Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/7.2.2
7.2.2 Forum contractus en forum delicti; art. 5 sub 1, sub 3 EEX-Vo
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS434219:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vaste rechtspraak sinds HvJ EG 6 oktober 1976, zaak 12/76, Jur. 1976, p. 1473, NJ 1977, 169, Tessili/Dunlop.
HvJ EG, C-256/00, Besix/WABAG & Plafog.
Voor art. 5 sub 3 EEX-Verdrag: HvJ EG 1 oktober 2002, C-167/00, Jur. 2002, p. 1-8111, NJ 2005, 221 (PV), VKI/Henkel.
Op grond van HvJ EG 17 september 2002, C-334/00, Jur. 2002, p. 1-7357, NJ 2003, 46 (PV), Tacconi/HWS, geldt dat een vordering uit afgebroken onderhandelingen in beginsel valt onder art. 5 sub 3 EEX-Verdrag.
Vaste rechtspraak sinds HvJ EG 30 november 1976, zaak 21/76, Jur. 1976, p. 1735, NJ1977, 494 (JCS), Handelskwekerij G.J. Bier/Mines de potasse d'Alsace.
Hierover: F. Ibili, 'Onrechtmatige intemetpublicaties in het IPR', WPNR (2004) 6575, p. 300-305 (i.h.b. p. 302-304).
Aldus uitdrukkelijk HvJ EG, C-167/00, VKI/Henkel, r.o. 49.
De in art. 5 EEX-Vo genoemde alternatieve fora voor verbintenissen uit overeenkomst en onrechtmatige daad zijn voor de praktijk het belangrijkste. Ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst verklaart art. 5 sub 1, onderdeel a bevoegd het gerecht van de plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd (forum contractus, vgl. art. 6 sub a, art. 6a Rv). Voor de koop en verkoop van roerende lichamelijke zaken en voor de verstrekking van diensten wordt de plaats van uitvoering van de litigieuze verbintenis nader uitgewerkt door art. 5 sub 1, onderdeel b.1 Het gerecht van de plaats waar de litigieuze verbintenis is of moet worden uitgevoerd, wordt onder andere vanwege de afstand tot de plaats van het geschil en het gemak van de bewijsvoering in het algemeen het best in staat geacht om uitspraak te doen.2 Indien de litigieuze verbintenis niet is uitgevoerd en partijen over de plaats van uitvoering niets hebben afgesproken, wordt deze plaats bepaald volgens het op de litigieuze verbintenis toepasselijke recht.3 Het HvJ EG heeft met een beroep op het rechtszekerheidbeginsel geoordeeld dat art. 5 sub 1 EEXVerdrag buiten toepassing blijft wanneer de litigieuze verbintenis bestaat uit een verbintenis om niet te doen, zonder enige geografische beperking, en derhalve in een veelvoud van plaatsen is of moet worden uitgevoerd (bijvoorbeeld in geval van een non-concurrentiebeding).4 Deze prejudiciële beslissing behoudt haar waarde onder art. 5 sub 1 EEX-Vo.
Ten aanzien van verbintenissen uit onrechtmatige daad verklaart art. 5 sub 3 EEXVo bevoegd het gerecht van de plaats in een lidstaat waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen (forum delicti, vgl. art. 6 sub e Rv). Deze bijzondere bevoegdheidsregel berust op het bestaan van een bijzonder nauwe band tussen het geschil en het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich voordoet, zodat de rechtsmacht van dit gerecht gerechtvaardigd wordt door de eisen van een goede rechtsbedeling en een nuttige procesinrichting.5 Een verbintenis uit onrechtmatige daad is elke vordering die ertoe strekt een verweerder aansprakelijk te stellen en die geen verband houdt met een verbintenis uit overeenkomst in de zin van art. 5 sub 1 EEX-Vo.6 Volgens rechtspraak van het HvJ EG over art. 5 sub 3 EEX-Verdrag moet onder de plaats van het schadebrengende feit worden verstaan de plaats van de onrechtmatige handeling (Handlungsort) en de plaats van intreding van de schadelijke gevolgen (Erfolgsort).7 In geval van een grensoverschrijdende onrechtmatige daad kunnen de plaatsen waar de schadelijke gevolgen intreden en dus het aantal op basis van art. 5 sub 3 bevoegde Erfblgsorte bijzonder talrijk zijn. Hierbij valt te denken aan belediging via een internationale krant of via het internet.8 In dat geval is de rechtsmacht van elk van de Erfblgsorte beperkt tot de in de desbetreffende forumstaat ingetreden schade. Deze uitleg van het HvJ EG geldt ook voor art. 5 sub 3 EEX-Vo.9