Het akkoord
Einde inhoudsopgave
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/3.1:3.1 Inleiding
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/3.1
3.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. A.D.W. Soedira, datum 25-02-2011
- Datum
25-02-2011
- Auteur
Mr. A.D.W. Soedira
- JCDI
JCDI:ADS442383:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Aangezien het akkoord een instrument is waarmee een sanering plaatsvindt door 'opschoning' van de passiefzijde van de balans, is in hoofdstuk twee alleen ingegaan op die saneringsinstrumenten waarmee in een onderneming een financiële herstructurering kan worden doorgevoerd.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het voorgaande hoofdstuk is een overzicht gegeven van saneringsinstrumenten die het Nederlands insolventierecht kent en die een schuldenaar ter beschikking kunnen staan indien hij in financiële moeilijkheden komt te verkeren.1 In dit hoofdstuk wordt de aandacht verlegd naar het akkoord. De vraag naar het rechtskarakter van het akkoord neemt in dit hoofdstuk een centrale plaats in. Het antwoord op deze vraag is onder meer van belang voor de rechtsposities van zowel de schuldenaar als zijn schuldeisers, indien het faillissement door middel van een akkoord wordt beëindigd. Daarnaast zal het rechtskarakter van het akkoord bepalend zijn voor antwoorden op de vragen naar de totstandkoming, de inhoud, de rechtsgevolgen en de aantasting van een akkoord. Aangezien het akkoord een plaats heeft gekregen binnen de Faillissementswet, spreekt het voor zich dat voornoemde wet op het akkoord van toepassing is. Daarnaast dient onderzocht te worden of het Burgerlijk Wetboek een aanvullende werking op het akkoord kan hebben. In de paragrafen hierna zal eerst worden ingegaan op de vraag naar het rechtskarakter van het akkoord. Vervolgens zal worden onderzocht of en zo ja, in hoeverre de regels uit het Burgerlijk Wetboek invloed kunnen hebben op de totstandkoming, de inhoud, de rechtsgevolgen alsmede de aantasting van een akkoord.