Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/6.3.2.2:6.3.2.2 De verzuimboete ter zake van de bijzondere naheffing van art. 35 Wet MRB
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/6.3.2.2
6.3.2.2 De verzuimboete ter zake van de bijzondere naheffing van art. 35 Wet MRB
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940630:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 35 lid 2 Wet MRB. Zie echter ook lid 3 tot en met lid 5.
HR 25 oktober 2013, V-N 2013/53.8 en HR 25 oktober 2013, V-N 2013/53.9, r.o. 3.5.2.
Zie paragraaf 6.2.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bestanddelen
In art. 35 Wet MRB is geregeld dat kan worden nageheven ter zake van het gebruik van de weg tijdens de schorsing van het kenteken. In beginsel wordt de naheffing dan berekend over een tijdsduur van vier aaneensluitende tijdvakken van elk drie maanden.1 Art. 37 Wet MRB verklaart vervolgens art. 67c AWR van overeenkomstige toepassing. De Hoge Raad heeft overwogen dat daaruit volgt dat de gedraging die aanleiding geeft tot de naheffing (van in dit geval art. 35 Wet MRB), voor de toepassing van art. 67c AWR moet worden gelijkgesteld met een betalingsverzuim.2 Het gaat er dus niet om of het beboetbare feit van art. 67c AWR (het betalingsverzuim) als zodanig is begaan: bij een naheffing op grond van art. 35 Wet MRB wordt het gebruik van de weg met een motorrijtuig waarvoor het kentekenbewijs is geschorst, daarmee gelijkgesteld. Dat betekent dat moet worden bewezen:
dat gebruik van de weg is gemaakt met een motorrijtuig;
waarvoor het kentekenbewijs was geschorst ten tijde van dat gebruik.
Deze elementen komen in de plaats van de elementen die normaliter moeten worden bewezen om te concluderen tot een betalingsverzuim in de zin van art. 67c AWR.3 Het gebruik van de weg tijdens de schorsing van het kenteken is het kale beboetbare feit van art. 37 juncto art. 35 Wet MRB.4
Opmerkingen
-