Einde inhoudsopgave
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/
Inleiding
Mr. A.J. Tekstra, datum 26-04-2011
- Datum
26-04-2011
- Auteur
Mr. A.J. Tekstra
- JCDI
JCDI:ADS607196:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Invordering / Verrekening
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Het is opvallend dat de wetgever aan dit tijdelijke fenomeen de hele regeling van art. 24 lid 4 Iw 1990 heeft 'opgehangen'. In dezelfde zin Vermeulen 2007, p. 97-98 en p. 260. Zie voorts de § 1.3 en 4.9.2.
Bij latere verkoop van het bedrijfsmiddel ontstond een zogenaamde des-WW. Zie voor een voorbeeld daarvan het arrest Ontvanger/De Ranitz q.q., HR 29 september 1990, NJ 1991, 305, PvS. Een interessant vonnis over de WIR vormt nog rechtbank Haarlem 26 januari 1988, NJ 1989, 660. Een koper van een onroerende zaak voerde een verrekening uit waardoor de fiscus geen verhaal bij de verkoper had voor een restitutie van een WIR-premie en van omzetbelasting. De rechtbank achtte deze verrekening onrechtmatig jegens de fiscus.
Zie Ch.J. Langereis, 'Cessie (tot zekerheid) van WW-premies', NJB 1979, p. 897 e.v. en G.H. van de Kamp, 'Cessie van aanspraken krachtens de Wet investeringsrekening', WFR 1979/5429, p. 1261 e.v.
Feitelijk werd de WIR al per 29 februari 1988 afgeschaft, doordat met ingang van die datum de WIR-premie op nihil werd gesteld, gevolgd door de afschaffing per 1 januari 1990. Zie Vetter/Wattel/Van Oers 2005, p. 264, noot 174. In de nieuwe druk van genoemd boek uit 2009 is deze verwijzing naar de WIR niet meer opgenomen, hetgeen de tijdelijkheid van deze regeling nog eens bevestigd.
De Hoge Raad wees in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw een tweetal arresten over de cessie van WIR-premies. In het arrest Jungen; Kramer q.q./NMB wordt door de Hoge Raad met name een civielrechtelijke kwalificatie gegeven van de WIR-aanspraak, in verband met de cessie daarvan. In het arrest Ontvanger/Rabobank IJmuiden komen de consequenties voor de verrekeningsmogelijkheden van de fiscus na de cessie aan de orde. De beide uitspraken worden hierna behandeld. De WIRpremie was een typisch fenomeen uit die tijd.1 Indien een ondernemer een investering deed in een bedrijfsmiddel kreeg hij daarvoor een investeringsbijdrage (dus een subsidie) van de rijksoverheid. Die werd verstrekt in de vorm van een negatieve belasting.2 De financiers van deze bedrijfsmiddelen lieten zich, sinds de jaren zeventig, vaak deze vordering op de fiscus tot zekerheid cederen (de fiduciaire cessie).3 Per 1 mei 1986 werd deze negatieve WIR-aanslag vervangen door een investeringsaftrek. Met ingang van 1 januari 1990 is de WIR-premie geheel afgeschaft.4 Sindsdien is alleen nog sprake van een beperkte investeringsaftrek.