanwege de vennootschap gestelde doelen, dan doet de vennootschap daar mededeling van. Ook dient de vennootschap in het bestuursverslag te vermelden of die doelen zijn bereikt.
Uit de wetsgeschiedenis blijkt, dat het begrip ‘periodiek betaalde beloningen’ ruim moet worden uitgelegd.2 Dit begrip omvat het salaris en alle andere regelmatig betaalbaar of beschikbaar gestelde vergoedingen voor zover deze niet separaat onder de andere drie onderwerpen vallen. Ook valt onder periodiek betaalde beloningen het doorbetalen bij ziekte en vakantie en vergoedingen in natura.
Onder het begrip ‘beloningen betaalbaar op termijn’ dienen te worden begrepen betalingen op grond van pensioenverplichtingen, VUT-regelingen en ‘sabbaticals’. In de parlementaire geschiedenis wordt expliciet benadrukt dat daarbij niet van belang is of de bestuurder ten tijde van het uitkeren nog in dienst is van de vennootschap.3
Als ‘uitkeringen bij beëindiging van het dienstverband’ worden gezien de betalingen ten gevolge van het ontslag zelf (denk aan afvloeiingsregelingen en door de rechter vastgestelde beëindigingvergoedingen).4
Indien er sprake is van enige vorm van winstdelingen of bonusbetalingen dan dient deze separaat te worden vermeld.5 Uitkeringen in de vorm van optierechten vallen daar overigens weer niet onder. Deze uitkeringen behoeven conform art. 2:383d BW voor iedere bestuurder afzonderlijk aparte vermelding, waarbij tevens specifieke informatie dient te worden opgenomen over de doelstellingen en prestatiecriteria.
De vennootschap is onder meer verplicht opgave te doen van:
de uitoefenprijs van de rechten en de prijs van de onderliggende aandelen op het moment van toekenning van de rechten indien deze lager is dan de uitoefenprijs;
het aantal aan het begin van het boekjaar nog niet uitgeoefende rechten;
het aantal door de vennootschap in het boekjaar verleende rechten met de daarbij behorende voorwaarden en afzonderlijke vermelding van eventuele wijzigingen daarin;
het aantal gedurende het boekjaar uitgeoefende rechten, waarbij in ieder geval worden vermeld het bij die uitoefening behorende aantal aandelen en de uitoefenprijzen;
het aantal aan het einde van het boekjaar nog niet uitgeoefende rechten, waarbij worden vermeld de uitoefenprijs van de verleende rechten, de resterende looptijd van de nog niet uitgeoefende rechten, de belangrijkste voorwaarden die voor uitoefening van de rechten gelden, een financieringsregeling die bij de toekenning van de rechten is getroffen, en andere gegevens die voor de beoordeling van de waarde van de rechten van belang zijn;
de door de vennootschap gehanteerde criteria die gelden voor de toekenning of uitoefening van de rechten (indien van toepassing).
In art. 2:383e BW tenslotte, is de regeling zoals vervat in art. 2:383 BW overgenomen dat de vennootschap opgave doet van leningen, garanties en voorschotten die zijn verstrekt. Op grond van art. 2:383e BW wordt opgave van deze informatie gedaan voor iedere bestuurder en commissaris afzonderlijk.