Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/2.3.2
2.3.2 Een hoger risico vereist een hoger rendement
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS406883:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Aan deze – voor de bedrijfseconomie fundamentele – zienswijze ligt een veelheid van economische theorieën ten grondslag; de belangrijkste daarvan zijn de Modern Portfolio Theory (MPT) en het Capital Asset Pricing Model (CAPM).
In deze paragraaf zal met de term ‘risico’ verwezen worden naar dit specifieke bedrijfseconomische begrip. In de andere delen van dit boek wordt daarmee verwezen naar de klassieke betekenis van het begrip: “gevaar voor onheil, schade of verlies” (Van Dale online 2013).
Het verwachte rendement van een investering wordt berekend door de mogelijke opbrengsten te vermenigvuldigden met de kans dat een opbrengst gerealiseerd wordt (opbrengst x kans). In dit geval dus: 0,20 x 1000 + 0,80 x 0 = 200.
0,5 x 300 + 0,5 x 100 = 200.
Het totale vereiste rendement van de verstrekkers van eigen vermogen en van vreemd vermogen wordt de totale cost of capital van de vennootschap genoemd. Dit is voor de vennootschap een belangrijke grootheid, nu de vennootschap uitsluitend zal willen investeren in projecten waarvan het rendement gelijk is aan, of groter is dan haar cost of capital (zie Ferran 2008, p. 62). Zie ook Boot 2005, p. 2005.
Rationale investeerders beoordelen een investeringsmogelijkheid niet alleen op basis van het verwachte rendement, maar tevens op grond van het aan de investering verbonden risico. Een investeerder die kan kiezen uit twee investeringsmogelijkheden met een gelijk verwacht rendement, zal de voorkeur geven aan de investering met het minste risico.1 Onder ‘risico’ wordt in de bedrijfseconomie de spreiding (of volatiliteit) van de mogelijke opbrengsten van de investering verstaan.2 Een en ander kan aan de hand van een eenvoudig cijfervoorbeeld worden geïllustreerd.
Stel: investering A heeft 20 procent kans op een opbrengst van 1000, en 80 procent kans op een opbrengst van 0. Het verwachte rendement van deze investering is 200.3 Investering B heeft 50 procent kans op een opbrengst van 300 en 50 procent kans op een opbrengst van 100. Het verwachte rendement van deze investering is daarom eveneens 200.4 Het verwachte rendement van beide investeringen is gelijk, maar investering A is aanzienlijk risicovoller dan investering B, omdat de spreiding van haar mogelijke rendementen veel groter is. Een rationele (en risico-averse) investeerder zal daarom de voorkeur geven aan investering B.
Nu rendement een vergoeding is voor het dragen van risico, impliceert een hoger risico een hogere rendementseis; als het risico van een investering hoger ligt, zal een investeerder daarvoor een hogere vergoeding vereisen. Het minimale rendement dat investeerders vereisen om vermogen ter beschikking te stellen, wordt door bedrijfseconomen het ‘vereiste rendement’ (the cost of capital) genoemd.5