Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/1.2
1.2 Inzicht in ziekteverzuim
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS581574:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Voetnoten
Voetnoten
‘In the 1980s and 1990s, the country was the world champion in disability benefit recipiency.’ OESO 2008, p.34.
SCP 2012, p.101-102; R. Euwals, D. van Vuren en B. ter Weel, Werken in goede gezondheid, CBP Policy Brief 2014/3 laat zien dat in de EU alleen Denemarken hogere uitgaven aan ziekte en arbeidsongeschiktheid heeft (publieke en verplichte private uitgaven). Nederland zit bovendien met 3,8% van het bbp een stuk hoger dan het OESO gemiddelde van 2,6%.
SCP 2008, p.9. Het gaat om mensen tussen 15 en 65 jaar.
SCP 2012, p.62 en 65.
SCP 2012, p.12.
SCP 2012, p.28, met de nodige (statistische) voorbehouden en kanttekeningen. Niet meegenomen zijn kosten voor verzuimbegeleiding, vervanging van zieke arbeidskrachten en schade door niet tijdig geleverde producten en diensten. Uiteraard is een ziekteverzuimpercentage van 0% niet te halen.
SCP 2012, p.101-102.
OESO 2008, p.35, die eraan toevoegt dat voor dat laatste effect geen onderzoek beschikbaar was.
Frequentie van ziekmelding vanwege een verzuimreden x aantal verzuimde dagen vanwege die reden = verzuimvolume vanwege die reden.
Het aandeel psychische arbeidsongeschiktheid daalt wel, SCP 2012, p.37-39.
Voorbehoud is dat het gaat om door werknemers ervaren oorzaken.
In lijn met bevindingen van Eurofound 2004, p.5: ‘…over 50% of those who reported a long-standing health problem or disability indicated that it was as a result of non-work related diseases’.
Gezondheidsraad, Beoordelen, behandelen, begeleiden. Medisch handelen bij ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid, 22 juli 2005, p.29. Hij constateert tegelijk een onderrapportage van beroepsziekten in Nederland.
Uit de hiervoor geschetste motieven en perspectieven volgt dat de aandacht voor re-integratie verklaarbaar is. Het leidt immers tot overwegend positieve effecten voor alle belanghebbenden. Een voor de hand liggende vraag rijst dan hoe groot het probleem van arbeidsongeschiktheid eigenlijk is? Het antwoord: nog steeds behoorlijk groot. In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw was Nederland ‘wereldkampioen arbeidsongeschiktheidsuitkeringen’.1 Tegenwoordig nemen wij internationaal gezien een gunstiger positie in dan tien jaar geleden, hoewel het ziekteverzuim nog wel boven het Europese gemiddelde ligt. Ook de uitgaven aan arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en het arbeidsongeschiktheidsvolume zijn de afgelopen jaren gedaald, maar binnen de EU nog steeds erg hoog.2 Een aantal cijfers.
