Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/6.3.2.1
6.3.2.1 De verzuimboete ter zake van fouten bij het indienen van correctieberichten (LB)
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940721:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een voorbeeld de zaak die heeft geleid tot Hof Arnhem-Leeuwarden 25 januari 2022, V-N 2022/10.17 (in het bijzonder r.o. 6.1-6.3 van de voorafgaande uitspraak van de rechtbank).
Vgl. de verwijzing naar art. 9 lid 3 in de delictsomschrijving van art. 67a AWR, zie paragraaf 6.2.2.
De vindplaats van de geldende termijnen is nogal versnipperd. Via de delegatiebepaling van art. 28a lid 1 Wet LB zijn onder meer de Regeling gegevensuitvraag loonaangifte en art. 7.8 URLB 2011 van belang. Het Handboek Loonheffingen 2020 bevat in Stap 12 een overzicht,
Bestanddelen
In art. 28b Wet LB is een bijzondere verzuimboete opgenomen die kan worden opgelegd als de inhoudingsplichtige fouten maakt bij het voldoen aan de verplichting om een correctiebericht in te dienen.1 Die correctieverplichting is geregeld in art. 28a Wet LB en houdt kort gezegd in dat achteraf ontdekte fouten in eerder ingediende aangiften loonbelasting2 moeten worden gecorrigeerd door middel van een correctiebericht. De delictsomschrijving van art. 28b Wet LB bevat een verwijzing naar art. 28a Wet LB.3 Uit de samenhang van deze twee bepalingen kunnen de elementen van de delictsomschrijving worden afgeleid.
Vanwege de verwijzing naar art. 28a Wet LB moet er in de eerste plaats dus een correctieverplichting bestaan. Dat is het geval wanneer:
de inhoudingsplichtige of de inspecteur heeft geconstateerd dat een ingediende aangifte loonbelasting over het lopende kalenderjaar onjuist of onvolledig is
dan wel
de inhoudingsplichtige of de inspecteur binnen vijf jaren na het einde van een verstreken kalenderjaar heeft geconstateerd dat een ingediende aangifte loonbelastingonjuist of onvolledig is (en niet eerder is hersteld).
De verzuimboete wegens het schenden van deze correctieverplichting kan worden opgelegd wegens tijdigheidsverzuimen (het niet of te laat indienen van de correcties) en wegens inhoudelijke fouten (het onjuist of onvolledig indienen van de correcties). Dit onderscheid heeft gevolgen voor de te bewijzen elementen.
Er is sprake van een tijdigheidsverzuim wanneer:
de gestelde termijn is verstreken.4
Er zijn dan twee mogelijkheden:
óf het correctiebericht is na het verstrijken van de termijn helemaal niet ingediend (waaronder ook de gevallen zijn te begrijpen waarin de correcties niet op de voorgeschreven wijze of niet in de voorgeschreven vorm zijn ingediend5),
óf het correctiebericht is wél ingediend, maar pas na het verstrijken van de termijn.
Zoals gezegd, kan de verzuimboete ook worden opgelegd bij inhoudelijke fouten ten aanzien van de correcties. Van een dergelijk verzuim is sprake wanneer:
de correcties onjuist of onvolledig zijn ingediend.
Opmerkingen
-