Einde inhoudsopgave
Personentoetsingen in de financiële sector (O&R nr. 127) 2021/8.2.2
8.2.2 Taakverdeling tussen DNB en de ECB
mr. drs. I. Palm-Steyerberg, datum 01-03-2021
- Datum
01-03-2021
- Auteur
mr. drs. I. Palm-Steyerberg
- JCDI
JCDI:ADS268552:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Art 1, tweede paragraaf en art. 4, eerste lid en art. 4 derde lid SSM-Verordening.
Voor zover noodzakelijk voor de uitoefening van haar taken, zou de ECB wel een instructie kunnen geven aan DNB. Overigens vat de ECB haar bevoegdheden ruim op. Zie de brief van de ECB van 31 maart 2017 (SSM/2017/0140, www.bankingsupervision.europa.eu/banking/letterstobanks/html/index.en.html). In deze brief heeft de ECB aangegeven dat zij, kort gezegd, ook rechtstreeks nationale bevoegdheden kan uitoefenen voor zover deze nuttig kunnen zijn voor haar taakuitoefening. Zie voor een kritische bespreking van deze brief hoofdstuk 7, par. 7.4.2.
Art. 1:90, achtste lid Wft en art. 6, tweede lid, SSM-Verordening.
De introductie van een tuchtrechtelijke regeling voor bankmedewerkers maakt onderdeel uit van de integere en beheerste bedrijfsvoering, zie Kamerstukken II, 2013/14, 33 918, nr. 10, p. 6.
Het toezicht op de naleving van de bepalingen omtrent het tuchtrecht en de bankierseed wordt uitgeoefend door DNB. De ECB heeft hier mijns inziens geen bevoegdheden; de ECB voert het Europese bankentoezicht uit op basis van het toepasselijke Unierecht en de bepalingen rondom de bankierseed en het tuchtrecht vallen hier niet onder.1 Deze bepalingen kennen immers geen Europese, maar een puur nationale achtergrond. Dit maakt DNB op dit punt tot de exclusieve toezichthouder voor zowel de significante als de minder significante banken.2
Dit laat onverlet dat, mocht DNB vaststellen dat een significante bank zijn verplichtingen omtrent de bankierseed of het tuchtrecht niet nakomt, DNB de ECB hierover kan informeren.3 Onderdeel van het ECB-toezicht op de significante banken is het toezicht op de (beheerste) bedrijfsvoering (robust governance arrangements).4 Nu het tuchtrecht kan worden beschouwd als een uitwerking van de op banken rustende verplichting tot het voeren van een beheerste en integere bedrijfsvoering,5 kan de ECB kan deze informatie mijns inziens betrekken bij haar beoordeling van de adequate bedrijfsvoering van de betreffende significante bank.