Niet-betaling in de btw
Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/2.4.3.1:2.4.3.1 Objectieve kenmerken
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/2.4.3.1
2.4.3.1 Objectieve kenmerken
Documentgegevens:
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS500327:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 2 Btw-richtlijn en art. 1 Wet OB 1968 leren niet alleen wie het subject van heffing is, maar beschrijven ook het feitelijke object van heffing. Op grond van deze bepalingen wordt er btw geheven ter zake van ‘leveringen van goederen en diensten, die binnen het grondgebied van een lidstaat (in casu Nederland) door een als zodanig handelende ondernemer onder bezwarende titel worden verricht’. De Wet OB 1968 en de Btw-richtlijn sluiten wat het object van heffing betreft tekstueel naadloos op elkaar aan.