De Nederlandse potentiële beroepsbevolking bestaat uit 11 miljoen mensen. Drie miljoen daarvan is om verschillende redenen niet actief op de arbeidsmarkt.3 Ongeveer de helft van die niet-actieve mensen werkt niet (volledig) vanwege een medische belemmering bij het houden of krijgen van werk. Deze anderhalf miljoen mensen vormen ongeveer 13% van de beroepsbevolking.4 Het ziekteverzuimpercentage in Nederland was de afgelopen decennia wisselend maar is de laatste jaren stabiel.5
1962
1979
1990
1999
2005
2006
2007
2008
2009
2010
2011
2012
2013*
ziekteverzuim (%)
6,0
10,0
6,8
5,3
4,8
4,5
4,2
4,1
4,0
4,2
4,3
4,0
3,9
arbeidsongeschiktheidsuitkeringen (x 1000)
WAO en WIA samen
–
–
871
918
700
660
636
619
606
592
582
568
561
alleen WIA
–
–
–
–
–
19
38
59
83
110
138
162
183
(bron: SCP 2012, p.12, 26 en 54 (bewerkt), Sociale nota 2001, CBS, Ministerie VWS, *WAO en WIA cijfers tot en met oktober 2013)
Tabel 1 laat de ontwikkeling van het ziekteverzuimpercentage zien. Een verzuimpercentage van 4,2% (2010) betekent grofweg dat van alle mogelijk te werken werknemersuren er 4,2% niet is gewerkt vanwege ziekte, ongeval of een andere gezondheidsreden. Dit verzuim kost ongeveer € 12,6 miljard per jaar, uitgaande van € 300,5 miljard aan totale loonkosten in Nederland (2010). Een verzuim van 4,2% betekent gemiddeld negen dagen verzuim per jaar per werknemer. Het betekent ook dat gemiddeld iedere dag meer dan 200.000 werknemers niet werken vanwege ziekte of een ongeval.6 Uit tabel 1 volgt verder dat het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen na de eeuwwisseling gestaag aan het teruglopen is. Van de WIA-uitkeringen per 1 november 2013 (183.000) is 37,5% (50.000) een IVA-uitkering, dus vanwege volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. In deze categorie is weinig re-integratie te verwachten. De OESO en het SCP hebben geconstateerd dat de arbeidsdeelname van arbeidsongeschikten relatief laag is, terwijl de algehele arbeidsparticipatie van Nederland tot de hoogste behoort van Europa.7 Dat kan betekenen ‘that people with disability are more vulnerable on the labour market in times of a weakening economy, an effect that may be increased by the remarkable financial responsibility employers have for their employees.’8
Naast de hoogte van het ziekteverzuimpercentage en het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen is interessant te kijken naar de invloed van verschillende oorzaken van arbeidsongeschiktheid. Om te beginnen zegt de oorzaak alleen, niets over de invloed daarvan op de arbeidsongeschiktheidscijfers. Griep of verkoudheid is met 41% de meest genoemde oorzaak van ziekteverzuim. Maar omdat dit verzuim bijna steeds van korte duur is, blijft het effect op de verzuimcijfers relatief beperkt. Om de invloed te kunnen vaststellen moet daarom het aantal ziekmeldingen uit een bepaalde oorzaak worden vermenigvuldigd met het totaal verzuimde dagen vanwege die oorzaak. Voor de uitkomst wordt de term ‘verzuimvolume’ gebruikt.9 Bovenaan de ranglijst van verzuimvolume staan klachten aan het bewegingsapparaat (37%) en psychische klachten (17%). Dit betreft uitval dat relatief niet vaak voorkomt, maar wel een gemiddeld lange duur heeft.10 De invloed van deze twee redenen op de arbeidsongeschiktheidscijfers is dus het grootst. Ik zal nog uitgebreider bespreken dat de reden bij ziekteverzuim juridisch op zich niet relevant is, omdat in Nederland is gekozen voor een zogeheten ‘risque social’. Niettemin zegt de oorzaak van uitval bij ziekte iets over de mate waarin de werkgever invloed kan uitoefenen op het ontstaan daarvan. Waar ontstaan de klachten? Naar de beleving van de werknemers is er bij ziekteverzuim maar zeer beperkt een relatie met het werk.
2005
2010
ja
25%
23%
nee
70%
72%
weet niet
5%
5%
Verzuimvolume: deel van aantal verzuimdagen veroorzaakt door werkgebonden verzuim
2005
2010
50%
43%
(bron: SCP 2012, p.37-41 bewerkt)11
Uit tabel 2 blijkt dat het aantal en de omvang van het werkgebonden verzuim in de periode 2005-2010 aanmerkelijk is teruggelopen. Tegenwoordig wordt bijna driekwart van het aantal ziekmeldingen niet werkgebonden geacht. Minder dan de helft van het verzuimvolume is toe te schrijven aan het werk.12 De Gezondheidsraad rapporteerde in 2005 dat 40% van de instroom in de WAO arbeidsgebonden werd geacht.13
Samenvattend kan worden gezegd dat het verzuimpercentage al een aantal jaren op of net boven 4% zit. Het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen is aan het dalen. Het lijkt er daarbij op dat het ziekteverzuimvoor het grootste deel ontstaat buiten de invloedssfeer van de werkgever.