Einde inhoudsopgave
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/4.3.2
4.3.2 Uitvoerende en niet uitvoerende bestuurders
mr. C.E.J.M. Hanegraaf, datum 25-06-2017
- Datum
25-06-2017
- Auteur
mr. C.E.J.M. Hanegraaf
- JCDI
JCDI:ADS303641:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, nr. 424.
Kamerstukken II 2008/2009, 31 763, nr. 3, p. 14-15. Zie ook: Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, nr. 442.
Zie ook: art. 14 Uitvoeringswet SE en art. 13 Uitvoeringswet SCE. Asser/Maeijer & Kroeze 2-I* 2015, nr. 56 neemt hetzelfde aan voor een niet uitvoerende bestuurder van een coöperatie of een onderlinge waarborgmaatschappij met een monistisch bestuur.
Kamerstukken II 2008/2009, 31 763, nr. 3, p. 14-15. Zie voor een uitgebreide beschrijving van de aansprakelijkheid van niet uitvoerende bestuurders: Strik 2010, p. 105-144.
Kamerstukken II 2004/05, 29 309, nr. 7, p. 22-23; Handelingen I 2004/05, p. 19 e.v.; Dumoulin 2005, par. 5.
Dumoulin 2005, par. 1.
Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, nr. 424. In par. 4.10.2 wijs ik op de belangrijkste verschillen tussen de niet uitvoerende bestuurder en de commissaris.
Uitvoerende bestuurders hebben de “uitvoering van de vennootschap” in handen. Daaronder kan men onder meer de vertegenwoordiging begrijpen. De functie en positie van uitvoerende bestuurders in het one tier-model komen grotendeels overeen met die van bestuurders in een two tier-model. Uitvoerende bestuurders oefenen het dagelijks bestuur uit.1
Niet uitvoerende bestuurders zijn bestuurders aan wie geen specifieke uitvoerende taken zijn opgedragen en die als hoofdtaak hebben om de hoofdlijnen van het beleid vast te stellen en toezicht te houden op degenen die het dagelijks bestuur uitoefenen.2 Het toezicht op de uitvoerende bestuurders ligt derhalve bij de niet uitvoerende bestuurders. De taak om toezicht te houden op de taakuitoefening door bestuurders kan niet door een taakverdeling worden ontnomen aan niet uitvoerende bestuurders (artt. 2:129a/239a lid 1 2e volzin BW). De niet uitvoerende bestuurders stellen de bezoldiging van uitvoerende bestuurders vast (vgl. artt. 2:129a/239a lid 1 3e volzin en lid 2 BW). Alleen natuurlijke personen kunnen niet uitvoerende bestuurders zijn (artt. 2:129a/239a lid 1 laatste volzin BW).3
Besluiten van het bestuur worden in beginsel door het bestuur als geheel genomen. De niet uitvoerende bestuurders zijn volwaardig lid van het bestuur. De niet uitvoerende bestuurders nemen deel aan en zijn naast de uitvoerende bestuurders direct verantwoordelijk voor de besluitvorming over de algemene beleidslijnen.4 Wat het algemeen bestuur en het beleid van het bestuur als geheel betreft, vertoont de positie van niet uitvoerende bestuurders gelijkenis met die van de uitvoerende bestuurders. Zij zijn namelijk medebepalend voor dat algemeen bestuur. Dat volgt uit hun bestuurslidmaatschap.5 De niet uitvoerende bestuurders hebben binnen het algemeen bestuur een stem die in beginsel even zwaar telt als die van de uitvoerend bestuurders (vgl. art. 2:129 lid 2 BW).
Hoewel de functie van de niet uitvoerende bestuurder sterk lijkt op die van een commissaris, is de positie van een niet uitvoerende bestuurder niet geheel gelijk aan die van een commissaris.6 De niet uitvoerende bestuurder heeft in het algemeen een ruimere taak dan een commissaris.7