Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/6.6.7.2
6.6.7.2 Géén tussenkomst van partijen; art. 15 lid 1 sub b Vo-BIlbis
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS430542:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. art. 8 lid 1, 1' streepje, art. 9 lid 1, 1' streepje HKbV 1996; art. 8 lid 1 HMbV 2000.
Op dit punt liep de verwijzing spaak in Hof van Beroep te Gent 5 september 2005, RW 2005, p. 432-434 (Baby Donna).
Hierbij kan wel de tussenkomst van centrale autoriteiten worden ingeroepen. In Nederland zal ook een verwijzing op initiatief van het ten gronde bevoegde gerecht via de 'liaison judge' moeten plaatsvinden.
Terecht vraag De Boer (FJR 2005, p. 229) zich af op welke wijze de zaak op de rol van het ontvangende gerecht komt.
In dezelfde zin Th.M. de Boer, FJR 2005, p. 229.
De tweede mogelijkheid om een forum non conveniens-verwijzing te realiseren is te vinden in art. 15 lid 1 sub b Vo-B1Ibis.1 Nu verzoekt het ten gronde bevoegde gerecht zelf, zonder tussenkomst van de partijen, het gerecht in een andere lidstaat waarmee het kind een bijzondere band heeft, om de overdracht van de bevoegdheid te aanvaarden en de zaak verder te behandelen. Deze weg zal bewandeld worden indien de partijen het onderling niet eens zijn over de verwijzing, maar ook indien het initiatief tot een forum non conveniens-verwijzing afkomstig is van het ten gronde bevoegde gerecht of van het ontvangende gerecht in het buitenland. De tussenkomst van partijen is nu niet vereist, met dien verstande dat de verwijzing door ten minste een van partijen moet worden aanvaard. De verordening laat zich niet uit over de vorm van deze aanvaarding. De aanvaarding zou kunnen blijken uit een daartoe strekkend schriftelijke of mondelinge verklaring. De instemming door een van partijen dient uitdrukkelijk te geschieden, mijns inziens nog voordat het verzoek tot verwijzing wordt ingesteld.2 Indien geen van de partijen zich kan vinden in de verwijzing, is art. 15 lid 1 sub b Vo-BI:Ibis niet toepasbaar. Indien het ten gronde bevoegde gerecht uiteindelijk tot verwijzing van de zaak beslist, wendt de rechter zich zelf direct3 tot het ontvangende gerecht in het buitenland. Twee gevallen zijn denkbaar. Allereerst is het denkbaar dat er bij het ontvangende gerecht een tweede procedure aanhangig is gemaakt; er is dan sprake van litispendentie, zodat dit gerecht zich als laatst aangezochte rechter onbevoegd zou moeten verklaren (art. 19 lid 2 en 3 Vo-BI:Ibis). Desondanks kan het verwijzende gerecht de als laatste aangezochte rechter vragen om de behandeling van de zaak te continueren. Een tweede situatie is dat er geen procedure in het buitenland aanhangig is gemaakt, zodat de zaak na verwijzing door het ten gronde bevoegde gerecht nog ingeschreven dient te worden bij het ontvangende gerecht.4 De zaak zal dus nog in het buitenland aanhangig moeten worden gemaakt (zie ook art. 15 lid 5 Vo-BIIbis).
Geldt het termijnvoorschrift van art. 15 lid 4 Vo-BIIbis nu ook? Art. 15 lid 4 bepaalt dat het gerecht van de lidstaat dat bevoegd is om ten gronde over de zaak te beslissen een termijn vaststelt waarbinnen de zaak 'overeenkomstig lid 1 bij de gerechten van de andere lidstaat aanhangig moet worden gemaakt.' Strikt genomen geldt dit termijnvoorschrift zowel wanneer de zaak door de partijen in het buitenland aanhangig moet worden gemaakt (art. 15 lid 1 sub a), als wanneer de behandelende rechter zichzelf tot een buitenlands gerecht wendt (art. 15 lid 1 sub b). Verdedigbaar is om het termijnvoorschrift van art. 15 lid 4 te beperken tot gevallen waarin de partijen de zaak in het buitenland aanhangig moeten maken.5 Wat heeft het voor zin, zo zou men kunnen betogen, dat de verwijzende rechter zichzelf een termijn stelt waarbinnen hij het buitenlandse gerecht moet verzoeken om de behandeling van de zaak over te nemen? Dat neemt niet weg dat als het behandelende gerecht zich zonder tussenkomst van partijen tot het gerecht van een andere lidstaat wendt, hij een daartoe strekkend verzoek onverwijld zal moeten doen. Het belang van het kind is niet gediend bij het onnodig ophouden van de procedure.