Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/7.5.2
7.5.2 Over uitkeringen kan een testamentair bewind worden ingesteld
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232311:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1991-1992, 17141, nr. 9. De volledige tekst van het hier van belang zijnde lid 1 luidde destijds: ‘Een erflater kan hij uiterste wil bewind instellen over een of meer door hem nagelaten of vermaakte goederen, daaronder mede begrepen het vruchtgebruik dat zijn echtgenoot krachtens afdeling 4.2A.1 toekomt.’ Het laatste deel van de bepaling is vervallen bij de Nota naar aanleiding van het eindverslag, Kamerstukken II 1996-1997, 17141, nr. 20, p. 45.
Van vermaakte goederen is geen sprake. Dat zijn krachtens erfstelling of legaat verkregen goederen.
Kamerstukken II 1962-1963, 3771, nr. 6, (Memorie van Antwoord), p. 80.
In de Wet van 11 september 1969 tot vaststelling van Boek 4 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, Stb. 392, luidde de tekst van het toenmalige artikel 4.4.7.1 lid 1 (thans artikel 4:153 BW) nog als volgt: ‘1. Een erflater kan bij uiterste wil een bewind instellen over:
- a.
een vruchtgebruik of goederen die onder een voorwaarde zijn vermaakt;
- b.
de aan een erfgenaam of legataris nagelaten goederen, die deze volgens de wil van de erflater niet zonder medewerking van de bewindvoerder mag vervreemden.’
Zie Kamerstukken II 1981-1982, 17141, nr. 3, p. 64.
Al meermaals is opgemerkt dat ik van mening ben dat het doel van een stichting doorgaans moet worden beschouwd als een last. Dat was ook de reden dat ik hiervoor schreef dat het verbinden van een uit- of insluitingsclausule aan een uitkering door een stichting mogelijk is. Een vergelijkbare problematiek bestaat ten aanzien van de mogelijkheid tot het instellen van een testamentair bewind over een uitkering. Maar eerste moet een voorvraag worden beantwoord: kan over een lastbevoordeling wel een bewind worden ingesteld? Op grond van artikel 4:153 lid 1 BW is de erflater bevoegd een bewind in te stellen over één of meer door hem nagelaten of vermaakte goederen. Als het een making betreft, bestaat geen twijfel: het instellen van een bewind daarover is mogelijk. Of het instellen van een testamentair bewind ook mogelijk is over lastbevoordelingen, is niet zonder meer duidelijk. De tekst van artikel 4:153 BW stamt grotendeels uit oktober 1991.1 Het is de vraag of onder ‘nagelaten’ of ‘vermaakte goederen’ ook lastbevoordelingen kunnen worden gerekend. Als dat het geval is, kan een uitkering door een bij dode opgerichte stichting onder testamentair bewind worden gesteld. Veel literatuur is niet voorhanden. Voor zover ik kon nagaan heeft alleen Perrick zich hierover uitgelaten:
‘Indien de erflater overeenkomstig art. 4:130 BW aan zijn erfgenaam, onderscheidenlijk legataris, de last heeft opgelegd een aan de erfgenaam, onderscheidenlijk de legataris, toebehorend goed uit te keren, kan de erflater daarover een bewind instellen, al moge hij dat goed niet hebben nagelaten.’2
Ik meen dat Perrick gelijk heeft, al denk ik juist dat wel gesproken kan worden van ‘nagelaten’.3 In het oorspronkelijk ontwerp van Boek 4 BW werden hieronder zowel verkrijgingen als erfgenaam en als legataris onder verstaan.4 Als men bedenkt dat in het oorspronkelijke ontwerp van Boek 4 BW ook bepaalde verkrijgingen onder legaat werden verstaan die wij thans aanduiden als lastbevoordelingen (zie hierover 3.5.1.4), dan kan daarin een aanwijzing worden gevonden dat onder nagelaten, ook lastbevoordelingen kunnen worden gerekend.
Een tweede aanwijzing dat lastbevoordeling onder bewind gesteld kunnen worden is de parlementaire toelichting op de wijziging ten opzichte van het oorspronkelijke artikel 4:153 BW. In deze toelichting is te lezen dat de minister van Justitie af wilde van het limitatieve stelsel dat het instellen van een testamentair bewind uit het oorspronkelijk ontwerp beperkte tot een paar in de wet genoemde gevallen.5
Testamentair bewind over een lastbevoordeling acht ik dus mogelijk. Als dat het geval is, volgt daaruit volgens mij als vanzelf dat uitkeringen door een bij dode opgerichte stichting op grond van haar statuten ook onder testamentair bewind kunnen worden gesteld.