De invloed van werknemers op de strategie van de vennootschap
Einde inhoudsopgave
De invloed van werknemers op de strategie van de vennootschap (IVOR nr. 95) 2014/2.9:9 Samenvatting
De invloed van werknemers op de strategie van de vennootschap (IVOR nr. 95) 2014/2.9
9 Samenvatting
Documentgegevens:
mr. M. Holtzer, datum 03-04-2014
- Datum
03-04-2014
- Auteur
mr. M. Holtzer
- JCDI
JCDI:ADS382840:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Bijzondere onderwerpen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de totstandkoming van het strategisch beleid kunnen vier fasen worden onderscheiden. De eerste fase is de preliminaire analyse, waarin wordt onderzocht hoe de onderneming functioneert, waar problemen of tekortkomingen ontstaan en hoe resultaten gerelateerd zijn aan de strategie. De tweede fase is de totstandkoming van een strategisch ontwerp voor de besluitvorming. Fase drie betreft de uitwerking van dit ontwerp in een ontwerp dat geschikt is voor implementatie. Fase vier houdt vervolgens de implementatie van de besluitvorming zelf in. Bezien vanuit het oogpunt van de medezeggenschap ontstaat betrokkenheid van werknemers vaak pas aan het einde van fase twee of zelfs pas in fase drie, namelijk op het punt dat een strategisch ontwerp tot stand is gekomen na afweging van alternatieven. De gedachte zou kunnen zijn dat medezeggenschap van werknemers juist in de eerste fase van het besluitvormingsproces van belang is, aangezien in die fase al belangrijke keuzes dienen te worden gemaakt over de te kiezen strategische richting.
Niet iedere onderneming heeft een vooraf uitgedacht strategisch plan. Dat hoeft op zichzelf geen bezwaar te zijn, tenzij een (juridische) grens wordt overschreden en gesproken kan worden van irrationele besluitvorming, te weten een zodanig onverstandig besluit dat geen goed gemotiveerd en geïnformeerd persoon dat ooit zou nemen.
Ik maak onderscheid tussen strategisch beleid en strategische besluiten. Strategische besluiten zijn opzichzelfstaande, vaak wettelijk omschreven handelingen, terwijl het beleid vaak een geheel van meer besluiten over een langere periode omvat. In de beoordeling van beide staat het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming centraal.
Over het belang van de vennootschap bestaan verschillende opvattingen, waarbij de belangrijkste tegenstelling kan worden gevonden in de stakeholdersbenadering en de shareholdersbenadering. Opvallend is dat aanhangers van beide benaderingen in de Nederlandse literatuur een duidelijke plaats inruimen voor het werknemersbelang. Anders gezegd: ook diegenen die de shareholdersbenadering voorstaan, menen dat aandeelhouders bij hun winststreven volgens de huidige rechtsopvattingen rekening moeten houden met de werknemers. In de literatuur lijkt dus overeenstemming te bestaan over de opvatting dat het werknemersbelang een belangrijk onderdeel vormt van de in het belang van de vennootschap te maken afwegingen.
Het primaat van het maken van die afwegingen ligt bij het bestuur. Dit is een sinds het Forumbank-arrest geldend recht, dat door de Hoge Raad is bevestigd in de beschikking inzake ABN AMRO. De raad van commissarissen heeft tot taak op dat beleid toezicht te houden. Niettemin kan de raad van commissarissen, afhankelijk van de structuur van de vennootschap, de aard en de omvang van de met haar verbonden onderneming en de aard van de functie van de toezichthouder, een bepaalde en onder omstandigheden grote mate van invloed uitoefenen op strategische besluiten en soms zelfs op het strategisch beleid.
Voor de invloed van aandeelhouders geldt dat de algemene vergadering haar opvattingen over het strategisch beleid tot uitdrukking kan brengen door uitoefening van de haar in wet en statuten toegekende rechten. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de aandeelhouders niet de hoogste macht zijn binnen de vennootschap. Dat uitgangspunt is, juridisch beschouwd, sinds de tweede helft van de twintigste eeuw niet wezenlijk veranderd.
Ik zal in het volgende hoofdstuk ingaan op de wijze waarop werknemers een rol hebben gekregen in dit proces.