Einde inhoudsopgave
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/2.8.4
2.8.4 Accountantsverklaring
Dr. J.L. van de Streek, datum 01-09-2008
- Datum
01-09-2008
- Auteur
Dr. J.L. van de Streek
- JCDI
JCDI:ADS495215:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vennootschapsbelasting (V)
Vennootschapsbelasting / Omzettingsregeling
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Art. 2:67 lid 3 BW respectievelijk art. 2:178 lid 2 BW.
Vergelijk de artikelsgewijze toelichting op het ambtelijk voorontwerp van de derde tranche, p. 15.
Art. 2:72 lid 2 onderdeel d, respectievelijk art. 2:183 lid 2 onderdeel c BW vereist namelijk de schriftelijke toestemming van ieder lid wiens aandelen niet op deze wijze worden volgestort.
Kamerstukken II 1982/83, 17 725, nr. 4, zoals opgenomen in: Cj. van Zeben, Parlementaire geschiedenis van het nieuw burgerlijk wetboek (Invoering boeken 3, 5 en 6), Deventer: Kluwer 1991, p. 296. Vgl. J.M.M. Maeijer, Vertegenwoordiging en rechtspersoon: de naamloze en de besloten vennootschap (deel 2-II Asser-serie), Deventer: Tjeenk Willink 1997, nr. 173.
Kamerstukken II 2006/07, 31 058, nr. 1-5.
Bij de omzetting in een NV of BV moet worden voldaan aan het voor deze rechtsvormen vereiste minimumkapitaal. Het geplaatste en het gestorte kapitaal dient derhalve bij de omzetting in een NV ten minste € 45 000 te bedragen en € 18 000 bij de omzetting in een BV.1 Zo wordt voorkomen dat men eerst door een andere rechtspersoon op te richten en deze vervolgens om te zetten in een NV of BV het minimumkapitaalvoorschrift bij deze rechtsvormen zou kunnen omzeilen.2 Hetzelfde geldt voor de omzetting van een BV in een NV, gelet op het hogere minimumkapitaal van de NV. Overigens vloeit het minimumkapitaalvoorschrift bij de omzetting van een BV in een NV voort uit art. 13 Tweede Richtlijn EG, 77/91/EEG van 13 december 1976, PbEG, L 26/1 op grond waarvan voor de omzetting van een vennootschap in een NV ten minste dezelfde waarborgen dienen te gelden als bij oprichting van een NV. De wetgever heeft ervoor gekozen om deze richtlijnbepaling eveneens toe te passen voor (de omzetting van een NV in) een BV.3
Teneinde te verzekeren dat het tegenover het kapitaal staande vermogen van een in een NV of BV omgezette rechtspersoon ook daadwerkelijk aanwezig is, vereist art. 2:72 respectievelijk art. 2:183 BW een accountantsverklaring. Bij de omzetting van een stichting, vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij in een NV of BV dient uit de accountantsverklaring te blijken dat het eigen vermogen van de omzettende rechtspersoon op een dag binnen vijf maanden voor de omzetting ten minste overeenkwam met het gestorte deel van het kapitaal volgens de akte van omzetting (zie art. 2:72 lid 2 onderdeel b, respectievelijk art. 2:183 lid 2 onderdeel b BW). De accountant mag bij het eigen vermogen optellen hetgeen na de desbetreffende (peil-)datum maar uiterlijk onverwijld na de omzetting nog op de aandelen zal worden gestort. De wetgever gaat overigens ervan uit dat bij de omzetting van een vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij in een NV of BV de aan de leden uit te geven aandelen worden volgestort door omzetting van de reserves van de rechtspersoon, hetgeen aansluit bij de inwisseling van het lidmaatschap voor het aandeelhouderschap (zie hierover par. 2.8.2 hiervoor).4 Op de vraag of het bij een stichting aanwezige vermogen in het kader van een omzetting in een NV of BV mag worden aangewend ter volstorting van de aandelen, ga ik in in paragraaf 2.8.7.3 hierna.
Bij de omzetting van een BV in een NV dient uit de accountantsverklaring te blijken dat het eigen vermogen van de omzettende rechtspersoon op een dag binnen vijf maanden voor de omzetting ten minste overeenkwam met het gestorte en het opgevraagde deel van het kapitaal (zie art. 2:72 lid 1 onderdeel b BW). Hetzelfde geldt voor de omzetting van een NV in een BV, met dien verstande dat het gaat om het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal ‘volgens de akte van omzetting’ (zie art. 2:183 lid 2 onderdeel b BW). De toevoeging ‘volgende akte van omzetting’ stelt een NV in staat de omzetting in een BV te combineren met een kapitaalverminderingsprocedure. Die procedure komt in de regel van pas indien het vermogen van een NV kleiner is dan het vereiste minimumkapitaal van € 45 000, maar meer dan het voor de BV geldende minimumkapitaal van € 18 000. Hoewel de wetsgeschiedenis doet vermoeden dat de wetgever alleen het oog heeft gehad op de kapitaalvermindering wegens geleden verliezen, maakt de wettekst het mogelijk om alle vormen van kapitaalverminderingsprocedures te combineren met een omzetting in een BV.5 In hoofdstuk 6 ga ik nader in op (de fiscale gevolgen van) een kapitaalvermindering in het kader van de omzetting van een NV in een BV (zie par. 6.2).
Omdat geen eisen worden gesteld aan de omvang van het aanvangskapitaal van een ‘flexibele’ BV, zoals voorgesteld bij het wetsvoorstel tot ‘Vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht’, komt bij de omzetting van een stichting, vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij en NV in een dergelijke BV de verplichte accountantsverklaring te vervallen (zie het voorgestelde art. 2:183).6 Zie voor de positie van schuldeisers in het nieuwe systeem par. 2.8.3.