De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen
Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/8.2.2.2:8.2.2.2 De onpartijdigheid van sub-deskundigen
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/8.2.2.2
8.2.2.2 De onpartijdigheid van sub-deskundigen
Documentgegevens:
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS701992:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 20 november 1985, ECLI:NL:PHR:1985:AC9107, NJ 1986/416 (Margraten/Limburg).
HR 20 november 1996, ECLI:NL:PHR:1996:AD2647, NJ 19997/288 (Sonder/Almelo).
HR 25 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7872, NJ 2003/466 (Staat/Korstanje).
Rb. 's-Gravenhage 20 mei 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ4329.
Rb. 's-Gravenhage 20 mei 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ4329, r.o. 22.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het komt in de praktijk regelmatig voor dat er voor (aspecten van) de begroting van de schadeloosstelling expertise is vereist waarover de deskundigencommissie niet beschikt. Gedacht kan worden aan de berekening van belastingschade of bouwkosten, maar bijvoorbeeld ook aan de berekening van de waarde van mergel,1 de opstand van bomen en planten 2 of de kosten van de aanleg van een inpandig zwembad.3 In dergelijke gevallen kan de deskundigencommissie ervoor kiezen om een sub-deskundige in te schakelen. Voor de regels omtrent de inzet en werkwijze van sub-deskundigen verwijs ik naar § 2.2.7.
Kwaliteitsgebreken kunnen natuurlijk ook kleven aan deze sub-deskundigen. Net als bij de ‘gewone’ deskundigencommissie zien die klachten veelal op een vermeend gebrek aan onpartijdigheid. De vraag is of de rechter voor sub-deskundigen dezelfde strenge eisen stelt aan hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid en hoe de onpartijdigheid van sub-deskundigen zich verhoudt tot de onpartijdigheid van de deskundigencommissie.
Het zal niet verbazen dat er ook op dit punt maar weinig jurisprudentie is. Mij is slechts één zaak bekend waarin de ingeschakelde sub-deskundige moest worden vervangen.4 In die zaak werd een sub-deskundige ingeschakeld voor de begroting van de bouwkosten aan de hand van een fictief bouwplan. De sub-deskundige bleek vaker advieswerkzaamheden te verrichten voor een afdeling van de onteigenende gemeente. Anders dan de deskundigencommissie, was de rechtbank van oordeel dat zulks aanleiding was om de bouwkosten opnieuw te laten begroten door een andere sub-deskundige. Daarbij achtte de rechtbank van beslissende betekenis dat het deskundigenrapport, voor wat betreft de taxatie van bouwkosten, in belangrijke mate op het advies van de sub-deskundige was gebaseerd. Daarmee kwam – indirect – ook de onpartijdigheid van de deskundigencommissie in het geding.5
De onteigeningsrechter stelt dus ook strenge eisen aan de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van sub-deskundigen. Het is duidelijk dat een onpartijdigheidsgebrek aan de zijde van de sub-deskundige de gewone deskundigencommissie kan ‘besmetten’.